Pad: Natuurtypen / Cultuurhistorische bossen (N17) / Vochtig hakhout en middenbos (N17.01) / Essenhakhout / Bedreigingen

Essenhakhout
 
Inhoud van deze pagina: 

BEDREIGINGEN
Beheerachterstand
Slordig beheer
Eutrofiëring en verdroging
Iepenziekte

Beheerachterstand
Doorgeschoten essenhakhout is, zoals elke vorm van hakhout, gevoelig voor scheuren waarna inrotten en afsterven van de stoof dreigt. Bij Es is dit gevaar zelfs bijzonder groot. Wanneer binnen een hakhoutperceel stoven in verschillende stadia van aftakeling aanwezig zijn, kan dit de – met name de faunistische – natuurwaarde verhogen. Toch is aftakeling van de stoven geen ideale situatie, zeker niet vanuit cultuurhistorisch oogpunt maar op termijn evenmin vanuit een oogpunt van natuurbehoud. Anders dan bijvoorbeeld in wilgengrienden waar traditioneel na elke kapbeurt gemiddeld zo’n tien procent van de stoven werd vervangen, kunnen de stoven in een essenhakhout bij goed beheer zeer oud worden. De variatie aan micromilieus en daarmee de biodiversiteit neemt daarbij sterk toe. Uitgangspunt voor het beheer van een perceel essenhakhout dient dan ook te zijn: elke hakhoutstoof is een (natuur)monument op zich of is op weg om er een te worden!

Slordig beheer
In het verleden beseften boseigenaren zeer goed dat bij goed beheer de essenstoven praktisch het eeuwige leven hadden. Het voeren van een zorgvuldig beheer had dan ook bovenal een economische basis. Slordigheid kon – meer nog dan bij andere vormen van hakhoutbeheer – gelijk staan aan het slachten van de kip met de gouden eieren. Om aftakeling te voorkomen werd in de eerste jaren na de kap gezorgd dat ruigtekruiden (brandnetels, distels, Dauwbraam) de jonge uitlopers niet konden verstikken (zie ook Wilgengriend). Dit gevaar is overigens in het essenhakhout met zijn snelle, steile en weinig vertakte hergroei minder groot dan in de overige typen hakhout. De jonge scheuten van de Es kunnen namelijk vrij gemakkelijk door een deken van ruigtekruiden heen groeien. Een veel grotere bedreiging vormde en vormt nog steeds het onzorgvuldig afzetten van de stobben tijdens het kappen. Scheuren en onregelmatige zaagvlakken kunnen een bron van rotting worden en uiteindelijk leiden tot het afsterven van de hele hakhoutstoof.

Eutrofiëring en verdroging
Door hun laag gelegen plek in het landschap zijn essenhakhoutpercelen op komklei en in strandvlakten gevoelig voor eutrofiëring door landbouwwater. Een vergelijkbaar probleem hebben hakhoutbosjes in uiterwaarden en de houtwallen met essenstoven (risico van eutrofiëring door respectievelijk rivierwater en bemesting van aangrenzende landbouwgronden). Het gevaar is hierbij tweeledig: directe effecten op eventueel aanwezige waarden in de ondergroei en versterking van de verruiging na kap. Ook verdroging kan leiden tot eutrofiëring, vooral op relatief moerige of venige gronden. Verdroging onder invloed van ontwatering in de omgeving is daarmee een belangrijke bedreiging voor essenhakhout, vooral wanneer de percelen onderdeel uitmaken van een klein beheergebied. Onder invloed van verdroging neemt het aandeel ruigtekruiden in de kruidlaag sterk toe.

Iepenziekte
Voor gemengd hakhout van Es en Iep kan de iepenziekte een grote bedreiging vormen. De indruk bestaat dat goed onderhouden, regelmatig gekapte iepenstoven, zoals aanwezig in het Zalkerbos, minder gevoelig zijn voor iepenziekte dan doorgeschoten hakhout. Dit is echter niet geheel zeker.

| Bedreigingen | Regulier beheer | Herstelbeheer | Inrichting |

 

Groen Kennisnet, een netwerk van kennisportalen in het groene domein Zoeken in de
infobladen

(U gaat naar de
website van
Groen Kennisnet)
Groen Kennisnet, een netwerk van kennisportalen in het groene domein
Homepage
Home | Colofon | Print pagina
Zoek binnen deze website