Pad: Natuurtypen / Cultuurhistorische bossen (N17) / Vochtig hakhout en middenbos (N17.01) / Essenhakhout / Regulier beheer

Essenhakhout

Inhoud van deze pagina:

REGULIER BEHEER
Korte en lange kapcyclus
Hakken of zagen?

Korte en lange kapcyclus
Normaal gesproken wordt essenhakhout gekapt tussen half oktober en half maart. Kap in februari wordt verondersteld optimaal te zijn. Hakken na half maart betekent kans op schade en de zekerheid van een geringere bijgroei in de volgende cyclus. Traditioneel werd er gehakt met een omlooptijd van tien jaar. Langere kapcycli geven weliswaar zwaarder en waardevoller hout, maar zijn riskant doordat het uitstel schade kan geven aan de kwetsbare stoven (zie ‘Beheersachterstand’ onder Bedreigingen). Kortere cycli van zes à zeven jaar, waarbij alleen takkenbossen en ‘beentjeshout’ werden geproduceerd, leverden een relatief geringe oogst: ongeveer de helft van het houtvolume dat bij een omloop van tien jaar geproduceerd werd. Ook uit oogpunt van natuurbeheer verdient het systeem met de langere omloop de voorkeur. Net als bij de overige hakhouttypen is het ook hier goed een zo groot mogelijke ruimtelijke spreiding van de verschillende hakhoutfasen na te streven. Hierbij wordt bij voorkeur ook zo kleinschalig mogelijk gewerkt, zeker in kleine en/of smalle hakhoutbosjes. Dit vergroot de kansen op overleving dan wel hervestiging van de bijzondere epifytische mosflora, die gebaat is bij een zo kort mogelijke onderbreking van het bosklimaat. Bovendien zijn er ook onder de epifytische mossen meerdere typische oud-bossoorten, waarvan de hervestiging over grotere afstanden moeizaam verloopt.

Hakken of zagen?
Het afzetten van essenhakhout gebeurde traditioneel op dezelfde manier als in het eikenhakhout: met een breed, scherp hakmes (‘hiep’). Het gebruik van een bijl, waarmee door het grotere gewicht van het blad en de langere steel, meer kracht kan worden gezet is riskant. Stoof en wortelstelsel kunnen dan beschadigen. Om dezelfde reden werd bij het gebruik van de hiep aan de andere kant van de te hakken stam een hakblok gehouden, dat als functie had tijdens het hakken de schokken op te vangen. In de moderne bedrijfsvoering is dergelijk precisiewerk nauwelijks meer haalbaar. Daarbij is het werken met een hiep niet alleen een kunst op zich, het is bij ondeskundig gebruik (bijvoorbeeld door vrijwilligers in het landschapsbeheer) ook bijzonder gevaarlijk. Daarom wordt tegenwoordig het essenhout altijd met de zaag afgezet. Beroepskrachten gebruiken een motorzaag, vrijwilligers doorgaans een beugelzaag. Welk type zaag er ook gebruikt wordt, het is enorm belangrijk dat er geen scheuren op de stobbe ontstaan onder het zaagvlak, en dat het zaagvlak zelf netjes vlak wordt afgewerkt. Dit alles om inrotten en uiteindelijk afsterven van de stoof te voorkomen. Een mogelijk nadeel van het gebruik van een zaag (en in het bijzonder een motorzaag) in plaats van een hiep is dat de grilligheid van de stoof op termijn kan afnemen. De betekenis van oude stoven voor insecten en epifyten zal hierdoor afnemen.

| Bedreigingen | Regulier beheer | Herstelbeheer | Inrichting |

 

Groen Kennisnet, een netwerk van kennisportalen in het groene domein Zoeken in de
infobladen

(U gaat naar de
website van
Groen Kennisnet)
Groen Kennisnet, een netwerk van kennisportalen in het groene domein
Homepage
Home | Colofon | Print pagina
Zoek binnen deze website