Pad: Ecohydrologie / Standplaats, vegetatie en landschap / Verandering in waterhuishouding / Verdroging: minder water of ander water?

Verdroging: minder water of ander water?

Meer dan alleen vochttekort
Wegvallen van inundaties
Maatregelen tegen verdroging
Literatuur

Meer dan alleen vochttekort
Als een kamerplant te weinig water krijgt zal hij er eerst slapjes uit gaan zien, en vervolgens ter ziele gaan door vochttekort. In de landbouw leidt een vochttekort tot lagere gewasopbrengsten. Zowel in huis als op een perceel streeft men naar een optimaal voedingsregime en bestrijdt men parasieten en concurrenten (onkruiden). Vochttekort is in deze situaties dus gemakkelijk aan te wijzen als doodsoorzaak; de andere factoren worden immers optimaal gehouden.

In natuurgebieden geldt verdroging als belangrijke oorzaak van de achteruitgang van de vegetatie, maar daar gaat het om meer dan alleen vochttekort. Biologen onderzochten in de jaren tachtig van de vorige eeuw voor bijna vijfhonderd natuurterreinen de effecten van verdroging aan de hand van gegevens over waterhuishouding, vegetatie en ook fauna. De veranderingen in deze terreinen in de voorafgaande decennia werden afgeleid uit een vergelijking met gegevens van rond 1950. Vochtige en natte ecosystemen bleken voor ongeveer de helft matig tot sterk verdroogd. Vooral ecosystemen van voedselarme milieus waren aangetast, zoals duinvalleien, trilvenen, vochtige en natte heiden, hoogvenen en blauwgraslanden. De aantasting van de natuur was vooral ernstig in Hoog Nederland en in de duinen.


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 



f2-28 Deze kaart geeft weer in welke mate verdroginggevoelige natuur (dus natuur van natte en vochtige bodems) in Nederland is verdroogd. Ook effecten van extra wateraanvoer ter compensatie van verdroging en van kwelafname zijn in de kaart betrokken. Uit: Braat et al. (1989).

In de natuur is vochttekort echter maar één van de factoren waardoor planten verdwijnen. In de natuur zijn namelijk voedingsstoffen doorgaans minder overvloedig aanwezig en is er wél sprake van concurrentie tussen soorten. Zeker in natte situaties is de belangrijkste oorzaak van het verdwijnen van wilde plantensoorten daarom niet een tekort aan vocht.

Toch is het correct om verdroging aan te wijzen als belangrijke oorzaak van achteruitgang. Een verlaging van de grondwaterstand zet in de natuur namelijk een aantal - deels nog niet geheel begrepen - processen in gang die van invloed zijn op de soortensamenstelling. In f2‑29 is vereenvoudigd weergegeven welke negatieve gevolgen er kunnen optreden als natte en vochtige ecosystemen verdrogen. De figuur maakt duidelijk dat verdroging veel meer is dan alleen het verwelken van planten door een tekort aan water. Ook vermesting, verzuring en zelfs verzilting (wanneer verzilt oppervlaktewater wordt aangevoerd om lage grondwaterstanden te voorkomen) vallen onder het begrip verdroging. Deze samenhang tussen de verschillende milieubedreigingen verklaart waarom het vaak moeilijk is om één oorzaak voor de teloorgang van een natuurgebied aan te wijzen. Een soortenarme vergraste heide, bijvoorbeeld, kan het gevolg zijn van een structurele daling van de grondwaterstand, maar ook van een toegenomen stikstofdepositie vanuit de atmosfeer of een slecht beheer van de vegetatie.


f2-29 Belangrijkste schadelijke gevolgen van hydrologische veranderingen op natte en vochtige ecosystemen. Gestippelde lijnen geven mogelijke secundaire gevolgen van ingrepen weer (Witte, 2008). Verlaging van de grondwaterstand leidt allereerst tot minder water in de wortelzone, waardoor planten niet meer potentieel (maximaal) kunnen transpireren. Dit is verdroging in strikte zin (fysiologische verdroging). Ook kunnen soorten die gebonden zijn aan natte, anaërobe bodems verdwijnen doordat nutriënten in een vorm beschikbaar komen die moeilijk of niet opneembaar voor ze zijn, bijvoorbeeld stikstof in de vorm van nitraat in plaats van ammonium (drooglegging). Doordat meer zuurstof in de bodem doordringt, wordt organische stof sneller afgebroken. Bij deze mineralisatie komen voedingsstoffen vrij, waarvan concurrentiekrachtige soorten (vaak grassen) profiteren. Het resultaat van deze interne vermesting (interne eutrofiëring) is een verruigde, soortenarme vegetatie. Bij mineralisatie komen protonen vrij waardoor de pH daalt: de standplaats verzuurt. Verzuring kan ook optreden als de pH niet meer gebufferd wordt door de aanvoer van basenrijk grondwater. In de wortelzone wordt het basenrijke grondwater dan vervangen door basenarm regenwater. Vooral voor vegetaties die onder invloed staan van kwel, zoals sommige trilvenen en blauwgraslanden, is dit nadelig. Over inlaat van water ‘van buiten' zie Systeemvreemd water.

