Pad: Natuurtypen / Vogelgraslanden (N13) / Vochtig weidevogelgrasland (N13.01) / Weidevogelgrasland / Regulier beheer

Weidevogelgrasland

Inhoud van deze pagina:

REGULIER BEHEER
Van lappendeken tot mozaïekbeheer

Sturende factoren
Agrarisch natuurbeheer en weidevogelreservaten
Voldoende kuikenland
Bescherming werkt

Van lappendeken tot mozaïekbeheer
Optimaal weidevogelbeheer wordt vaak gezien als synoniem van het traditionele boerenbedrijf uit de jaren zestig van de vorige eeuw. Belangrijke kenmerken daarvan zijn een extensief agrarisch gebruik, kleinschaligheid en variatie in gebruik. Het daarvan afgeleide beheer in weidevogelreservaten bestaat uit het open houden van het polderlandschap en het hoog houden van de waterpeilen, waarbij een groot deel van de percelen niet of licht bemest wordt en laat gemaaid, meest na 15 juni. Sommige onbemeste hooilandpercelen worden pas in juli voor het eerst gemaaid. In een klein deel van de polder is sprake van beweiding. Op deze voorbeweide percelen kunnen zich later in het seizoen nog weidevogels vestigen. Veel van de na 15 juni gemaaide hooilanden worden in de zomer nabeweid, met als doel kleinschalig reliëf in het maaiveld aan te brengen en structuur in de vegetatie. Bemesting vindt bijvoorkeur plaats met ruige stalmest: goed voor het organische stofgehalte in de bodem en over het algemeen goed voor regenwormen, het stapelvoedsel voor veel weidevogels.
Een belangrijk element in het traditionele weidevogelbeheer is variatie in het beheer, waarbij de verschillende vormen van beheer als een lappendeken aan elkaar geschakeld zijn. Jaarlijkse wisselingen van het beheer zijn beperkt omdat weidevogels vaak terugkomen op de percelen waar ze succesvol hebben gebroed. Kortom, variatie in de ruimte en constantheid in de tijd. Het moderne weidevogelbeheer kent dezelfde uitgangspunten maar houdt rekening met veranderde milieucondities (onder meer waterhuishouding, verzuring) en vindt behalve in natuurgebieden plaats in de vorm van agrarisch natuurbeheer. Nog steeds is variatie in beheer een voorwaarde om tegemoet te komen aan de verschillen in de eisen van soorten. Ook wordt rekening gehouden met veranderende eisen gedurende het seizoen. De lappendeken noemen we tegenwoordig mozaïekbeheer.

Sturende factoren
Het beheer is via een aantal sleutelfactoren aan te sturen die zijn afgeleid van de habitateisen van de vogels. Op hoofdlijnen zijn dat de landschappelijke inrichting, de waterhuishouding en het beheer. Vanuit de landschappelijke inrichting is openheid gewenst, waarbij geen of beperkte opgaande begroeiing in en rond het weidevogelgebied aanwezig is. Het waterbeheer is bepalend voor het landgebruik en speelt tevens een belangrijke rol bij de voedselvoorziening van weidevogels en hun kuikens. In de meeste weidevogelgebieden zijn grondwaterstanden gewenst die in het voorjaar en de vroege zomer niet verder uitzakken dan 40-50 cm beneden maaiveld. Enige variatie is gewenst, bijvoorbeeld via maaiveldverlaging, zodat ook enige zeer natte en mogelijk zelfs plas-drasse terreindelen kunnen worden ingericht.
Wanneer landschap en water goed geregeld zijn komt het weidevogelbeheer optimaal tot zijn recht. In elk geval in een deel van het gebied dient sprake te zijn van bemesting met stalmest, zo nodig aangevuld met andere bemesting om te zorgen voor voedselrijke percelen. Ook beweiding kan daarin een rol spelen. Een substantieel deel van de percelen wordt laat gemaaid, tussen 8 en 22 juni; dit is de kern van het beheer. Deze percelen worden, ook bij agrarisch natuurbeheer, minder bemest zodat een kruiden- en structuurrijke vegetatie ontstaat. Deze geeft niet alleen kleur aan het landschap maar is ook rijk aan insecten en geeft dekking aan weidevogelkuikens. Beweiding start vroeger in het seizoen dan maaien en heeft een belangrijke functie voor foeragerende weidevogels. Beweide percelen kennen microreliëf en zijn aantrekkelijk voor soorten als Kievit, Scholekster en Tureluur. Koeienvlaaien trekken veel insecten aan en vormen daarmee letterlijk een bron van leven voor de weidevogelkuikens. Ook soorten als Graspieper en Gele kwikstaart profiteren ervan.

