Pad: Natuurtypen / Vochtige bossen (N14) / Rivier- en beekbegeleidend bos (N14.01) / Wilgenvloedbos / Regulier beheer

Wilgenvloedbos

Inhoud van deze pagina:

REGULIER BEHEER
Grienden
Meer variatie in bosstructuur brengen
Hardhoutooibosontwikkeling laat op zich wachten
Met bijdragen van
Literatuur

Grienden

In wilgenvloedbossen is in principe geen regulier beheer nodig, met uitzondering van de grienden. Met de verwaarlozing van de hakhoutcultuur zijn de cultuurhistorisch belangwekkende grienden zo goed als verdwenen. Deze verandering heeft echter niet meteen een negatief effect op de natuurwaarden. De biodiversiteit is in wilgenvloedbossen waar rijshout wordt gewonnen op den duur lager dan in wilgenvloedbossen waar dat niet wordt gedaan. Zodra een griend niet meer wordt gekapt, gaat het hout ‘doorschieten'. Het rijshout groeit dan dicht op elkaar en tussen dit dichte struweel is de luchtvochtigheid permanent hoog en dan kan zich op de takken een bijzonder soortenrijke epifytische Wilgengriend (in de groep ‘Cultuurhistorisch bos'). Maar ook op botanische gronden is een vorm van griendcultuur - met in de kap wat langere omlooptijden dan voorheen gebruikelijk - de moeite waard vanwege de voor epifyten gunstige omstandigheden.
flora vestigen. De biodiversiteit en natuurwaarde stijgen dus. Wanneer het bos ouder en hoger wordt daalt de luchtvochtigheid en gaan de epifytische soorten achteruit. De griendcultuur wordt op grond van haar cultuurhistorische waarde plaatselijk in stand gehouden (zie ook ‘Wilgengriend'in de groep ‘Cultuurhistorisch bos'). Maar ook op botanische gronden is een vorm van griendcultuur - met in de kap wat langere omlooptijden dan voorheen gebruikelijk - de moeite waard vanwege de voor epifyten gunstige omstandigheden.

Meer variatie in bosstructuur brengen

Het stoppen van menselijke activiteiten zoals kap en maaien is voldoende om wilgenvloedbossen te laten ontstaan in overstromingsgebieden. Natuurlijke wilgenvloedbossen zijn zelfregulerend en een niets-doen beheer volstaat. Met het oog op de natuurwaarde is de huidige situatie desondanks niet optimaal, vooral omdat vaak structuurvariatie ontbreekt: de boomlaag is monotoon en de bomen zijn allemaal ongeveer even oud. Het gaat immers om jonge, uit simultane opslag ontstane bossen, of vaker nog om oude grienden waarin het beheer over grote oppervlakten min of meer gelijktijdig werd gestaakt. Op den duur zal de structuurvariatie echter door windworp en ijsgang zeker toenemen. Aangezien we hier te maken hebben met relatief kort levende bomen in een zeer dynamisch milieu en met een continue aanvoer van diasporen via het water kan de wachttijd in dit geval zelfs nog weleens meevallen. Bosontwikkeling vergt altijd geduld, maar juist in het geval van de wilgenvloedbossen  zien we dat de ontwikkelingen vaak verbluffend snel kunnen verlopen.

Om de (verwachte) ontwikkeling van een meer gevarieerde bosstructuur nog te versnellen worden vanaf 1985 ook bevers (Castor fiber) ingezet.
In het verleden is ook geprobeerd om de monotonie van wilgenvloedbossen te doorbreken door groepenkap. Begrazing met grote grazers is tegenwoordig een veel gebruikte methode om structuurvariatie te krijgen. De beoordeling van het effect is echter nog steeds onderwerp van discussie. Deze vorm van begrazing heeft in wilgenvloedbossen een veel geringer effect dan in de hardhoutooibossen en de buiten het bos gelegen terreingedeelten. In veel wilgenvloedbossen ‘kan zelfs een blind paard geen kwaad doen' en de invloed op de bosstructuur is veel minder groot dan die van windworp en ijsgang. Grote grazers hebben hier echter wel degelijk ook een toegevoegde waarde omdat zij open grazige plekken in het bos en geleidelijke bosranden kunnen creëren en instandhouden. Daarbij voorkomt vertrapping van de zode dat de vegetatie in sluiting gaat. Dit is vooral interessant in de hoog dynamische wereld van de zandige rivierstrandjes. Begrazing kan daar de vestigingsmogelijkheden voor bijzondere pioniersoorten vergroten. Ook langs de oever van oude strangen en nevengeulen (o.a. de wereld van Slijkgroen en Naaldwaterbies) kan begrazing veel toevoegen. Pootafdrukken en losgetrapte modderkluiten zorgen voor een - op micro-schaal - zeer gevarieerd abiotisch milieu waar onder andere veel mossoorten van kunnen profiteren.

