Pad: Ecohydrologie / Ecohydrologische systeemanalyse / ESA van Nederlandse landschappen / Heuvelland

Heuvelland

Typering
Bedreigingen via het grondwater
Publicaties en m
odellen


Typering

Het Heuvelland in Limburg bestaat uit plateaus die door de Maas en diverse beken zijn ingesleten. Deze plateau's vertonen een keur aan geologische afzettingen. De grote hoogteverschillen zorgen, in combinatie met slecht doorlatende lagen, voor een groot verval van het grondwater. Daar waar het grondwater tot aan het maaiveld reikt, treedt op een kleine plek grondwater uit (sterke kwelintensiteit).
De hydrologie van het heuvelland wordt sterk beïnvloed door het voorkomen van kalksteenpakketten (Krijt) en zandige pakketten met vele slecht doorlatende kleilenzen en leemlenzen (Vaalsergroenzanden, diverse Tertiaire afzettingen) (zie f4-25). Deze pakketten zijn bijna overal aan de bovenkant bedekt door löss. De kalksteen vormt een uitgestrekt watervoerend pakket dat wordt gedraineerd door de Maas en de diepe beekdalen van de Geul en de Gulp. In de kalksteen komen ook de grootste kwelbronnen voor. De hoogteligging van het kalksteenpakket bepaalt sterk het patroon van bronnen, kwelplekken en de aanwezigheid van beekjes in de hogere zijdalen. Waar het kalksteenpakket een hoge ligging heeft ten opzichte van de dalen (plateau van Margraten) heeft het plateau in de hogere delen droge dalen. De bronnen en kwelplekken liggen alleen in diepere dalen als die het watervoerende pakket in de kalksteen aansnijden.
Waar het plateau vooral is opgebouwd uit een meerlagig watervoerend pakket van zand met leemlenzen en kleilenzen (plateau van Vaals, Centraal plateau) vindt men bronnen en kwelplekken juist hoog op de hellingen. Ook de hogere zijdalen hebben hier beken. Omdat op een helling vaak meerdere slecht doorlatende lagen worden aangesneden, komen bronnen en kwelplekken hier in een kleinschalig patroon op meerdere hoogtes voor, afgewisseld door droge plekken. De waterhuishouding van zulke systemen is complex.
Naast de gelaagdheid van de bodem zijn ook de vele breuken (o.a. de Feldbiss-breuk) van grote invloed op de grondwaterhuishouding. De breukvlakken zijn vaak versmeerd en daardoor slecht doorlatend, zodat de grondwaterspiegel over korte afstand kan verspringen. Breuken bepalen de positie van bronnen en kwelplekken in dalen. Zo worden de Noorbeemden beïnvloed door de St. Maartensvoerenbreuk, en het bronnenbos Bovenste Hof door de Feldbiss breuk.


f4-25 Geohydrologische dwarsdoorsnede van het landschaptype Heuvelland. Bron: Witte et al. 2007

Naast al deze geohydrologische kenmerken is basenrijkdom typerend voor het heuvelland. Dat heeft te maken met de aanwezigheid van kalksteen en andere kalkhoudende afzettingen waar het grondwater doorheen stroomt. De basenrijkdom kan echter ruimtelijk nog aanmerkelijk variëren doordat niet alle afzettingen kalk bevatten (zoals in het Bunderbos). Uit oude beschrijvingen zijn ook heideachtige begroeiingen met Gagel bekend - een vegetatietype dat gevoed wordt door basenarm grondwater. Het is belangrijk om te beseffen dat het diepere grondwater niet altijd het basenrijkst is. Diep grondwater dat vanuit Miocene zanden toestroomt is betrekkelijk basenarm. In natte gebieden met dagzomende kalk of kalkrijk verspoeld materiaal van de hellingen bepaalt de kalk in de bodem zelf de hoge basenrijkdom.
Momenteel is het grondwater vaak vervuild met nitraat, vooral de hogere bronnen van de meerlagige watervoerende pakketten. Deze bronnen liggen het dichtst bij het bemeste plateau. Daar waar het plateau grotendeels uit bos bestaat (plateau van Vijlen) zijn de hogere bronnen en kwelplekken nog vrij schoon. In het kalksteenpakket treden weer wel hoge nitraatgehalten op, mede doordat nitraat nauwelijks denitrificeert bij gebrek aan pyriet en organisch materiaal.
Bij bronnen horen kenmerkende brongemeenschappen (van bos, open vegetatie en ruigte). De bronbossen vertonen een grote variatie die nauw samenhangt met het waterregime en de waterkwaliteit. In bronweiden komt een speciaal type Dotterbloemhooiland voor dat gebonden is aan een zeer hoge basenrijkdom. Omdat bronplekken en kwelplekken vaak in een kleinschalig patroon voorkomen, zijn er ook veel vochtgradiënten aanwezig in de bossen en graslanden. Daarnaast komen er op enkele locaties nog voedselarme kalkmoerassen voor.


Bedreigingen via het grondwater

Een eerste belangrijke bedreiging is vermesting van het grondwater. Door bemesting op de plateaus treedt sterke vervuiling op met nitraat. Vermesting via het grondwater is momenteel de grootste bedreiging voor alle natte natuurtypen.
Vanzelfsprekend is ook verdroging een bedreiging. Vooral door verdieping van beken is de grondwaterstand in beekdalen sterk gedaald. In diepe dalen zijn beken verdiept (Roode Beek, Geleenbeek). In hogere kleinere dalen kunnen beken dieper zijn geworden door erosie ten gevolge van hogere piekafvoeren.
Oorzaken van hoge piekafvoeren zijn

Op de plateau's is de infiltratie verminderd door vergroting van het verharde oppervlak. Mogelijk heeft intensivering van de landbouw hier geleid tot een vermindering van de grondwateraanvulling. Door bodemverdichting neemt de afvoer van regenwater over het maaiveld toe.
Een derde mogelijke bedreiging is verzuring door wegvallen van kwel als gevolg van ontwatering in de dalen. In het heuvelland is dit knelpunt echter van ondergeschikt belang, doordat de kalkrijke bodem een hoog zuurbufferend vermogen heeft.


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 



Bovenstroom van de Gulp in Limburg. Foto: Rolf Roos


Publicaties en modellen

Literatuur

Modellen

Eigenlijk zijn er geen geschikte modellen voor het Heuvelland. Van NICHE bestaat een Vlaamse versie die nog het meest voor dit landschaptype in aanmerking komt.

 

 

 

Groen Kennisnet, een netwerk van kennisportalen in het groene domein Zoeken in de
infobladen

(U gaat naar de
website van
Groen Kennisnet)
Groen Kennisnet, een netwerk van kennisportalen in het groene domein
Homepage
Home | Colofon | Print pagina
Zoek binnen deze website