Pad: Natuurtypen / Cultuurhistorische bossen (N17) / Vochtig hakhout en middenbos (N17.01) / Middenbos / Bedreigingen

Middenbos

Inhoud van deze pagina:

BEDREIGINGEN
Isolatie bemoeilijkt herstel
Bosrank en bramen
Stikstofdepositie of oververhitting?
Hakhout zonder overstaanders …of juist steeds minder hakhout!

Isolatie bemoeilijkt herstel
In het algemeen geldt dat het Zuid-Limburgse hellingbossenareaal in de afgelopen eeuwen niet erg sterk is veranderd. In feite is de oppervlakte hellingbos in de afgelopen eeuw, door bosontwikkeling op voormalige kalkgraslanden, zelfs iets toegenomen. De huidige versnippering van het areaal is dus geen nieuw fenomeen maar een situatie die al vele eeuwen bestaat. Toch is isolatie voor hellingbossoorten tegenwoordig een belangrijker knelpunt dan enige decennia geleden. Dit geldt eens te meer voor de soorten van het middenbos. Dit heeft twee redenen.

Bosrank en bramen
Een consequentie van de regelmatige kap van een groot deel van de houtige vegetatie bij een middenbosbeheer is het steeds wisselende microklimaat. Plotseling dringt na kap veel meer licht en warmte tot de bosbodem door. Dit leidt tot een versnelde mineralisatie van organische stof. Verschillende soorten die in het gesloten bos een min of meer kwijnend bestaan reageren direct op het verhoogde aanbod aan licht en voedingsstoffen met een spectaculaire groeispurt (zie ‘Voorkomen van verruiging’ onder Regulier beheer). Een in ons land zeldzame specialist die bij uitstek gedijt onder dit soort dynamische omstandigheden is de Bosroos (Rosa arvensis), een soort met een enigszins misleidende Nederlandse naam: zij kan geruime tijd schaduwrijke omstandigheden verdragen, maar komt alleen na lichtstelling tot groei en bloei. Twee soorten die nog explosiever kunnen reageren op periodieke kaalkap zijn Bosrank (Clematis vitalba) op ondiepe kalkbodems en Gewone braam (Rubus fruticosus) op (diepere) leembodems. Hierbij kunnen zij het recent afgezette hakhout en de jongste leeftijdsklasse van de opgaande bomen geheel overgroeien en ernstig in hun (her)groei remmen. Ook vanuit oogpunt van natuurbeheer is de explosieve groei van Bosrank en Gewone braam ongewenst. Wordt de bosbodem te snel weer bedekt door een dik pakket stengels en bladeren, dan krijgen lichtminnende doelsoorten als Ruig hertshooi en de verschillende orchideeën geen kans. Ook voor insecten als de Bosparelmoervlinder is gebleken dat er in productievere situaties een kortere hakhoutcyclus wenselijk is.

Stikstofdepositie of oververhitting?
Bij herstelbeheer (zoals dat sinds 1976 in een aantal boscomplexen rond Oud-Valkenburg plaatsvindt, zie ‘Afvoer van gekapte biomassa’ onder Herstelbeheer) lijken er op sommige plekken nog andere bedreigingen een rol te spelen. Het meest duidelijk is dit op het oostelijk deel van de Schaelsberg. Hier blijven verschillende bospercelen als het ware in een ruigtestadium steken. De hergroei van hakhout en jonge bomen stagneert en naast Bosrank en bramen verschijnen ook nitrofielen als Grote brandnetel en Hondsdraf op het toneel. Wat is hier aan de hand? Stikstofdepositie lijkt geen aannemelijke verklaring. De afstand tussen de verruigde hellingen en plekken waar het beheer uiterst succesvol is, bedraagt minder dan twee kilometer, terwijl de bodemopbouw vergelijkbaar is.
Mogelijk speelt een tijdelijk gebruik als landbouwgrond in een (ver?) verleden een rol. Maar ook de effecten van sterke instraling op de bodem kunnen een rol spelen. Het valt namelijk op dat de ergste verruiging plaatsvindt op zuidhellingen zonder overstaanders. Hier kunnen na kap de temperaturen zo sterk oplopen dat een sterke indroging plaatsvindt. De mineralisatie van organische stof krijgt hierdoor een impuls. De vrijkomende stikstof wordt normaal gesproken opgenomen in de vegetatie én in het bodemleven. Bij plotselinge sterke instraling sterft echter ook een deel van het bodemleven af waarbij ook een grote hoeveelheid stikstof beschikbaar komt door mineralisatie van dierlijke eiwitten. Lichtgevoelige planten als Bosrank reageren hierop door een sterke uitbreiding en investeren stikstof in hun biomassa. Aan het eind van het groeiseizoen sterft Bosrank af waardoor weer labiele humus terugkeert naar de bodem. In de loop van winter en voorjaar mineraliseert deze labiele humus weer (door de zuidexpositie kan dit al zeer vroeg in het voorjaar beginnen) en kunnen Bosrank, Brandnetel en Hondsdraf opnieuw profiteren.

Hakhout zonder overstaanders …of juist steeds minder hakhout!
Wanneer bij het (herstel)beheer de nadruk te eenzijdig ligt op de hakhoutcomponent van het systeem bij gelijktijdige veronachtzaming van de recrutering van toekomstige overstaanders (jonge bomen van diverse leeftijdsklassen) dreigen twee gevaren, vooral bij een korte kapcyclus. In de eerste plaats kunnen lichtminnende bosplanten uit het systeem verdwijnen door een te hoge dynamiek en een te hevige concurrentie. In de tweede plaats kan er vooral op zuidhellingen oververhitting van de bosbodem ontstaan, met afsterven van de bodemfauna en extra mineralisatie en verruiging tot gevolg.
Het gevaar van het veronachtzamen van de leeftijdsopbouw van de opgaande bomen bestaat vooral in natuurgebieden waar de beheerder primair geïnteresseerd is in (herstel) van de aan het hakhoutbeheer gebonden en op ondiepe kalkbodem orchideeënrijke kruidlaag. Het omgekeerde gevaar, veronachtzamen van de hakhoutcomponent, bestaat vooral in middenbossystemen die vanuit houtteeltkundig perspectief beheerd worden en waar de nadruk geleidelijk is komen te liggen op de productie van zaaghout. Wanneer afgestorven of minder vitale hakhoutstoven niet meer vervangen worden (inboeten) en woekering van bramen en/of Bosrank niet langer worden bestreden (zie ‘Voorkomen van verruiging’ onder Regulier beheer), treedt verval van de hakhoutlaag op en verdwijnt de specifiek aan het hakhoutbeheer gebonden flora en fauna.

| Bedreigingen | Regulier beheer | Herstelbeheer | Inrichting |

 

Groen Kennisnet, een netwerk van kennisportalen in het groene domein Zoeken in de
infobladen

(U gaat naar de
website van
Groen Kennisnet)
Groen Kennisnet, een netwerk van kennisportalen in het groene domein
Homepage
Home | Colofon | Print pagina
Zoek binnen deze website