Wegvallen van inundaties
In het verleden stonden grote delen van Nederland 's winters onder water. Onder de invloed van het schone oppervlaktewater ontstonden toen relatief voedselrijke, soortenrijke, natte hooilanden en verlandingsvegetaties met Dotterbloemen en diverse hoog opgaande Zeggesoorten. In het laagveengebied kwamen in de boezemlanden en zomerpolders ook wel blauwgraslanden voor, met Pijpestrootje en lage zeggesoorten als Blauwe zegge.

Inmiddels zijn in bijna heel Nederland de oppervlaktewaterpeilen strikt gereguleerd, en behoren winterse overstromingen - met uitzondering van het buitendijkse riviergebied en het kustgebied - vrijwel tot het verleden. In de beekdalgraslanden en boezemgraslanden heeft dit geleid tot verzuring en verschraling, doordat de aanvoer van calciumbicarbonaat en nutriënten is weggevallen. In van nature mineraalarme zand- en veengronden zijn deze effecten het snelst merkbaar, binnen enkele tientallen jaren. In andere bodems gaat dit veel langzamer doordat het lang duurt voordat basen en nutriënten volledig zijn uitgespoeld of vastgelegd in organisch materiaal.

Maatregelen tegen verdroging
Terreinbeheerders hebben van meet af aan geprobeerd om verdroging te bestrijden. In het begin dacht men dat verdroging alleen een kwantiteitsprobleem was. Men nam simpele waterhuishoudkundige maatregelen, bijvoorbeeld het dichten van greppels om water in het gebied vast te houden, of de aanvoer van oppervlaktewater. Deze maatregelen hadden vaak niet het beoogde effect omdat planten ook eisen stellen aan de kwaliteit van het water: planten hebben niet alleen dorst, ze hebben ook lekkere dorst. Om die lekkere dorst te lessen zijn doorgaans maatregelen buiten het reservaat nodig, bijvoorbeeld verhoging van het waterpeil in aangrenzende landbouwgebieden. Verdroging is dus niet alleen een probleem van de terreinbeheerder (zie Tabel 2-5).


Tabel 2-5 Daling van de grondwaterstand in Hoog Nederland (Oost- en Zuidoost Nederland) sinds 1950 als gevolg van verschillende oorzaken. De grootste bijdrage aan verdroging komt van de landbouw. Naar Van Dam et al. (2005).

 Oorzaak dalingDaling
grondwaterstand (cm) 
 Bijdrage (%)
 Ontwatering landbouwgronden35  50
 Grondwaterontrekking voor drinkwater en industrie 10-100 30

 Diffuse oorzaken:
- Rechttrekken meanderende beken
- Toename gewasverdamping
- Bebossing
- Beregening landbouw
- Toename verhard oppervlak (verstedelijking)

 20 20


De overheid stimuleert via wetgeving en subsidies het herstel van de verdroogde natuur. Maatregelen die genomen worden zijn bijvoorbeeld:

De laatste twee maatregelen zijn soms de enige haalbare. Maar ze kunnen, zoals gezegd, nadelig uitpakken voor de vegetatie, vooral als die van schoon en basenrijk water afhankelijk is. Zie Mogelijke maatregelen voor een uitgebreidere behandeling van maatregelen tegen verdroging.


Het plaatsen van een stuw was in het verleden soms adequaat om het waterpeil lokaal hoog te houden. (Foto Rolf Roos)

Literatuur:

 

Groen Kennisnet, een netwerk van kennisportalen in het groene domein Zoeken in de
infobladen

(U gaat naar de
website van
Groen Kennisnet)
Groen Kennisnet, een netwerk van kennisportalen in het groene domein
Homepage
Home | Colofon | Print pagina
Zoek binnen deze website