Pad: Natuurtypen / Vochtige bossen (N14) / Rivier- en beekbegeleidend bos (N14.01) / Wilgenvloedbos / Inrichting

Wilgenvloedbos

Inhoud van deze pagina:

INRICHTING
Ontoegankelijke wildernis
Mogelijkheden voor nieuw wilgenvloedbos
Met bijdragen van
Literatuur

Ontoegankelijke wildernis
Wilgenvloedbossen zijn veelal onaantrekkelijk voor de recreant. Op sommige plekken zijn de rivierstrandbossen wel open van structuur en begaanbaar. Ze zijn nauwelijks gevoelig voor betreding. Betreding helpt bij het open houden van het vegetatiedek en bevordert zo vestiging van waardevolle pioniersoorten.
Het Bijvoet-ooibos op rivierstranden is soms nauwelijks toegankelijk door de dichtheid van de begroeiing: massaal tegelijkertijd ontkiemde wilgen en zwarte populieren. Volwassen Lissen- en Veldkers-ooibossen staan vooral 's winters langdurig onder water. Als de bodem is drooggevallen blijft het bos door de wirwar van omgevallen met slib bedekte wilgen, struiken, lianen praktisch ondoordringbaar. Windworp van oude bomen en hele rijen door vegetatieve regeneratie onstane jonge bomen ("wentelwilgen"; zie Bedreigingen") zullen het jungle-karakter in de toekomst alleen maar verhogen. In de zomer hebben deze bossen een hoge kruidlaag, vaak met meer dan manshoge brandnetels, en ook dan zijn ze dus weinig aantrekkelijk. Bovendien zijn de muggen er vaak heel talrijk. Schade door betreding van recreanten is in wilgenvloedbossen niet te verwachten. Verstoring van rust is bij wilgenvloedbossen van enige omvang niet of nauwelijks aan de orde.

Mogelijkheden voor nieuw wilgenvloedbos
In het grootste deel van de natte zone van het rivierengebied is de vestiging van nieuw wilgenvloedbos mogelijk als de mens er stopt met ingrijpen in de natuurlijke gang van zaken. Voor het voormalige zoetwatergetijdengebied geldt dat karakteristiek nieuw wilgenvloedbos alleen kansen heeft indien de getijdenwerking zo goed mogelijk wordt hersteld. Maatregelen nemen op landschapsschaal zoals in de Biesbosch gebeurt (zie Herstelbeheer) ligt uiteraard buiten de macht van de individuele bosbeheerder. Het voorbeeld van de Stormpolder leert echter dat op locale schaal met een uitgekiende inrichting nieuw vloedbos kan ontstaan of kan worden hersteld (zie ook Herstelbeheer). Om de uitgestrekte voormalige grienden met overheersing van brandnetel te veranderen in soortenrijker wilgenvloedbos is of geduld, of grootschalig herstel van de getijdenwerking nodig. Recente ontwikkelingen in de Biesbosch (zoals beschreven voor het bosreservaat Keizersdijk) geven aan dat de spontane veranderingen in een onbeheerde griend na een langdurige periode van stilstand in een plotselinge stroomversnelling kunnen komen. In hoeverre deze ontwikkelingen op lange termijn zullen leiden tot een bos dat nog beantwoordt aan de vegetatiekundige definitie van een wilgenvloedbos is hierbij in feite niet erg interessant. Hoe dan ook zal bij spontane ontwikkeling het klassieke onderscheid tussen zacht- en hardhoutooibossen in de overgangszone meer en meer gaan vervagen. Daarbij is het voor de hoogst gelegen zones ook een optie om onder andere door aanplant aan te sturen op een geheel andere bostype (zie Bossen op kleibodem).
 
Met bijdragen van:
Klaas van Dort, 14.11.06; Patrick Hommel & Rein de Waal, 26 april 2007; Patrick Hommel, november 2010.

Literatuur:
Bijlsma, R.J., E.J. Weeda & E. Verkaik, 2009. Wentelwilgen, wortelkluiten en wave dieback. Rapport 1910. Alterra, wageningen.52 pp.

Wolf, R.J.A.M., A.H.F. Stortelder & R.W. de Waal. 2001. Ooibossen, Bosecosystemen van Nederland deel 2. KNNV, Utrecht. 

| Bedreigingen | Regulier beheer | Herstelbeheer | Inrichting |

 

Groen Kennisnet, een netwerk van kennisportalen in het groene domein Zoeken in de
infobladen

(U gaat naar de
website van
Groen Kennisnet)
Groen Kennisnet, een netwerk van kennisportalen in het groene domein
Homepage
Home | Colofon | Print pagina
Zoek binnen deze website