Pad: Ecohydrologie / Van analyse naar maatregelen / Monitoring / Standaardisatie

Standaardisatie

Een standaard opzet
Protocollen
Literatuur


Een standaard opzet

Voor een goede betrouwbaarheid en vergelijkbaarheid van metingen is standaardisatie noodzakelijk. Kiwa Water Research, tegenwoordig KWR geheten, heeft in het kader van het project ‘Monitoring verdrogingsprojecten Limburg' een methode ontworpen die vergaand gestandaardiseerd is. Om een idee te geven over wat standaardisatie inhoudt behandelen we deze methode hier globaal.
De methode maakt bij het formuleren van monitoringsvragen onderscheid tussen verschillende typen vragen.

  1. vragen over verandering van standplaatscondities (waterstandregime, pH/basenrijkdom, voedselrijkdom).
  2. Vragen over processen (b.v. neemt kwel toe?).
  3. Vragen over de mate waarin een streefbeeld is gerealiseerd.
  4. Vragen over de invloed van maatregelen - via ingreep-effectketens - op de standplaatscondities en vegetatie.

De vragen van type 1, 2 en 3 gaan over tussenvariabelen of eindvariabelen, zijn algemeen geformuleerd en kunnen in elk gebied gebruikt worden. Ze heten ‘basisvragen'. Basisvragen leggen geen koppeling tussen maatregelen en hun effecten op abiotiek en vegetatie. Daarvoor zijn vragen van type 4 noodzakelijk, ‘ingreep-effectvragen' geheten. Deze vragen zijn gebiedsspecifiek, bijvoorbeeld: "Leidt verhoging van het beekpeil in de oude loop van de Broekhuizer Molenbeek, in de omleidingssloot, in de Hoogbroekbeek en in de Hondsbergbeek tot stijging van de grondwaterstand en toestroming van basenrijk in het ecotoop en daarmee tot een nattere, basenrijkere en voedselarmere standplaats?"
Het beantwoorden van een dergelijke vraag gaat als volgt:

Dit is voor bovenstaande vraag uitgewerkt in Tabel 5-1 (zie hieronder).


Protocollen

Elke monitoringsvraag is uitgewerkt in protocollen. Een protocol geeft overzichtelijk weer welke activiteiten, wanneer en op welke wijze worden uitgevoerd om een vraag te beantwoorden. Basisprotocollen dienen om een antwoord vinden op basisvragen (zie voor een voorbeeld Tabel 5-2). In een basisprotocol is voor elke tussenvariabele en eindvariabele uitgewerkt:

Een ingreep-effectprotocol dient om een antwoord te vinden op een ingreep-effectvraag en bevat een overzicht van de hele ingreep-effectketen (zie Tabel 5-1). Als bijvoorbeeld de peilen in een aantal beken worden opgezet (ingreepvariabele) dan zal dat via stijging van de grondwaterstand (tussenvariabele 1) en toestroming van basenrijk grondwater (tussenvariabele 2) moeten leiden tot gunstigere omstandigheden voor plantensoorten die houden van een nat, basenrijk en voedselarm milieu (eindvariabele).


Tabel 5-1 Voorbeeld van een ingreep-effectprotocol van het monitoringssysteem voor het Broekhuizerbroek. Bovenaan staat de ingreep-effectvraag, daaronder een voorbeeld van de keten ingreep, tussen- en eindvariabelen. Voor elke variabele is er een basisprotocol.


Tabel 5-2 Voorbeeld van een basisprotocol. Bovenaan staat de basisvraag geformuleerd. Daaronder staan tussenvariabelen en eindvariabelen die relevant zijn voor deze basisvraag. Voor elke variabele wordt het proces, de gemeten parameter(s), het meetnetontwerp, de afgeleide parameters en de toetsing beschreven. Een basisvraag kan worden beantwoord met monitoring van abiotische parameters (chemie) of biotische parameters (vegetatie).
  

Literatuur:

 

Groen Kennisnet, een netwerk van kennisportalen in het groene domein Zoeken in de
infobladen

(U gaat naar de
website van
Groen Kennisnet)
Groen Kennisnet, een netwerk van kennisportalen in het groene domein
Homepage
Home | Colofon | Print pagina
Zoek binnen deze website