Agrarisch natuurbeheer en weidevogelreservaten
Bijna driekwart van de weidevogels in Nederland broedt op het gangbaar gebruikte boerenland. Hier zijn ze afhankelijk van de inzet van agrarisch natuurbeheer. Agrarisch natuurbeheer via beheercontracten wordt in Nederland op grote schaal toegepast, anno 2008 op meer dan 30.000 ha. Kern van het agrarische natuurbeheer is het latere maaien (datum al naar gelang het gekozen beheerspakket) al dan niet gecombineerd met een beperkte bemesting. De afgelopen jaren zijn veel agrarische natuurverenigingen opgericht waarbij de boeren collectief zorg dragen voor het weidevogelbeheer in een gebied. Behalve het aangepaste beheer van de percelen is er ook aandacht voor de inrichting van plas-dras percelen en de nestbescherming. Steeds meer wordt voor een gebiedsaanpak gekozen, waarbij het mozaïekbeheer planmatig en gecoördineerd wordt ingevuld.
In weidevogelreservaten van Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten en de provinciale landschappen kan optimaal weidevogelbeheer worden gevoerd. Er kunnen hoge waterstanden worden ingesteld en bemesting kan op sommige percelen achterwege blijven. Het accent in de reservaten ligt meestal op de (zeer) kritische weidevogelsoorten die minder kans maken in het boerenland. Soorten als Kwartelkoning, Kemphaan en Watersnip broeden tegenwoordig vrijwel alleen in reservaten.
 
Voldoende kuikenland
Weidevogelbeheer is pas succesvol wanneer de verschillende soorten voor voldoende aanwas kunnen zorgen. Voor Grutto’s is uitgerekend dat elk paar gemiddeld 0,6 jongen per jaar groot moet brengen om de populatie in stand te houden. Sleutelfactor bij het agrarische natuurbeheer is de oppervlakte ongemaaid, kruidenrijk grasland van half mei tot half juni. Van dit kuikenland dient voor Grutto’s in de loop van het seizoen ca. 1,4 ha (gewogen maat) per paartje met jongen beschikbaar te zijn om de kuikens te laten opgroeien. Deze maat is een belangrijk handvat om het mozaïekbeheer op gebiedsniveau in te vullen. Ook andere soorten die voornamelijk in laat gemaaide hooilanden broeden profiteren hiervan.
Het aandeel kuikenland kan op verschillende manieren worden ingevuld waarbij de basis bestaat uit beperkt bemeste, na 8 of 15 juni gemaaide percelen. Ook brede (5 m of breder) onbemeste slootranden kunnen hierin een rol spelen omdat die vaak goed kunnen worden ingepast in de bedrijfsvoering. Binnen een goed ingevuld mozaïek van weidevogelbeheer is ook ruim plaats voor soorten die kortere, liefst beweide vegetaties nodig hebben.
 
Bescherming werkt
Weidevogels spreken tot de verbeelding en dat komt tot uiting in de vele vrijwilligers die zich bezig houden met de bescherming ervan. In heel Nederland gaat het om meer dan 12.000 vrijwilligers die in het voorjaar samen met 14.000 boeren over een oppervlakte van 370.000 ha (!) nesten markeren voorafgaand aan het maaien, en nestbeschermers plaatsen op percelen die beweid gaan worden. Ook verzamelen zij veel gegevens over de aantallen en verspreiding van weidevogels. Traditioneel zijn veel vrijwilligers actief in gebieden waar in het vroege voorjaar naar Kievitseieren wordt gezocht (tot 1 april). Dit geldt vooral in Friesland waar meer dan 6000 actieve vogelwachters zijn verenigd in de Bond Friese Vogelwachten (http://www.bfvw.nl/).
Het beschermen van de weidevogelnesten heeft vooral betrekking op de nesten die goed gevonden kunnen worden, in de praktijk die van Scholekster, Kievit, Grutto en Tureluur. De bescherming werkt en zorgt voor een hoger percentage eieren dat uitkomt, en resulteert daarmee in een groter aantal weidevogelkuikens. Daarna komt de fase dat de kuikens opgroeien en daar heeft de weidevogelbescherming minder grip op omdat de weidevogelfamilies dan meer uitzwermen over de omgeving. De overleving van de kuikens bepaalt uiteindelijk hoeveel jonge weidevogels werkelijk volgroeid raken. Weersomstandigheden, beheer en predatie spelen hierin een hoofdrol.

| Bedreigingen | Regulier beheer | Herstelbeheer | Herstelbeheer en inrichting |

 

Groen Kennisnet, een netwerk van kennisportalen in het groene domein Zoeken in de
infobladen

(U gaat naar de
website van
Groen Kennisnet)
Groen Kennisnet, een netwerk van kennisportalen in het groene domein
Homepage
Home | Colofon | Print pagina
Zoek binnen deze website