Pad: Natuurtypen / Cultuurhistorische bossen (N17) / Droog hakhout (N17.02) / Eikenhakhout / Herstelbeheer

Eikenhakhout

Inhoud van deze pagina: 

HERSTELBEHEER
Voorwaarden voor succes
Strooisel verwijderen of bekalken?
Gefaseerd afzetten kan helpen
Inboeten

Voorwaarden voor succes
Herstel van verwaarloosd, doorgeschoten hakhout of spaartelgenbos is vooral afhankelijk van de groeiplaats en van de periode die verstreken is sinds de laatste kapbeurt. De kansen op herstel zijn groter naarmate de groeiplaats rijker is – een lemige stuwwalbodem is dus kansrijker dan een leemarme dekzandbodem. Hoe ouder het hout dat op de stobben is bijgegroeid, des te kleiner de kans is dat er na kap nog slapende knoppen zullen uitlopen. Daarbij is bij langdurig niet-afgezette stoven het risico groot dat door het te grote gewicht van de stammen scheuren in de stoof zijn ontstaan met inwateren, rotting en op termijn mogelijk afsterven als gevolg.

Strooisel verwijderen of bekalken?
Een factor die het herstelbeheer negatief kan beïnvloeden is de ophoping van strooisel en daarmee samenhangend de verzuring van de bovengrond. Hoe langer het geleden is dat een hakhoutperceel voor het laatst is afgezet, des te meer strooisel er zal zijn opgehoopt. Daarnaast spelen regionale verschillen in stikstofdepositie een rol. Bij plotselinge lichtstelling zal een deel van het opgehoopte bladstrooisel versneld mineraliseren. Daardoor zullen bij continuering van het hakhoutbeheer de negatieve effecten van de strooiselaccumulatie geleidelijk verdwijnen.
Verwijderen van strooisel kan dit herstel versnellen maar heeft ook nadelen. Met nutriënten en humuszuren worden ook bosplanten, een deel van de zaadbank, bodemorganismen en kostbare basen verwijderd. Bovendien is strooiselverwijdering kostbaar. Wanneer een beheerder hier toch mee wil experimenteren, verdient het aanbeveling dit kleinschalig te doen, en bij voorkeur zo dat verspreid door het bos ‘stepping-stones’ ontstaan voor bossoorten die gebaat zijn bij de afwezigheid van dikke pakketten gehumificeerd strooisel (waaronder de hierboven al genoemde ‘oud-bossoorten’ als Dalkruid en Gewone salomonszegel, halfschaduwplanten als Hengel en diverse soorten paddenstoelen).
Voor eventuele bekalking zou een nog grotere terughoudendheid moeten gelden. De gevolgen van deze maatregel op bosbodem en -organismen zijn zeer ingrijpend en de langetermijngevolgen zijn onvoldoende bekend.

Gefaseerd afzetten kan helpen
Traditioneel werd het eikenhakhout zo kort mogelijk boven de oude stobben afgezet. Bij regelmatige kap was de beschikbaarheid van slapende knoppen nooit een probleem en te hoog afzetten leverde het risico op dat de stoof op termijn te hoog werd om nog goed met de hand te bewerken. Indien er in lang verwaarloosd hakhout gevreesd wordt voor een tekort aan slapende knoppen, kan men er voor kiezen het hout gefaseerd af te zetten. In een eerste ronde worden de stammen dan minimaal een halve meter boven de stoof afgezaagd, waarna – enkele jaren later – een krachtige, zo laag mogelijk geplaatste twijg wordt uitgekozen als opvolger. Vlak hierboven wordt dan het resterende deel van de oude stam verwijderd. Het is meer werk en vereist de nodige precisie, maar de succeskans is aanmerkelijk groter. Bovendien wordt het risico van scheuren van de stoof bij het verwijderen van zwaar stamhout gereduceerd.

Inboeten
Hoe zorgvuldig men ook te werk gaat bij het herstellen van een hakhoutperceel, er zal vrijwel altijd ook opnieuw ingeboet moeten worden. Hetzij omdat niet alle gekapte stoven weer goed zullen uitlopen, hetzij om al aanwezige gaten in de opstand op te vullen. Traditioneel werd eikenhakhout ingeboet met jonge stekken van anderhalve voet (circa 45 cm) lang en één duim in omtrek, dat wil zeggen met een diameter van iets minder dan een centimeter. De stekken werden geplant in een verband van ruim één meter in het vierkant, en liefst na zes of zeven jaar voor het eerst gekapt. In de praktijk vond de eerste kap echter veelal na drie of vier jaar plaats, maar de huidige beheerder die niet streeft naar een zo snel mogelijke oogst zal liever de ‘officiële’ termijn van zes of zeven jaar aanhouden.
De mate waarin wordt ingeboet is afhankelijk van de doelstelling voor het opnieuw in cultuur brengen van het oude hakhout. Wanneer men een echt hakhoutbos nastreeft kan met bovenstaand plantverband van 1x1 meter worden gewerkt om zo op termijn voldoende stoven over te houden. Om redenen van natuurbehoud hoeft het echter geen probleem te zijn als de dichtheid een stuk lager is. Het duurt dan wel langer voordat het perceel weer in sluiting komt. In de tussentijd kunnen zich echter ook andere soorten vestigen die later meegehakt kunnen worden, waardoor er een gemengd hakhout ontstaat. Een relatief lage dichtheid is misschien niet historisch verantwoord, maar draagt wel bij aan de diversiteit in het perceel.

| Bedreigingen | Regulier beheer | Herstelbeheer | Inrichting |

 

Groen Kennisnet, een netwerk van kennisportalen in het groene domein Zoeken in de
infobladen

(U gaat naar de
website van
Groen Kennisnet)
Groen Kennisnet, een netwerk van kennisportalen in het groene domein
Homepage
Home | Colofon | Print pagina
Zoek binnen deze website