Pad: Natuurtypen / Droge bossen (N15) / Dennen-, eiken- en beukenbos (N15.02) / Zuur droog bos / Inrichting

Zuur droog bos


Inhoud van deze pagina:

INRICHTING
Nieuw zuur droog bos
Ook historische waarde laten meewegen
Met bijdragen van
Literatuur

Nieuw zuur droog bos

Door omvorming van naaldbos kan de oppervlakte van loofbos van het Zomereik-verbond verder toenemen. Het geleidelijk vanzelf ouder worden van de bossen zal de natuurlijkheid van de structuur en soortensamenstelling verder ten goede komen. Vrijgekomen landbouwgronden lenen zich voor heraanplant van bos. Door daarbij bij voorkeur inheems (en autochtoon) materiaal te gebruiken is de natuurwaarde te bevorderen. De vaak aanwezige overvloed aan nutriënten, met name fosfor, vormt daarbij wel een belemmering voor de ontwikkeling van een waardevol bos. Het verlagen van de fosforvoorraad, bijvoorbeeld door het verwijderen van de bouwvoor of door uitmijnen via een aantal jaren gewasteelt (bij mais) zal in veel gevallen noodzakelijk zijn. Bij de keuze voor te bebossen terreinen verdient het de voorkeur aan te sluiten bij reeds bestaande complexen, en dan het liefst bossen waarin populaties aanwezig zijn van gewenste doelsoorten.

Op heide en stuifzand kunnen onder invloed van begrazing gevarieerde spontane bossen ontstaan. Omdat dit op zichzelf ook weer vaak waardevolle habitattypen betreft zijn de mogelijkheden voor het uitbreiden van zuur droog bos op dergelijke terreinen beperkt.

Ook historische waarde laten meewegen
Alle cultuurhistorische elementen in bosgebieden zoals hunebedden, grafheuvels, boswallen, celtic fields, grafheuvels, sprengen etc. zouden moeten worden geïnventariseerd. Alleen dan is onbedoeld verlies van historische waarden te voorkomen en kan de historische waarde goed worden meegewogen bij herstelwerkzaamheden en herinrichting van bosgebieden. Ter bescherming kent het beheer de volgende strategieën: behoud, accentueren, restauratie en reconstructie. Het vrijstellen van grafheuvels van bos is een markant voorbeeld van accentueren. Voor restauratie komen vooral boswallen en singels in aanmerking die door bijvoorbeeld houtuitsleep zijn beschadigd. Reconstructie is vooral aanbevolen als er een ontbrekende schakel in een ecologisch netwerk kan worden aangebracht. Een interessant voorbeeld van een bijzonder en historisch verantwoord bosbeheer is het recente streven het bos rond de Drentse hunebedden om te vormen naar een meer natuurlijk type. Het Atlantisch lindenbos wordt daarbij als referentie gebruikt.
Voor het nagaan van een archeologische waarde neemt men contact op met de Rijksdienst voor Oudheidkundig Bodemonderzoek www.racm.nl.

Met bijdragen van:
Klaas van Dort, 14.11.06; Patrick Hommel & Rein de Waal, april 2007; Patrick Hommel & Jan den Ouden, november 2010.

Literatuur:

den Ouden, J., B. Muys, F. Mohren & K. Verheyen. 2010. Bosecologie en bosbeheer. Acco, Leuven.

Hees, A.F.M. van, K.W. van Dort, M.T. Veerkamp & P. Ódor. 2004. Bryophytes on dead wood in European beech forest reserves. NATMAN report. The Netherlands.

Jagers op Akkerhuis, G.A.J.M., S.M.J.Wijdeven, L.G. Moraal, M.T. Veerkamp & R.J. Bijlsma. 2005. Dood hout en biodiversiteit. Alterra-rapport 1320. Wageningen.

Jansen, P. & M. van Benthem. 2005. Historische boselementen. Geschiedenis, herkenning en beheer. Stichting Preobos. Geldersch Landschap en Geldersche Kasteelen. Waanders Uitgevers.

Stortelder, A.H.F., K.W. van Dort, J.H.J. Schaminée & N.A.C. Smits, 2001. Beheer van bosranden (van scherpe grens naar soortenrijke gradiënt). Stichting Uitgeverij Koninklijke Nederlandse Natuurhis­torische Vereniging, Utrecht. 88 pag. Tweede druk.

Vandekerkhove, K., K. van Dort, H. Baeté & R. Walleyn. 2002. Species richness of mosses, fungi and vascular plants on decomposing logs of beech in the forest reserve ‘Kersselaerspleyn' (Zoniënwoud)

| Bedreigingen | Regulier beheer | Herstelbeheer | Inrichting |

 

Zoek via Natuurportal:kennis delen met Groen Kennisnet
help
Home | Colofon | Print pagina
Zoek binnen deze website