Pad: Ecohydrologie / Standplaatsfactoren en vegetatie / Valkuilen bij empirische relaties / Heterogene standplaatsen

Heterogene standplaatsen

Anders dan in de landbouw zijn de abiotische omstandigheden in natuurlijke ecosystemen verre van uniform. Sommige soorten groeien vooral op plaatsen met een sterke heterogeniteit in standplaatsfactoren. Blauwgraslanden en trilvenen staan bekend om hun interne milieuvariatie; die is zelfs bepalend voor hun grote soortenrijkdom.
De oorzaak van de variatie in milieufactoren in natte situaties is vaak de aanvoer van basenrijk kwelwater of basenrijk oppervlaktewater. De combinatie van basenrijk water in de bodem met een neerslagoverschot geeft in de bovenste decimeters van de bodem een zeer sterke verticale gradiënt in waterkwaliteit:

In een dergelijke situatie kunnen door verschillen in bewortelingsdiepte soorten van totaal verschillende standplaatsen in een fijn patroon naast elkaar voorkomen (f3-28). Ronde zonnedauw (Drosera rotumdifolia) bijvoorbeeld, moet het met zijn ondiepe wortels hebben van het voedselarme bovenste water. Deze plant is niet voor niets een vleeseter. Vlak daarnaast staat dan Riet, wortelend in het diepere voedselrijke water. Door kleine verschillen in maaiveldhoogte treedt ook nog eens heterogeniteit in het horizontale vlak op. Het spreekt voor zich dat de wijze van bemonstering in dit soort heterogene milieus van grote invloed is op het resultaat (f3-29). Over de wijze van bemonstering bestaan echter geen algemeen geldende afspraken.


f3-28 Heterogeniteit in waterkwaliteit in een ecosysteem onder invloed van basenrijke kwel.




 

 

 

 

 

 f3-29 Effect van het monstervolume, in een kwelmilieu, op het empirische verband tussen bodem-pH en de frequentie van voorkomen van een zuurminnende soort (Ronde zonnedauw): (A) ontleend aan een nauwgezet onderzoek naar de pH dicht bij de plantenwortels, (B) ontleend aan een analyse van gehomogeniseerde bodemmonsters van 40 cm dik. Hoewel curve A beter weergeeft wat de soort aan zijn wortels ‘ervaart', sluit curve B beter aan bij gangbare bodemchemische modellen. Naar Witte 2008

 


Naast heterogeniteit in de ruimte moeten ecologen ook rekening houden met heterogeniteit in de tijd. De grote spreiding in empirische relaties tussen bodem-pH en vegetatie (zoals bijvoorbeeld te zien in f3-26B in IJking van indicatiewaarden) hangt ongetwijfeld samen met het feit dat de pH schommelingen vertoont in de tijd, terwijl er meestal maar eenmalig wordt gemeten. Ook relaties tussen grondwaterstand en vegetatie worden vertroebeld doordat de grondwaterstand kan variëren als gevolg van het weer (f3-30). Volgens sommigen moet je wel 30 jaar om de twee weken de grondwaterstand meten om een betrouwbaar gemiddelde van de voorjaarsgrondwaterstand te bepalen.

f3-30 Voorbeeld van een tijdreeks van een tweewekelijks gemeten grondwaterstand. De fluctuaties zijn het gevolg van variaties in het weer.

Literatuur:

 

Groen Kennisnet, een netwerk van kennisportalen in het groene domein Zoeken in de
infobladen

(U gaat naar de
website van
Groen Kennisnet)
Groen Kennisnet, een netwerk van kennisportalen in het groene domein
Homepage
Home | Colofon | Print pagina
Zoek binnen deze website