Pad: Ecohydrologie / Standplaatsfactoren en vegetatie / Waterkwaliteit en vegetatietype

Waterkwaliteit en vegetatietype

Er zijn talloze publicaties waarin de auteurs, via dwarsdoorsneden door een landschap, wijzen op de ruimtelijke samenhang tussen waterkwaliteit en het voorkomen van vegetatietypen. In Chemische typering passeerden verschillende methoden om grondwaterkwaliteit te karakteriseren de revue - en die worden in de praktijk alle gebruikt om samenhang met vegetaties te illustreren. Dotterbloemhooilanden komen bijvoorbeeld voor bij een bepaalde waterkwaliteit (zie de aambeeldvormige Stiff-diagrammen (calciumbicarbonaattype) in f2-19 / Chemische typering), natte heiden bij een andere (Stiff-diagrammen van het infiltratietype). Ook geeft men een gevonden verband tussen vegetatietype en waterkwaliteit weer in een EGV-IR diagram (vergelijk f2-17 in Chemische typering), een figuur met pH-ranges (f3-6) of een MAION diagram (voor een voorbeeld zie f2-22 in Chemische typering). In Ecohydrologische systeemanalyse (link??), zullen we nog verschillende voorbeelden tegenkomen.

f3-6 pH-respons van de Duin-Paardenbloemassociatie (A) en van de Duinsterretjes-associatie / subassociatie met Bleek dikkopmos (B) voor de bovengrond (rood), ondergrond (blauw) en totaal (zwart). In plantengemeenschappen die oppervlakkig zijn ontkalkt is een zuurdere bovengrond aan te treffen (A). Het komt ook voor dat de bovengrond juist basischer is, bijvoorbeeld door de regelmatige aanvoer via de wind van kalkrijk zand (B). Deze gevallen komen niet vaak voor, bij de meeste plantengemeenschappen is het verschil in respons tussen de diep en de ondiep wortelende soorten niet noemenswaardig. N = het aantal vegetatieopnames (Naar: J.P.M. Witte).

Hier behandelen we nog een andere manier om de relatie tussen waterkwaliteit en vegetatietype weer te geven. In Standplaats, vegetatie en landschap hebben we gezien dat kalk in de ondergrond oplost onder invloed van het in de wortelzone geproduceerde koolzuurgas. Bij chemisch evenwicht kan vergelijking [2-4] herschreven worden tot:

Dit evenwicht is weergegeven in f3-7 (de rechte lijn bovenin). De beide krommen geven voor twee regio's van het Pleistocene zandgebied de feitelijke relatie weer tussen de variabelen van [3-1] in het freatisch grondwater.

  


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

f3-7 Ontwikkeling van de verzadigingsgraad van grondwater door verwering van calciet (uit: Kemmers 1993). Tevens is aangegeven welke vegetatietypen in de verschillende trajecten van de verzadigingsreeks voorkomen. Atmoclien (recent geïnfiltreerd) regenwater bevindt zich rechtsonder; het lithocliene karakter van het grondwater wordt sterker naar linksboven toe.

 

Literatuur:

 

Groen Kennisnet, een netwerk van kennisportalen in het groene domein Zoeken in de
infobladen

(U gaat naar de
website van
Groen Kennisnet)
Groen Kennisnet, een netwerk van kennisportalen in het groene domein
Homepage
Home | Colofon | Print pagina
Zoek binnen deze website