Pad: Natuurtypen / Cultuurhistorische bossen (N17) / Droog hakhout (N17.02) / Eikenhakhout / Regulier beheer

Eikenhakhout 

Inhoud van deze pagina: 

REGULIER BEHEER
Tijdstip van kappen
Kapcyclus
Wijze van kappen
Perceelgrootte

Tijdstip van kappen
In het oude hakhoutbeheer werd het hakhout in de winter gekapt, opdat de jonge loten in het volgende jaar voldoende konden doorgroeien. Wanneer het hakhout werd gebruikt voor het winnen van schors werd het later afgezet, bij voorkeur in mei wanneer de sapstroom goed op gang was gekomen en de schors gemakkelijk van de stam kon wordt losgeklopt. Voor de vitaliteit van de hakhoutstoof is zo’n late kap ongunstig omdat daarmee het gevaar bestaat dat de nieuwe twijgen onvoldoende uitharden voordat de vroege nachtvorsten invallen in de herfst. Hakhout kan dus het best worden afgezet voordat de bomen weer actief worden (uiterlijk 15 maart volgens de Gedragscode Zorgvuldig Bosbeheer).

Kapcyclus
De omlooptijd werd bepaald door de functie van het hakhout, maar vaak meer nog door de financiële situatie van de eigenaar. De gemiddelde omloop bedroeg 10-12 jaar. Hakhout dat gebruikt werd voor de productie van schermen voor de tabaksteelt, kennelijk een belangrijke toepassing in de 19de eeuw, had een omlooptijd van 5 à 6 jaar. Voor de productie van eikenbast voor het looien van leer (‘eek’)  werden omlopen van zeven jaar of langer toegepast, waarbij een verschil van slechts enkele jaren een substantieel grotere oogst en betere kwaliteit opleverde. Bij langdurig toepassen van een korte omloop, soms zelfs van drie jaar, herstelden de hakhoutstoven zich onvoldoende en trad degradatie op. Bij langere omlopen dan circa 20 jaar bestond het gevaar van inscheuren van de stoof en van het onvoldoende uitlopen van de stobben. Voor ecologische doelstellingen wordt tegenwoordig een omlooptijd van 10 à 15 jaar aanbevolen.

Wijze van kappen
Traditioneel werd het eikenhakhout niet gezaagd maar gehakt. Meestal niet met een bijl, maar met een breed en kortgesteeld hakmes, de ‘hiep’, waarmee minder kracht gezet kon worden maar wel nauwkeuriger gehakt. Bij een eerste hak van jonge aanplant werd tijdens het hakken achter de stam een blok van zacht hout gehouden om de schok zoveel mogelijk op te vangen en zo schade aan het wortelstelsel te voorkomen (zie ook Essenhakhout). Nog afgezien van de vraag of wij in onze tijd nog over de vakkennis beschikken om op deze wijze hakhout af te zetten, verdient het werken met de (motor)zaag om meerdere redenen de voorkeur (sneller, veiliger, minder kans op wortelschade). Zaak is wel om een aantal zaken, net als vroeger, in het oog te houden. In de eerste plaats: zorg voor een schuin zaagvlak en voorkom splijten van de stobbe en scheuren van de stoof om zo inwateren, rotting en uiteindelijk sterfte van de stobbe of stoof te voorkomen. Bovendien is het van belang zo min mogelijk schade aan de schors te veroorzaken (zorg voor mooie strakke zaagranden!). Bij de traditionele wijze van werken werd doorgaans geprobeerd het hakhout zo laag mogelijk bij de grond af te zetten. Bij risico op vraatschade, bijvoorbeeld in het hakhout langs weilanden, werd hoger afgezet, tot wel 2 meter, zodat de nieuwe telgen buiten bereik van het vee bleven. Hoge stoven kunnen voor de natuurbeheerder een meerwaarde hebben, bijvoorbeeld omdat zij meer kansen bieden aan holenbroeders.

Perceelgrootte
Hierboven werd aangegeven dat vraat in het eikenhakhout een groot probleem kan vormen, met name in de eerste jaren na de kap. Vooral reeën vinden de uitlopende stoven vol jonge twijgen aantrekkelijk. Uitrasteren kan dan een oplossing zijn. Het blijkt echter dat de mate van wildschade sterk afhankelijk is van de oppervlakte van het hakhoutperceel. Hoe groter het perceel, des te geringer de schade. Daar staat tegenover dat het vanuit oogpunt van natuurbehoud nuttig is om binnen één bosgebied meerdere hakhoutstadia in mozaïek naast elkaar te ontwikkelen. Dit pleit dus weer voor kleinschaligheid in het beheer. Nadeel is dan wel dat bij te kleine percelen het hakhout weer minder goed zal hergroeien door beschaduwing vanuit de rand. In de praktijk houdt men daarom een te kappen oppervlakte van een kwart tot één hectare aan, afhankelijk van de te verwachten vraat, de vorm en de oppervlakte van het gehele hakhoutbos.

| Bedreigingen | Regulier beheer | Herstelbeheer | Inrichting |

 

Groen Kennisnet, een netwerk van kennisportalen in het groene domein Zoeken in de
infobladen

(U gaat naar de
website van
Groen Kennisnet)
Groen Kennisnet, een netwerk van kennisportalen in het groene domein
Homepage
Home | Colofon | Print pagina
Zoek binnen deze website