Pad: Ecohydrologie / Standplaats, vegetatie en landschap / Standplaats en milieufactoren / Operationele en conditionerende factoren

Operationele en conditionerende factoren

De ruimtelijke variatie in het plantendek van Nederland wordt voornamelijk bepaald door de volgende vier standplaatsfactoren: zoutgehalte (saliniteit), vochttoestand, voedselrijkdom en zuurgraad. Deze factoren bepalen vrij direct de condities waaronder planten leven en worden daarom operationele standplaatsfactoren genoemd. De operationele factoren worden elk op hun beurt beïnvloed door meerdere conditionerende (indirecte) factoren. Een voorbeeld van een belangrijke conditionerende standplaatsfactor is kwel. In zoete natuurgebieden reguleert kwel de operationele factoren vochttoestand, voedselrijkdom en zuurgraad van de bodem.

In beekdalen is de aanwezigheid van basenrijke kwel vaak een voorwaarde voor het ontstaan van blauwgraslanden, de zeer soortenrijke graslanden op natte, voedselarme en zwakzure bodems. Ook buiten beekdalen kunnen blauwgraslanden ontstaan, maar dan spelen operationele en conditionerende factoren een ander spel. De zuurgraad is dan bijvoorbeeld hoog doordat het bodemsediment een hoge pH-buffering heeft, of doordat basenrijk oppervlaktewater wordt aangevoerd. Wat blauwgraslandvegetatie nodig heeft is dus een bepaalde constellatie van de factoren vochttoestand, voedselrijkdom en zuurgraad namelijk: nat, voedselarm, zwakzuur. Hoe die constellatie tot stand komt maakt voor de planten niet zo veel uit.

Terzijde: kwel is dus in principe een conditionerende factor. Toch wordt vaak gesproken van ‘soorten die kwel indiceren'. Dat zou inhouden dat kwel op zichzelf direct van invloed is op het voorkomen van een soort, ofwel een operationele factor is. Ecologen noemen vaak de zoetwaterplant Waterviolier (Hottonia palustris, zie foto) een betrouwbare kwelindicator. De verspreiding van deze soort in Nederland blijkt inderdaad redelijk te correleren met de aanwezigheid van kwelgebieden. Is het mogelijk om dit te verklaren met ‘kwel' als conditionerende factor? Eén mogelijke verklaring is dat Waterviolier alleen koolstof consumeert in de vorm van CO2, en dat CO2-rijke sloten vooral voorkomen in sommige kwelgebieden. Een andere verklaring is dat Waterviolier baat heeft bij de vrij constante temperatuur van kwelwater (ca. 10 °C, zijnde de gemiddelde luchttemperatuur in Nederland). Beide mogelijke verklaringen hebben betrekking op operationele factoren die ‘toevallig' correleren met kwel. Water met veel CO2 en een temperatuur van 10 °C kunnen zich in principe ook voordoen zonder dat er kwel in het spel is.
Kwelsloot met een roodbruine bodem vanwege ijzeroxide. Waterviolier (onder water en wit bloeiend daarboven) en Holpijp duiden op de aanwezigheid van basenrijk kwelwater. De handvormige bladeren zijn van Wateraardbei (Potentilla palustris).
Foto: J.P.M. Witte

Literatuur:

 

Groen Kennisnet, een netwerk van kennisportalen in het groene domein Zoeken in de
infobladen

(U gaat naar de
website van
Groen Kennisnet)
Groen Kennisnet, een netwerk van kennisportalen in het groene domein
Homepage
Home | Colofon | Print pagina
Zoek binnen deze website