Pad: Ecohydrologie / Inleiding / Ondergrondse stroming van water

Ondergrondse stroming van water

Alle dekzandlandschappen van Hoog Nederland, van Brabant tot Drenthe, vertonen in oorspronkelijke staat vergelijkbare processen van infiltratie en kwel.

Regenwater zakt weg in de grotendeels zandige bodem (infiltratie). Ondergronds verandert het eerst regenachtige, basenarme water in een minder zure oplossing: er komt meer kalk in en bij de oxidatie van organische stof in de bodem treedt reductie op van nitraat, sulfaat en ijzer, waarbij ijzer ook in oplossing gaat. Waar grondwater naar boven komt is sprake van kwel. Lokaal kunnen ook hele kleine hoogteverschillen in het landschap — van slechts één of enkele decimeters — uitmaken of water infiltreert of juist kwelt. Van hoog naar laag neemt in het systeem de vochtigheid, de voedselrijkdom en de rijkdom aan basische stoffen toe. De grondwaterspiegel vormt zich aan de bovenzijde van de ondergrond waar de bodemporiën permanent met grondwater zijn gevuld. Bij hooggelegen vennen met een slecht doorlaatbare bodemlaag vormt zich een schijnwaterspiegel.
Veen wordt gevormd op plekken die permanent nat zijn . Dat kan op hoge gronden zijn, waar in vennen hoogveenvorming kan beginnen. Lager in het landschap gebeurt het in beekdalen of depressies in het landschap. Natuurlijke beekdalen worden door grondwater gevoed. Van bovenloop naar benedenloop worden beekdalen steeds vaker en langduriger overstroomd door beekwater. Ook in relatief vlakke landschappen als droogmakerijen en veenweidegebieden stroomt water door het landschap. Kleine hoogteverschillen bepalen of water wegzijgt, of er overstromingen kunnen plaatsvinden, of dat er kwel optreedt.

 

Groen Kennisnet, een netwerk van kennisportalen in het groene domein Zoeken in de
infobladen

(U gaat naar de
website van
Groen Kennisnet)
Groen Kennisnet, een netwerk van kennisportalen in het groene domein
Homepage
Home | Colofon | Print pagina
Zoek binnen deze website