Pad: Natuurtypen / Vochtige bossen (N14) / Rivier- en beekbegeleidend bos (N14.01) / Broekbos / Herstelbeheer

Broekbos

Inhoud van deze pagina:

HERSTELBEHEER
Herstel broekbos vergt gedegen vooronderzoek en monitoring
Maatregelen op landschapsschaal nodig
Herstel van kwelbanen
Herstel van waterregime en -kwaliteit van beken
Herstel van droogvallen in de zomer
Aanpassen beekloop en instellen bufferzone
Regelbare stuwen plaatsen
Bij vernatting waterpeil geleidelijk verhogen
Soms aanvullende herstelmaatregelen gewenst
Met bijdragen van
Literatuur
 
Herstel broekbos vergt gedegen vooronderzoek en monitoring
 Herstellen van broekbossen betekent herstellen van de waterhuishouding. Het gaat daarbij niet alleen om vernatting, maar ook om herstel van een natuurlijk waterpeilregime en van de juiste water- en bodemkwaliteit. Vernatten om het vernatten is ongewenst en risicovol. Zowel hydrologisch herstel als het uitvoeren van aanvullende maatregelen zoals plaggen en strooiselafvoer, vergen een goed inzicht in het huidig èn historisch functioneren van het ecosysteem op landschapsschaal en haar hydrologie. Het historisch landbouwkundig gebruik van beekdalsystemen heeft vernuftige en regelmatig ingewikkelde systemen voor bevloeiing en ontwatering opgeleverd, die momenteel vaak niet meer of slechts ten dele functioneren.

In veel elzenbroeken is door veraarding en inklinking van de venige bodem het maaiveld verlaagd. Vernatting kan dan leiden tot stagnatie van water op maaiveld tot ver in of gedurende de gehele zomer. Dit is nadelig voor het elzenzegge-elzenbroek dat in de zomer een periode van tijdelijk droogvallen nodig heeft.

Wat verdroging aangaat, geldt dat, zolang het broekbossysteem nog niet volledig verdroogd is, herstel van de kwaliteit van grond- en oppervlaktewater belangrijker is dan herstel van het oorspronkelijke grondwaterregime. Liever een goede kwaliteit grondwater in een licht verdroogde situatie dan de verdroging tegengaan met vuil beekwater. Herstel van het beekbegeleidend broekbos is in die situatie niet mogelijk, maar wel omvorming naar een ander waardevol bostype: het Vogelkers-Essenbos (zie natuurtype Alluviale bossen), mits de soorten van dat bostype in de buurt voorkomen en het gebied kunnen koloniseren.

Herstelbeheer van broekbos is daarom altijd maatwerk, pas uit te voeren als uit gedegen vooronderzoek door specialisten vanuit verschillende disciplines is gebleken welke herstelstrategie kansrijk is. Door de ontwikkeling van waterstanden, water- en bodemkwaliteit, vegetatie en fauna tijdens en na de uitvoering van herstelmaatregelen goed te volgen, kan tijdige bijstelling plaatsvinden wanneer onvoorziene ongewenste (neven)effecten optreden.

Maatregelen op landschapsschaal nodig
 Volledig herstel van de waterhuishouding van broekbossen vraagt om maatregelen op landschapsschaal die ingrijpende gevolgen hebben voor andere functies in het gebied. Het vergt vaak lastige en langdurige projecten. Het gaat hier om herstel van de kwelwateraanvoer en/of de kwaliteit en het afvoer- en peilregime van beekwater. Hydrologisch herstel van broekbos is daarbij onderdeel van het herstel van beekdallandschappen en van de waterhuishouding van de hogere zandgronden en het heuvellandschap.

Herstel van kwelbanen
 Herstel van de broekbossen van bron- of kwelmilieus kan alleen via voldoende aanvoer van kwelwater van de juiste kwaliteit. Op grond van een ecohydrologische systeemanalyse kan worden bepaald welke maatregelen in de omgeving van het bos noodzakelijk en kansrijk zijn. Bij verdrogingsbestrijding gaat het vooral om herstel van kwelbanen. Bijvoorbeeld door vermindering of verplaatsing van een grondwateronttrekking in hoger gelegen delen van het landschap of door ondieper maken van nabijgelegen sloten en beken die kwelwater afvangen. Wanneer sprake is van vermesting is het cruciaal dat de belasting van meststoffen in het herkomstgebied wordt teruggedrongen. Zeker in de directe omgeving van bron- of kwelmilieubossen is intensief landbouwkundig gebruik vanwege de vermestende invloed ongewenst. Soms kan het verwijderen van de vermeste bovengrond op de hogere gronden in de omgeving nodig zijn om in het beekdal een goede kwaliteit van het bronwater te realiseren. Een dergelijk herstelproject is wel een kwestie van lange adem. Naarmate de verblijftijd van het grondwater in de bodem langer is, zal het langer duren voordat de maatregelen effect sorteren. Hetzelfde geldt overigens voor de lengte van de periode waarin overbemesting heeft plaatsgevonden en de intensiteit daarvan.

