Pad: Ecohydrologie / Ecohydrologische systeemanalyse / Voorbeeld van een ESA / Lieshout Fase 3: synthese

Lieshout Fase 3: synthese

Uit de regionale analyse komt naar voren dat in het diepe pakket en onderin het middeldiepe pakket schoon, hard grondwater in noordelijke richting stroomt. Daarboven bevindt zich in het middeldiepe pakket meestal minder hard water. Het topsysteem (Nuenen Groep) is in de omgeving van Lieshout sterk gelaagd met een afwisseling van afzettingen van leem, veen en zand. Op veel plekken zijn ook kalkrijke afzettingen in de ondiepe ondergrond aanwezig. De gelaagdheid van het topsysteem is van grote invloed op de stroming in dit pakket. Ondiep gelegen leemlagen zullen leiden tot een sterke laterale afstroming, terwijl de totale dikte, aaneengeslotenheid en gelaagdheid van leemlagen ook de verticale stromingsweerstand bepalen. Aangezien veelal ondiep in het topsysteem kalk aanwezig is, kan het ondiepe grondwater ook een hoge hardheid hebben.
Basenrijke standplaatsen kunnen in deze situatie zowel voortkomen uit lokale als uit regionale grondwatersystemen (zie f4-13). Gezien de eerder berekende stijghoogteverschillen zou in een aantal terreinen in het westelijk deel van het studiegebied naast lokale kwel ook middeldiepe kwel kunnen optreden. Kwel vanuit het diepe pakket trad al voor de start van de winning niet op en vanuit de regionale hydrochemie zijn er ook geen aanwijzingen voor.
Om te achterhalen wat op lokaal niveau in de natuurgebieden de sturende ecohydrologische processen en in hoeverre grotere grondwaterstelsels hierop van invloed zijn, is aanvullend onderzoek op lokale schaal uitgevoerd.


f4-13 Positionering van het studiegebied in het zandlandschap van de Centrale Slenk.



f4-14 Hydro-ecologisch profiel door het oostelijke blauwgrasland in het Spekt. Bron: Jalink & Van Boschinga 2000


Als voorbeeld gaan we dieper in op het onderzoek aan het Spekt (aan de andere gebieden is vergelijkbaar onderzoek gedaan). De meest relevante gegevens van het ecohydrologische systeem van het Spekt zijn te zien in f4-14. Op basis van overeenkomsten en verschillen in watersamenstelling is met pijltjes aangegeven wat de meest waarschijnlijke stromingsrichting van het water in het topsysteem is. Uit de figuur blijkt dat de basenrijkdom van het oostelijke blauwgrasland wordt gestuurd door lokale systemen. Ondiep in de bodem zijn leemlagen aanwezig van enkele meters dikte. Deze leemlagen, maar ook diverse zandlagen zijn kalkrijk.
Daardoor kunnen lokale grond- en regenwatersystemen kalkhoudend grondwater leveren. Hoewel er sprake is van een permanente overdruk vanuit het middeldiepe pakket (ca 75 cm stijghoogteverschil) wijst de waterkwaliteit uit dat in het terrein geen kwel vanuit dat pakket optreedt. Onder de eerste leemlaag en het dunne, kalkhoudende freatische pakket stroomt vervuild lokaal grondwater door. Het schone basenrijke grondwater in het freatisch pakket heeft een zeer lokale herkomst.
Mede door de aanwezigheid van diepe sloten zakken de freatische grondwaterstanden in droge perioden vrij diep weg. In combinatie met de variatie in toestroming van lokaal grondwater en het variërende neerslagoverschot leidt dit tot vrij grote fluctuaties in grondwaterstand. De fluctuerende waterstanden boven de leem leiden tot een hoge CO2-beschikbaarheid en plaatselijk tot vorming van zwavelzuur door pyriet-oxidatie. Indien aanwezig kunnen dan grote hoeveelheden calciet oplossen, wat ook in het sterk door regenwater beïnvloede deel tot een hoge hardheid heeft geleid. Bovenin het profiel kan wel verzuring optreden.

Literatuur:

 

Groen Kennisnet, een netwerk van kennisportalen in het groene domein Zoeken in de
infobladen

(U gaat naar de
website van
Groen Kennisnet)
Groen Kennisnet, een netwerk van kennisportalen in het groene domein
Homepage
Home | Colofon | Print pagina
Zoek binnen deze website