Pad: Natuurtypen / Cultuurhistorische bossen (N17) / Vochtig hakhout en middenbos (N17.01) / Essenhakhout / Herstelbeheer

Essenhakhout

Inhoud van deze pagina:

HERSTELBEHEER
Waar herstellen?
Overstaanders?
Inboeten
Gefaseerd afzetten

Waar herstellen?
Zowel het herstelbeheer als het reguliere beheer van essenhakhoutpercelen is lastig en erg arbeidsintensief. Een beheerder zal daardoor mogelijk in de verleiding komen slechts plaatselijk en onder bijzondere omstandigheden dit historische bostype in stand te houden, bijvoorbeeld in de buurt van bezoekerscentra. In de praktijk betekent dit dat het areaal van dit bostype snel nog verder kan teruglopen tot enkele tientallen hectaren. Dit bostype lijkt een wat ambitieuzere benadering te verdienen gezien het zeer beperkte areaal (op nationale én internationale schaal), de bijzondere natuurwaarden en vooral de zeer lange ontwikkelingstijd. Om op het laatste door te gaan: de vervangbaarheid is gering, een belangrijk verschil met de wilgengrienden. Zoals eerder vermeldt: elke hakhoutstoof is een (natuur)monument op zich of is op weg om er een te worden!

Overstaanders?
In doorgeschoten hakhout zijn vaak ook opgaande bomen aanwezig. Het kan zijn dat in het verleden is geëxperimenteerd met omzetting van een éénlagig hakhout naar een of andere vorm van middenbos. Een dergelijke omvorming werd bijvoorbeeld in de 19de eeuw gepropageerd om de productiviteit van het bos te verhogen. Er kan echter ook sprake zijn van een (gedeeltelijke) omzetting van het oorspronkelijke hakhoutbos naar een soort essenspaartelgenbos. Tenslotte kan er, indien gedurende lange tijd geen actief hakhoutbeheer is gevoerd, sprake zijn van spontane vestiging van bomen die boven de – mogelijk minder vitale – hakhoutlaag zijn uitgegroeid. In het algemeen verdient het aanbeveling deze overstaanders te verwijderen. De hergroei van pas gekapte stobben, die na een lange periode van niets-doen toch al problematisch kan zijn, wordt namelijk ook belemmerd door de schaduwwerking. Bij het verwijderen van overstaanders moet er natuurlijk naar worden gestreefd de hakhoutstoven zo min mogelijk te beschadigen.

Inboeten
Waar oude hakhoutstoven zijn afgestorven kan worden ingeboet met nieuwe aanplant. Traditioneel werd hierbij een onderlinge afstand gehanteerd van vier voet (140 cm) in het vierkant. Na zes jaar werd voor het eerst gehakt om de stoofvorming te bevorderen. In nog bestaande oude hakhoutbossen wordt deze dichtheid doorgaans lang niet bereikt, deels omdat er bij uitgroei van de jonge stoven sprake zal zijn geweest van (zelf)dunning, deels omdat er in veel essenhakhoutbossen al meerdere cycli niet meer ingeboet wordt. Uit oogpunt van natuurbehoud is een wijder verband van de stoven geen bezwaar, zolang deze niet zo wijd staan dat na de kap geen snel herstel van het bosklimaat optreedt. Een iets grotere afstand tussen de nog vitale stoven levert tevens de mogelijkheid aftakelende en dode stoven binnen het perceel te handhaven. Ook dit is vanuit oogpunt van natuurbehoud wenselijk. Inboeten zou dus beperkt moeten blijven tot die plekken waar na kap open plekken in het kronendak blijven bestaan.

Gefaseerd afzetten
Hoe langer een hakhoutstoof niet beheerd is, des te moeizamer zal hij na kap weer uitlopen. Bij zulke stoven kan het daarom raadzaam zijn de kap gefaseerd uit te voeren waarbij de stammen eerst enige decimeters boven de oude stobben worden afgezaagd. Vervolgens kan bekeken worden tot hoe dicht op de stoof er nog slapende knoppen uitlopen, waarna in de volgende winter het restant van de stam tot op dit niveau wordt afgezet. Een bijkomend voordeel van dit gefaseerde afzetten is dat de kans op uitscheuren van de stoof tijdens het werk wordt verkleind.

| Bedreigingen | Regulier beheer | Herstelbeheer | Inrichting |

 

Groen Kennisnet, een netwerk van kennisportalen in het groene domein Zoeken in de
infobladen

(U gaat naar de
website van
Groen Kennisnet)
Groen Kennisnet, een netwerk van kennisportalen in het groene domein
Homepage
Home | Colofon | Print pagina
Zoek binnen deze website