Herstel van waterregime en -kwaliteit van beken
 Ook voor herstel van beekbegeleidende broekbossen is een goed inzicht in het ecohydrologische systeem cruciaal. De oorspronkelijke waterhuishouding is hier vaak een complex samenspel van invloeden van grond-, beek- en regenwater. Wanneer met het oog op vernatting binnen het broekbos regenwater wordt vastgehouden, betekent dit dat verzuring zal optreden, vooral op veen-op-zand-bodems. Het gevolg is dat op grotere schaal het Zompzegge-Elzenbroek kan ontstaan, dat van nature slechts pleksgewijs aanwezig is in geïsoleerde laagten binnen het beekdal. Op termijn kan zulk een bos mogelijk zelfs overgaan in een berkenbroekbos (zie natuurtype Veenbos'). Dit is een interessante ontwikkeling, maar heeft weinig van doen met herstel van het oorspronkelijke beekdalbroekbossysteem. Als overstroming door beekwater wordt hersteld zonder dat dit water is ontdaan van de overmaat aan fosfaat, stikstof en sulfaat komen er problemen met eutrofiëring in de plaats van met verdroging. De gevolgen hiervan zijn nog moeilijker ongedaan te maken dan de gevolgen van ‘alleen maar' verdroging. In die situatie heeft herstel van beekwateroverstroming dus een zeer ongewenst resultaat. Ook inlaten van oppervlaktewater uit de omgeving leidt vaak tot eutrofiëring. Hetzelfde geldt voor aanwezigheid van in het recente verleden afgezet fosfaat- en stikstofrijk slib. Het is dus van belang dat in het vooronderzoek ook de kwaliteit van oppervlakte- en bodemwater wordt geanalyseerd.

Herstel van droogvallen in de zomer
 Beekbegeleidende broekbossen vallen van nature droog in de zomer. Dit droogvallen gaat veelal eutrofiëring tegen: het is onder andere van belang voor de oxidatie van ijzer en de immobilisatie van fosfaten door het geoxideerde ijzer. Bij vernatting van beekbegeleidende broekbossen is het mede daarom van belang dat het oorspronkelijke waterregime wordt hersteld, met inundatie in de winter en droogvallen in de zomer. Uit het proefproject Koelbroek blijkt dat een permanent hoge waterstand tot eutrofiëring kan leiden.

Aanpassen beekloop en instellen bufferzone
 In de directe omgeving kunnen diverse maatregelen een bijdrage leveren aan broekbosherstel. Bijvoorbeeld het ondieper maken van de beekloop en andere watergangen, of zelfs dempen van watergangen, de aanleg van een slibvang in de watergang en het instellen van een bufferzone met hoge waterstanden en extensief beheer. Ook kan gebruik van nabije moerassen voor waterzuivering nuttig zijn, hetzij als leverancier van gezuiverd beekwater, hetzij als middel om de kweldruk te verhogen. Het gaat dan om gebruik van hoger in het landschap gelegen kunstmatige moerassen bijv. zoals bij het project Lankheet in Twente.

Regelbare stuwen plaatsen
 Ook in het broekbos zelf kunnen herstelmaatregelen worden genomen. Hierbij is het van belang om ervoor te zorgen dat bijsturen van het beheer mogelijk blijft, met name geleidelijke peilverhoging. De reactie op de maatregelen is door de grote complexiteit namelijk moeilijk voorspelbaar. Daarom kan bijvoorbeeld in vlakke gebieden het plaatsen van regelbare stuwen handiger zijn dan het rigoureus dempen van afwateringssloten.


