Pad: Natuurtypen / Cultuurhistorische bossen (N17) / Vochtig hakhout en middenbos (N17.01) / Wilgengriend / Herstelbeheer

Wilgengriend

Inhoud van deze pagina: 

HERSTELBEHEER
Wat te doen met doorgeschoten grienden?
Kiezen en volhouden
Verlenging van de cyclus kan problemen veroorzaken
Herstel begint bij de infrastructuur
Nieuwe inplant waar nodig

Wat te doen met doorgeschoten grienden?
De griendcultuur staat onder druk. De economische rentabiliteit is gering, het griendwerk is arbeidsintensief en zwaar. Het is dan ook logisch dat het beheer op veel plaatsen is verwaarloosd of beëindigd. Grote oppervlakten wilgengriend zijn dan ook doorgeschoten en ontwikkelen zich tot opgaand wilgenbos. De vraag is of dat erg is en zo ja, wat we hieraan kunnen doen.

Kiezen en volhouden
Griendbossen hebben een specifieke waarde als cultuurhistorisch bostype. Alleen al om die reden is het wenselijk voorbeelden te bewaren, liefst verspreid over de verschillende landschaptypen, dus niet alleen in het zoetwatergetijdengebied. Daarnaast hebben actief beheerde grienden een specifieke ecologische waarde. Deze verdwijnt als de griend doorschiet. Zo is de broedvogeldichtheid in binnendijkse grienden drie tot vierjaar na de laatste kap het hoogst. Het gaat hierbij vooral om soorten van struwelen. Ook in het voormalige getijdengebied zijn dergelijke effecten waargenomen. Diverse soorten vogels van rietlanden, waaronder Blauwborst, Snor en Rietgors, zijn hier uit de niet meer beheerde en niet meer overstroomde griendbossen verdwenen. Naarmate het bos ouder en hoger wordt vestigen zich echter wel meer bosvogels. In de uitgestrekte verlaten grienden van de Biesbosch leven nu soorten als Grote bonte specht, Vink en de minder algemene Havik.
Ook voor de flora geldt dat bij het doorschieten van de grienden aanvankelijk een verlies aan waarden optreedt en later weer een toename. Het aanvankelijke verlies hangt voor wat betreft de waardevolle epifytische mosflora samen met het dalen van de luchtvochtigheid wanneer het bos hoger en – wanneer gaten vallen in het kronendak – opener wordt. Ook het aanbod van jonge wilgenbast (bijvoorbeeld van belang voor de Habitatrichtlijn-soort Tonghaarmuts) en de geleidelijke verzuring van oude wilgenschors spelen een rol. Pas wanneer delen van het bos in elkaar beginnen te storten en een natuurlijke variatie in vegetatiestructuur ontstaat, begint de soortdiversiteit weer toe te nemen (zoals bij de oktoberstorm van 2002 in de Biesbosch is gebeurd).
Doorschietende grienden zijn dus in ecologisch opzicht minder waardevol dan zowel traditioneel beheerde grienden als natuurlijke en structureel gevarieerde wilgenbossen (zie Wilgenvloedbos). Dit betekent dat een beheerder van doorschietende wilgengrienden zo snel mogelijk moet beslissen: herstellen of laten gaan (en zich dan nog aan die keuze moet houden, natuurlijk).
De vraag is dan wel welke grienden in aanmerking zouden moeten komen voor herstelbeheer. In de eerste plaats zijn dit de grienden die dicht bij een bezoekerscentrum of museum liggen. Het is echter te hopen dat de doelstelling van de beheerder iets ambitieuzer is. De griendcultuur is op meerder plaatsen in Nederland bij uitstek een landschapsbepalende factor geweest en het behoud daarvan is uiteraard niet met enkele kleine voorbeeldperceeltjes te realiseren. Vanuit botanisch oogpunt geldt verder dat herstel van grienden het meest kansrijk is in het zoetwatergetijdengebied en in de uiterwaarden die laaggelegen zijn en nog regelmatig kunnen overstromen. Vanuit landschappelijk en faunistisch oogpunt is het echter ook aan te bevelen representatieve delen van het oorspronkelijke areaal wilgengrienden in andere landschappen te bewaren en waar nodig te herstellen. Het gaat hierbij met name om de binnendijkse komklei- en klei-op-veengronden in het rivierengebied.

Verlenging van de cyclus kan problemen veroorzaken
Een voor de hand liggende manier om een griendcultuur tegen lagere kosten in stand te houden is het verlengen van de kapcyclus. Omvorming van snijgrienden in hakgrienden is uiteraard zeer gemakkelijk te realiseren en levert in ecologisch opzicht alleen maar winst op, mits binnen het griendcomplex steeds voldoende recent gekapte percelen aanwezig zijn. Verlenging van de cyclus in kapgrienden tot perioden die traditioneel niet gangbaar waren lijkt aantrekkelijk, maar kan problemen opleveren. Het hout wordt te zwaar waardoor de stoven kunnen gaan scheuren. Het hout wordt ook te zwaar om uit te dragen. Daarbij wordt de stamdichtheid te groot en een deel van de stammen zal afsterven. In beide gevallen wordt de vitaliteit van de stoven aangetast, zal sterfte gaan optreden en is herstel moeizaam en kostbaar.

Herstel begint bij de infrastructuur
Voorwaarde voor een griendcultuur is een goed functionerende hydrologische infrastructuur. Herstel van verwaarloosde grienden begint daarom met het weer op diepte brengen van de greppels en herstel van het netwerk van kades en duikers (zie Inrichting). Het is verstandig om pas daarna het vegetatiebeheer ter hand te nemen, zodat nieuw geplante wilgen niet meteen een wijziging van het grondwater- en/of overstromingsregime hoeven te doorstaan.

Nieuwe inplant waar nodig
Herstel van een verwaarloosde wilgengriend betekent niet alleen het intomen van de doorgaans zeer uitbundig ontwikkelde en door brandnetels gedomineerde ondergroei. Minstens zo belangrijk is het herstel van de oorspronkelijke structuur met dicht opeen staande wilgenstoven. Struiken en opgaande bomen moeten worden gerooid, en open plekken opgevuld met takstekken van wilg. Hierbij wordt traditioneel in rijen gepland met – binnen de rijen – een zeer geringe afstand tussen de stekken (70 cm). In latere jaren kan dan worden gedund met als uitgangspunt dat de afstand tussen de stoven niet zo groot mag worden dat er zware horizontaal groeiende takken ontstaan. Het is vanuit ecologisch oogpunt aan te bevelen bij de eerste hakbeurt van de jonge stoven zo te werk te gaan dat er relatief hoge stoven ontstaan. De hoogte moet echter blijven vallen binnen de bandbreedte van het historische beheer, af te lezen uit de hoogte van de nog aanwezige oude stoven.

| Bedreigingen | Regulier beheer | Herstelbeheer | Inrichting |

 

Groen Kennisnet, een netwerk van kennisportalen in het groene domein Zoeken in de
infobladen

(U gaat naar de
website van
Groen Kennisnet)
Groen Kennisnet, een netwerk van kennisportalen in het groene domein
Homepage
Home | Colofon | Print pagina
Zoek binnen deze website