Pad: Fauna / Bedreigingen / Effecten van exoten

Effecten van exoten

Inhoud van deze pagina:
Invasieve uitheemse soorten
Invasiviteit
Beheer van invasieve exoten
Zonnebaars frustreert natuurbeheerders

Invasieve uitheemse soorten
Het aantal soorten in Nederland neemt toe. Niet doordat het goed gaat met de natuur, maar omdat soorten uit alle windstreken door menselijk handelen het land binnen komen. Deze soorten gebruiken diverse migratieroutes zoals het recent gegraven Rijn-Main-Donaukanaal, ballastwater van vrachtschepen en de handel in planten en dieren. Sommige van deze exoten zijn invasief. Dat wil zeggen dat zij in staat zijn zeer talrijk te worden. Invasieve exoten kunnen tot allerlei soorten problemen leiden op de gebieden van veiligheid, waterhuishouding, economie, volksgezondheid en ecologie.

Invasiviteit
Slechts een klein deel - ongeveer 1 % - van de soorten dat zich door menselijk handelen buiten het natuurlijke areaal weet te verspreiden, wordt uiteindelijk invasief. De hoge aantallen waarin exotische soorten kunnen voorkomen, worden vaak toegeschreven aan het hier ontbreken van concurrenten, predatoren, parasieten en ziekten die de aantallen van deze soorten in hun natuurlijke areaal binnen de perken houden. Daarnaast kunnen abiotische en mechanische verstoringen, zoals watervervuiling en verzuring, zorgen voor het verdwijnen van inheemse soorten. Van de daardoor ontstane lege niches kunnen uitheemse soorten profiteren. Een bekend voorbeeld is de snelle vestiging van de Kaspische slijkgarnaal Corophium curvispinum in de Rijn na de Sandoz-giframp in 1986. Een ander voorbeeld is de sterke uitbreiding van Grijskronkelsteeltje (Campylopus introflexus) in stuifzanden en duinen welke het gevolg is van stikstofvermesting. Inheemse soorten kunnen de lege niches vullen en de rol van concurrenten en predatoren overnemen. Zodoende kan natuurbeheer bijdragen aan het tegengaan van invasies, doordat zij op termijn zorgt voor een toename van de aantallen en soortenrijkdom van inheemse soorten. Echter, op korte termijn kunnen natuurherstelmaatregelen via hun vaak mechanische verstoring ook bijdragen aan invasies van exoten. Dit is bijvoorbeeld in diverse vennen gebeurd, die na uitbaggeren bevolkt zijn geraakt met kleurrijke zonnebaarzen (zie hieronder).

Beheer van invasieve exoten
Vanuit het beleid wordt zwaar ingezet op het vroegtijdig voorkomen van introducties en invasies aangezien dit het meest kosteneffectief is en een relatief hoge kans van slagen heeft. Door snel in te grijpen kan worden voorkomen dat een ongewenste exoot zich vestigt en uitbreidt. Het is echter via preventie niet uit te sluiten dat soorten toch via moeilijk controleerbare wegen, zoals waterwegen, binnen weten te komen of dat reeds aanwezige soorten zich opeens sterk kunnen manifesteren.
Veel beheerders zijn bezig met actieve bestrijding van uitheemse soorten om ecologische schade te beperken. Enkele van de meest voorkomende maatregelen zijn het afzagen of begrazen van Amerikaanse vogelkers (Prunus serotina), vangen van Muskusratten (Ondatra zibethicus) en maaien van Grote waternavel (Hydrocotyle ranunculoides). Meestal zijn deze vormen van bestrijding niet volledig effectief in het lokaal uitroeien van een soort. Daardoor blijft regelmatig ingrijpen nodig om de betrokken soorten te controleren. Ook zijn er veel exoten die zo moeilijk te bestrijden zijn met de beschikbare technieken dat er geen handelingsperspectieven voorhanden zijn. Dit geldt bijvoorbeeld voor de uitheemse kreeftachtigen en grondels die via het Rijn-Main-Donaukanaal het stroomgebied van de Rijn bereiken. Er is daarom behoefte aan beheersmaatregelen waarmee de invasiegevoeligheid van ecosystemen verminderd kan worden en we uitheemse soorten zodoende duurzaam kunnen weren.

Zonnebaars frustreert natuurbeheerders
De zonnebaars komt van nature voor in Noord-Amerika. In Europese tuincentra worden zonnebaarzen verkocht voor tuinvijvers, vanwaar zij met enige regelmaat worden uitgezet in de natuur. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de soort steeds vaker wordt aangetroffen in Nederlandse wateren. Vooral in vennen en poelen kan de soort hoge dichtheden bereiken, waarbij hij populaties van inheemse ongewervelden en amfibieën decimeert. De zonnebaars lijkt te profiteren van ingrijpende natuurbeheersmaatregelen, zoals het uitbaggeren van vennen en aanleggen van poelen. Waarschijnlijk komt dat doordat in deze wateren de aantallen van mogelijke concurrenten en predatoren zeer laag zijn. Daarnaast ontstaat door het beheer een zandige bodem, wat een bijzonder geschikt voortplantingsubstraat is (Foto 1).

Zonnebaarsnestkuilen
Foto 1: Mannelijke zonnebaarzen graven nesten en bewaken daarin hun nageslacht. Deze nesten worden bijvoorkeur aangelegd op minerale bodems.

De geringe ervaring met de bestrijding van zonnebaars leert dat uitroeien erg lastig is. Verschillende pogingen om alle vissen weg te vangen zijn mislukt. Als de zonnebaars in hoge dichtheden voorkomt, leidt de onderlinge concurrentie er toe dat de vissen langzaam groeien en weinig nageslacht produceren. Maar als vervolgens een groot deel van de populatie wordt weggevangen, neemt het voortplantingssucces sterk toe waardoor de populatie zich snel hersteld. Afvissen heeft dus alleen zin als de kans groot is dat daarmee alle zonnebaarzen worden gevangen. Tot op heden bestond de enige geslaagde bestrijdingsactie uit het leegpompen, afvissen en verondiepen van een geïnfecteerd ven. Deze complexe set van maatregelen is lang niet overal mogelijk of gewenst. Zijn er andere geschikte beheersmaatregelen? Om deze vraag te beantwoorden loopt momenteel binnen het programma Ontwikkeling en beheer natuurkwaliteit (O+BN) een onderzoek naar de natuurlijke regulatiemechanismen van zonnebaarsdichtheden. Daarin wordt gekeken onder welke omstandigheden de voortplanting en overleving van zonnebaars zo laag is dat deze geen ecologische schade aanricht. De eerste resultaten van het veldonderzoek laten zien dat overleving belangrijker is voor de regulatie van zonnebaarsaantallen dan reproductie. In het veld vertonen de aantallen zonnebaars een negatieve correlatie met de dichtheden van inheemse roofvissen. Dat wijst er op dat het verminderen van de overleving door het uitzetten van baars en snoek mogelijk een kansrijke bestrijdingsmethode is. Ervaring en onderzoek aan deze bestrijdingsmaatregel ontbreekt momenteel nog en is zeer gewenst voordat de maatregel op grote schaal toegepast kan worden.

Met bijdragen van:
Hein van Kleef, december 2010

 

Groen Kennisnet, een netwerk van kennisportalen in het groene domein Zoeken in de
infobladen

(U gaat naar de
website van
Groen Kennisnet)
Groen Kennisnet, een netwerk van kennisportalen in het groene domein
Homepage
Home | Colofon | Print pagina
Zoek binnen deze website