Bij vernatting waterpeil geleidelijk verhogen
 Het is zinvol om binnen een op basis van een gedegen vooronderzoek uitgevoerd herstelproject maatregelen gefaseerd te nemen. Dat maakt het mogelijk om per stap te bekijken of het gewenste effect optreedt of dat bijstellen en aanvullende herstelmaatregelen gewenst zijn. Bij te grote peilverhogingen in te korte tijd bestaat het risico dat het bos verdwijnt door sterfte van de elzen. Zij hebben een wortelstelsel dat past bij het tot dan toe heersende peilregime. Ook het voorkomen van populaties van (karakteristieke) planten- en diersoorten is aangepast aan het heersende peilregime en gevoelig voor snelle, sterke veranderingen daarin. Daarnaast is een geleidelijke vernatting beter, omdat dan geleidelijk een ijzervoorraad opgebouwd kan worden in de verdroogde bodem en de sulfaatreductie wordt beperkt. Stagnatie van water moet te allen tijde voorkomen worden.
Bij geleidelijke vernatting hebben de bomen de tijd om hun wortelstelsel aan te passen. Richtlijn is een maximale stapgrootte van circa 25 cm voor els, met een periode van 10 jaar tussen opeenvolgende stappen. Deze geleidelijke vernatting is ook van belang bij het ondieper maken van de greppels in een met populieren doorplant elzenbroek met rabatten. Soms vindt de gewenste geleidelijke vernatting al plaats langs natuurlijke weg door windworp van de populieren, waardoor verdamping afneemt en greppels worden afgedamd. In veel gevallen geldt dat herstel van het hydrologische systeem uiteindelijk belangrijker is voor het herstel van de biodiversiteit dan behoud van de (vervangbare) boomlaag. Dus, wanneer uit vooronderzoek naar voren komt dat schoksgewijze vernatting geen ongewenste neveneffecten op de flora en fauna oplevert (verdwijnen van relictpopulaties van karakteristieke soorten), niet te moeilijk doen! Vooral bij oude, hoge elzenopstanden is voorzichtigheid geboden.

Soms aanvullende herstelmaatregelen gewenst
 Als door hydrologische herstelmaatregelen een goede basis is gelegd, kan een gewenste ontwikkeling van broekbossen soms worden verbeterd of versneld via aanvullende maatregelen. Wanneer bijvoorbeeld sprake is van een veraarde, verontreinigde, geëutrofieerde of sterk verzuurde bovengrond kan worden overwogen om deze af te plaggen. Hiermee kunnen relicten van ongewenste verontreiniging, eutrofiëring of verzuring uit het verleden worden weggenomen. Wanneer zich onder verdroogde omstandigheden een dik strooiselpakket heeft gevormd, kan men overwegen dit strooisel af te voeren. Daarmee wordt niet alleen het kiembed voor moerasplanten hersteld, maar ook de basenhuishouding van de bovengrond positief beïnvloed. Wanneer ook weer inundaties met beekwater van goede kwaliteit optreden, is actieve verwijdering van de strooisellaag niet altijd nuttig. In situaties waarbij het beekwater voldoende sterk stroomt en het strooisel kan wegspoelen en tevens zorgt voor voldoende aanvoer van basen is het niet zinvol. Bovendien kan het combineren van aanvullende herstelmaatregelen met regulier beheer in de vorm van bosrandbeheer, groepenkap en hakhout een gunstige uitwerking hebben op de biodiversiteit.

Met bijdragen van:
Robbert Wolf, augustus.2006; Patrick Hommel & Rein de Waal, april.2007; Camiel Aggenbach en Renée Bekker namens DT beekdallandschap, juli 2007; Gert-Jan van Duinen, september 2007.

Literatuur:
Boxman, A.W., H.H. Bartelink, P. Bossenbroek, R.H. Kemmers & A.H.F. Stortelder 2003. Uitvoering van vernattingsmaatregelen op praktijkschaal 1997-2003. Referentie project Koelbroek. Expertisecentrum LNV, Rapport EC-LNV nr. 2003/245-O.

Duinhoven, G. van, 2001. Natte bossen herstellen. Brochure OBN-15. Expertisecentrum LNV, Wageningen.

Jalink, M.H., R.H. Kemmers, A.H.F. Stortelder & R.W. de Waal 2004. Referentieproject Springendal/ Korenburgerveen. Samenvatting monitoring 1998-2002. Resultaten Springendal 2002.

Olsthoorn, A.F.M., J. Kopinga, G.W. Tolkamp, C.A. van den Berg & C.J.F. ter Braak, 2003. Effecten van vernatting in bossen. Conclusies en aanbevelingen voor praktijk en beleid. OBN-rapport nr. 2003/173 O. Expertisecenturm LNV, Wageningen/ Ede.

Poels, R.L.H., P. Schmidt, J. van den Burg, R.H. Kemmers & H.A. Verhoef, 2000. Pre-advies Natte Bossen. Verdroging, verzuring en eutrofiëring van natte bossen in Nederland: effecten en maatregelen. OBN-rapport nr. 01. IKC natuurbeheer LNV, Wageningen.

| Bedreigingen | Regulier beheer | Herstelbeheer | Inrichting |

 

Groen Kennisnet, een netwerk van kennisportalen in het groene domein Zoeken in de
infobladen

(U gaat naar de
website van
Groen Kennisnet)
Groen Kennisnet, een netwerk van kennisportalen in het groene domein
Homepage
Home | Colofon | Print pagina
Zoek binnen deze website