Begrazing dient in de uiterwaarden als beheerinstrument bij voorkeur te worden gebruikt op de schaal van het landschap, niet binnen een bosperceel. Hierbij geldt echter een grote beperking: relicten van het oude cultuurlandschap met bijzondere natuurwaarden dienen niet het kind van de rekening te worden. Het kan hierbij bijvoorbeeld gaan om soortenrijke stroomdalgraslanden, maar ook om de laatste kleine oppervlakten goed ontwikkeld hardhout-ooibos. Uitrasteren van enclaves binnen grote begrazingseenheden is - helaas - niet altijd te vermijden.

Hardhoutooibosontwikkeling laat op zich wachten

Op weinig dynamische en droge groeiplaatsen is wilgenvloedbos geen eindstadium van de bosontwikkeling. Op de wat hoger gelegen gronden gaat zachthoutooibos op den duur over in hardhoutooibos of een ander gevarieerd loofbostype van voedselrijke bodems. De successie naar hardhoutooibos blijft echter op veel plaatsen voorlopig nog achterwege of verloopt erg traag, terwijl sommige ooibossen toch al aan het vervallen zijn op grond van hun hoge leeftijd. Slechts hier en daar hebben zich hardhoutsoorten weten te vestigen, vooral houtige gewassen als Eenstijlige meidoorn (Crataegus monogyna), Hazelaar (Corylus avellana), Gewone es (Fraxinus excelsior), Zwarte els (Alnus glutinosa) en Zomereik (Quercus robur) (zie verder ook natuurtype Alluviale bossen). Elders zien wij in de ondergroei de jonge eiken en elzen al klaar staan om in een volgende bosgeneratie de rol van de wilgen over te nemen. Dergelijke situaties lijken echter voorlopig nog uitzonderingen te zijn.

Voor het trage successieverloop zijn verschillende oorzaken aan te voeren. Als gevolg van het uitblijven van zomeroverstromingen is de bosontwikkeling vastgelopen in een ruigtestadium waarin hardhoutsoorten zich niet kunnen vestigen. Ruigtekruiden als brandnetels zijn geduchte concurrenten van hardhoutooibossoorten om licht en ruimte en "cyclische"  onderdrukking van de ruigtevegetatie na een lange periode van extreem hoogwater in het winterhalfjaar is in de hogere delen van de uiterwaarden doorgaans niet aan de orde. Een andere oorzaak is gebrekkige zaadaanvoer van zeldzamere soorten van de ondergroei, mede als gevolg van schaarse zaadbronnen. En tenslotte eten grote grazers en bevers selectief de toch al schaarse verjonging van hardhoutboomsoorten op, terwijl muizen efficiente opruimers van eikels en andere boomzaden zijn. Spontane ontwikkeling van gevarieerd hardhoutooibos is onder het huidige weinig dynamische waterregime dus een kwestie van lange adem. Toch geldt ook hier dat grootschalig verval van de door wilgen gedomineerde boomlaag zal leiden tot een veel gevarieerder abiotisch milieu met veel grotere instap-mogelijkheden voor soorten (waaronder andere boomsoorten) dan nu het geval is. Voor wie hier niet op wil wachten, is er altijd nog de mogelijkheid om de gewenste boomsoorten aan te planten, zoals direct over de grens in Duitsland al gebeurt. Een dergelijke ingreep past wel niet bij de hier gangbare beheersvisie, die hecht aan natuurlijke processen, maar kan bij ongeduldige beheerders wel decennia van frustraties helpen voorkomen.

Met bijdragen van:

Klaas van Dort, 14.11.06; Patrick Hommel & Rein de Waal, 26 april 2007; Patrick Hommel, november 2010.

Literatuur:
Pluijm, A. van der. 1995. De mos- en korstmosflora van de Biesbosch. Rapport Staatsbosbeheer regio Brabant West.

Siebel, H.N. 1998. Floodplain forest restoration. Tree seedling establishment and tall herb interference in relation to flooding and shading. Dissertatie Katholieke Universiteit Nijmegen. IBN Scientific Publications 9, Wageningen, 79 pp.

Weeda, E.J., J.H.J. Schaminée & L. van Duuren. 2005. Atlas van Plantengemeenschappen in Nederland deel 4, Bossen, struwelen en ruigten. KNNV, Utrecht.

Wijk, W. van & J. van der Neut. 2003. De Biesbosch na de Don-Boscovloed.

| Bedreigingen | Regulier beheer | Herstelbeheer | Inrichting |

 

Groen Kennisnet, een netwerk van kennisportalen in het groene domein Zoeken in de
infobladen

(U gaat naar de
website van
Groen Kennisnet)
Groen Kennisnet, een netwerk van kennisportalen in het groene domein
Homepage
Home | Colofon | Print pagina
Zoek binnen deze website