Pad: Natuurtypen / Cultuurhistorische bossen (N17) / Droog hakhout (N17.02) / Eikenhakhout / Bedreigingen

Eikenhakhout

Inhoud van deze pagina: 

BEDREIGINGEN
Stikstofdepositie en zure regen
Lichtminnaars verdwijnen uit het bos
Strooiselophoping
Meeldauw verzwakt jonge uitlopers
De beheerder mag kiezen: vraat of bramen?

Stikstofdepositie en zure regen
Atmosferische depositie van stikstof en andere verzurende stoffen hebben in de afgelopen decennia de natuurwaarden in de bossen op de arme zandgronden sterk aangetast. Dit geldt zowel voor de opgaande bossen als voor het eikenhakhout. Voor meer informatie zie Zuur droog bos.

Lichtminnaars verdwijnen uit het bos
De belangrijkste bedreiging van het eikenhakhout in de afgelopen halve eeuw is het gebrek aan beheer geweest. Vrijwel alle voormalige eikenhakhoutbossen zijn doorgeschoten of omgevormd tot spaartelgenbos (‘op enen gezet’), met ingrijpende gevolgen. Het belangrijkste gevolg is dat door het steeds donkerder worden van het bos de kenmerkende mantel- en zoomsoorten van het eikenhakhout geleidelijk uit het systeem zijn verdwenen, planten én dieren. Het opnieuw in hakhoutbeheer nemen van het bos zal niet automatisch leiden tot herstel. Vooral soorten met geringe dispersiemogelijkheden en – waar het de planten betreft – een kort levende zaadbank zijn wat dit betreft erg kwetsbaar. Overlevende populaties in voormalige hakhoutpercelen kunnen worden behouden door deze percelen opnieuw in hakhoutbeheer te nemen. Het verder laten doorgroeien tot gesloten opgaand bos leidt in de regel uiteindelijk tot het verdwijnen van de populatie.

Strooiselophoping
Een tweede belangrijk gevolg van ‘nietsdoen’ is versnelde strooiselophoping en bodemverzuring. Niet alleen is de strooiselproductie van een opgaand bos groter, ook de strooiselafbraak is er lager dan in een hakhoutbos. Dat laatste komt door het wegvallen van de versnelde mineralisatie van de strooisellaag bij periodieke lichtstelling. Vooral bosplanten die gebonden zijn aan een min of meer gebufferde bovengrond en paddenstoelen die afhankelijk zijn van de jongere stadia van humusprofielontwikkeling zijn de dupe. Atmosferische stikstofdepositie zorgt voor een grotere bladproductie en verergert daarmee het probleem. Hetzelfde geldt – en in nog sterkere mate – voor het gebrek aan bodemroering in voormalige hakhoutbossen. Het gaat hierbij om het wegvallen van

Bij rigoureus graafwerk kwam steeds weer relatief basenrijk bodemmateriaal aan de oppervlakte, waardoor ook ‘rijkere’ soorten als Bosanemoon zich in het hakhout op de arme zandgronden konden handhaven. Een dergelijke werkwijze wordt tegenwoordig niet meer toegepast, om financiële redenen, maar ook vanwege de ecologische betekenis van oude, dode stoven, vooral voor paddenstoelen en insecten (waaronder het Vliegend hert).

Meeldauw verzwakt jonge uitlopers
De komst van de eikenmeeldauw aan het begin van de 20e eeuw is één van de redenen voor de achteruitgang van de rentabiliteit van het eikenhakhout en daarmee van de grootte van het areaal. Deze parasiet is nog steeds een groot probleem. Zij onttrekt water en voedingsstoffen aan de bladeren, en doordat de schimmeldraden het blad bedekken ontvangt de boom aanzienlijk minder licht waardoor de groei vertraagd wordt. Ernstige meeldauwaantasting kan uiteindelijk leiden tot sterk gereduceerde groei of zelfs tot de dood van twijgen. Doordat vooral de bladeren van jonge twijgen worden aangetast, zijn recent afgezette hakhoutstoven kwetsbaarder dan uitgegroeide stoven of opgaande eikenbomen. Meeldauw kan worden bestreden met fungiciden maar een dergelijke benadering is onverenigbaar met de ecologische functies van het bos.

De beheerder mag kiezen: vraat of bramen?
Recent afgezette hakhoutstoven zijn bijzonder gevoelig voor vraat door hun volle pruik van jonge, sappige twijgen op comfortabele ‘haphoogte’. Hakhoutbeheer en bosbegrazing gaan – vooral in de eerste jaren na de kap – dan ook moeilijk samen, een wetmatigheid waar onze voorouders zich terdege van bewust waren. Bosbegrazing door runderen en paarden laat zich echter gemakkelijker sturen dan de invloed van wilde herbivoren, een probleem dat in veel boscomplexen tegenwoordig waarschijnlijk groter is dan vroeger. De beste oplossing lijkt dan ook om recent afgezet hakhout uit te rasteren.
Helaas brengt dit weer andere problemen met zich mee. De plotselinge lichtstelling kan een explosie van bramen tot gevolg hebben, die bij gebrek aan grote herbivoren in extreme gevallen het uitlopen van de stoven ernstig kan verstoren en zelfs sterfte van de jonge uitlopers kan veroorzaken. Hakhoutbeheer vraagt in die gevallen om intensieve nazorg in de jaren volgend op de kap. Traditioneel gebeurde dit door het omspitten van de bosbodem en het rooien of maaien van de bramenopslag of andere tot dominantie neigende soorten zoals Adelaarsvaren. Tegenwoordig wordt dit vaak achterwege gelaten. Ten onrechte, want nazorg blijft noodzakelijk. Het devies: een paar jaar maaien om de bramen of adelaarsvarens laag te houden, en dit volhouden tot de eikenscheuten hoog genoeg zijn doorgegroeid om niet meer bedreigd te worden.
Bramenbestrijding is overigens van alle tijden. Ook vòòr de tijd van de atmosferische depositie van stikstof trad periodieke woekering van bramen op. De ontwikkeling van braamvegetaties en daarmee de noodzaak van nazorg in recent afgezette hakhoutpercelen hebben – voor zover bekend – altijd een vast onderdeel van de hakhoutcyclus gevormd.
Bramenbestrijding heeft als doel het veiligstellen van de hergroei van de stobben. Het is echter zaak om genuanceerd met bramen om te gaan. Vooral in oude bosgebieden gaat het niet om één bramensoort maar om meerdere, soms zelfs vele ‘kleine soorten’, waaronder diverse zeldzaamheden en/of indicatoren voor oude bosgroeiplaatsen. Een ander argument om de opslag van bramen niet al te rigoureus te willen bestrijden is dat bramen op lichte plekken een essentiële nectarbron vormen voor dagvlinders en andere insecten.

| Bedreigingen | Regulier beheer | Herstelbeheer | Inrichting |

 

Groen Kennisnet, een netwerk van kennisportalen in het groene domein Zoeken in de
infobladen

(U gaat naar de
website van
Groen Kennisnet)
Groen Kennisnet, een netwerk van kennisportalen in het groene domein
Homepage
Home | Colofon | Print pagina
Zoek binnen deze website