Pad: Natuurtypen / Vochtige bossen (N14) / Hoog- en laagveenbos (N14.02) / Veenbos / Regulier beheer

Veenbos

Inhoud van deze pagina:

REGULIER BEHEER
Geen actief bosbeheer nodig
Soms kleinschalig vellen voor meer structuurvariatie
Beheersingrepen op slappe bodems lastig
Met bijdragen van
Literatuur

Geen actief bosbeheer nodig
Veenbos heeft in principe geen actief beheer nodig. Het betreft spontaan ontstaan bos dat het eindpunt van de successie vormt of dat zich verder ontwikkelt tot hoogveen. Meestal verdient niets-doen beheer de voorkeur. Soms kan het zinvol zijn om via kleine beheeringrepen gericht te sturen in de bos- en landschapsstructuur. Door heldere beheerkeuzes te maken, kunnen zich waardevolle grote oude veenboscomplexen ontwikkelen naast open hoogveen en moerasgebieden. Echter: een mozaïek van verspreide kleinere veenbossen met geleidelijke overgangen naar korte vegetaties en open water is wellicht nog waardevoller.

Soms kleinschalig vellen voor meer structuurvariatie
Geleidelijke overgangen van bos naar open terrein, open plekken in het bos en variatie in leeftijd van de bomen dragen bij aan de variatie en biodiversiteit van een veenbos. Wanneer een veenboscomplex over een grotere oppervlakte een eenvormige, gelijkjarige opbouw heeft kan deze eenvormigheid worden onderbroken door bosrandbeheer en door groepenkap in het bosgebied. Op deze wijze ontstaan leeftijds- en structuurverschillen en gevarieerde bosranden. In laagveengebieden kunnen zich hier door Grauwe wilg (Salix cinerea) gedomineerde struwelen en kruidenrijke moerasruigten ontwikkelen. Deze zijn onder andere van grote betekenis voor veel vogel- en insectensoorten. Deze ingreep kan éénmalig worden uitgevoerd maar kan desgewenst ook na circa 10 - 15 jaar worden herhaald, bijvoorbeeld in de vorm van een kleinschalig hakhoutbeheer. Grote voorzichtigheid is vereist, aangezien de bodem en vegetatie zeer kwetsbaar zijn. Traditioneel wordt hakhoutbeheer - alleen al om praktische redenen - vaak uitgevoerd in perioden met strenge vorst. Klimaatsverandering kan de beheersplanning dus drastisch doorkruisen. Vanwege de geringe draagkracht van de bodem en de slechte toegankelijkheid is veenbos ook ongeschikt voor begrazing.

Beheersingrepen op slappe bodems lastig
Op slappe bodems en in oudere bossen is het uitvoeren van vellingen in verband met slechte begaanbaarheid vaak lastig uit te voeren. Onder deze omstandigheden zijn beheeringrepen meestal ook onnodig. Diverse bomen zakken spontaan scheef en vallen om, zodat zich vanzelf een dynamisch bos met gevarieerde bosstructuur ontwikkelt. Wortelkluiten van omgevallen bomen zorgen bovendien voor belangrijke microhabitats.

Met bijdragen van:
Robbert Wolf, 24.08.2006; Patrick Hommel & Rein de Waal, 25.04.2007; Patrick Hommel, november 2010.

Literatuur:
Stortelder, A.H.F., P.W.F.M. Hommel, R.W. de Waal, K.W. van Dort, J.G. Vrielink & R.J.A.M. Wolf 1998. Broekbossen, Bosecosystemen van Nederland deel 1. KNNV, Utrecht. 

Werf, S. van der, 1991. Bosgemeenschappen. Natuurbeheer in Nederland 5. Pudoc, Wageningen.

 

| Bedreigingen | Regulier beheer | Inrichting | Herstelbeheer en inrichting |

 

Groen Kennisnet, een netwerk van kennisportalen in het groene domein Zoeken in de
infobladen

(U gaat naar de
website van
Groen Kennisnet)
Groen Kennisnet, een netwerk van kennisportalen in het groene domein
Homepage
Home | Colofon | Print pagina
Zoek binnen deze website