Pad: Natuurtypen / Rijke graslanden en akkers (N12) / Kruiden- en faunarijke akker (N12.05) / Faunarijke akker / Regulier beheer

Faunarijke akker

Inhoud van deze pagina:

REGULIER BEHEER
Akkerbeheer
Beheer van perceelsranden
Braaklegging
Kerngebieden voor akker en natuur

Akkerbeheer
In Nederland is nog weinig ervaring met het beheren van akkers ten behoeve van de fauna, hoewel wel enige ervaring is opgedaan binnen de soortbeschermingsprojecten van de hamster in Limburg  en de grauwe kiekendief in Groningen. De ervaringen in Limburg en Groningen leren dat het optimaal beheren van akker ten behoeve van de fauna niet gemakkelijk is. Eén van de belangrijkste doelen van een hamstervriendelijk beheer in Limburg is het niet of slechts gedeeltelijk oogsten van de gewassen, waardoor gedurende het hele jaar (ook in de winter) voedsel en dekking aanwezig is. De akkers mogen echter niet verwaarloosd worden, omdat anders de veronkruiding hard toeslaat. In de praktijk betekent dat de akkers (licht) gemest en bespoten dienen te worden, om de akkers ‘in conditie’ te houden. Feitelijk dient het reguliere agrarische gebruik voortgezet te worden, maar op een veel extensievere wijze. Door de inzet van plantenrassen of gewassen die ook gedijen met minder bemesting of door gewassen die een langer groeiseizoen hebben, is al waarschijnlijk al veel natuurwinst te behalen.
In Groningen profiteert de grauwe kiekendief met name van vele aanwezige faunaranden en in het verleden van de braakliggende akkers (verdwenen sinds 2007 na het afschaffen van de braaklegregeling). Op de braakliggende akkers ontwikkelden zich ruigtevegetaties die veel voedsel boden aan akkervogels en waar de veldmuizenpopulatie zich ongestoord kon ontwikkelen (doordat nestjes met jongen niet werden weggeploegd). De braakliggende akkers waren daarmee zeer aantrekkelijke jachtgebieden voor grauwe kiekendieven, maar ook bijvoorbeeld de velduil (Asio flammeus).

Beheer van perceelsranden
Met akker- of faunaranden is inmiddels veel ervaring opgedaan, maar met name in de akkerbouw provincies Zeeland, Noord-Brabant, Groningen en Limburg. De vele akkerrand-projecten laten zien dat goed beheerde akkerranden zeer aantrekkelijk zijn voor ongewervelden en een (belangrijke) rol kunnen spelen in de biologische bestrijding van plaaginsecten. Tal van vlinders, bijen, zweefvliegen en andere insecten profiteren van de aanleg van faunaranden, maar over het algemeen profiteren slechts (zeer) algemene soorten en zijn voor bedreigde doelsoorten specifieke soortgerichte maatregelen nodig. Typische akkervogels en kleine zoogdieren lijken veelal niet of nauwelijks te profiteren van akkerrand-projecten, omdat de randen te smal zijn of te intensief worden bewerkt (meerdere malen per jaar gemaaid of randen worden gebruikt als rijspoor).
Het is opvallend dat, zeker in het verleden, akker- of faunaranden werden ingezaaid met speciale bloemenmengsels. Meestal een bonte mengeling van exotische of uitheemse soorten. Voor het oog aantrekkelijk, maar voor de inheemse fauna slechts voor enkele algemene soorten van ongewervelden van belang.
De natuurwaarden van akkerranden kunnen echter behoorlijk hoog zijn, mits gekozen wordt voor een ‘echt akkerbeheer’, als de akkerranden voldoende breed zijn (minimaal 20 meter) en als de randen gecombineerd worden met een grazige strook.
De akkerranden kunnen bijvoorbeeld ingezaaid worden met granen, waardoor randen ook als een echte akker kunnen worden beheerd. De enige beperking bestaat dan uit het niet oogsten van de rand. De effectiviteit kan nog verder worden verhoogd door de akkerrand te koppelen aan grasrand met een minder hoge vegetatie. Zo’n combi-rand biedt een ideaal habitat voor tal van akkersoorten die zulke faunaranden kunnen foerageren en broeden. Het ‘grauwe kiekendief’-project in Groningen laat in ieder zeer aansprekende resultaten zien in gebieden met zogenaamde duo-randen en in Limburg zijn de hamster ‘opvangranden’ eveneens een zeer effectieve beheermaatregel gebleken. Voorwaarde is wel dat de randen niet worden gebruikt als rijstrook voor de zware landbouwmachines, omdat anders de vegetatie wordt plat gereden.

Braaklegging
Het meerjarig braakleggen van akkers (zonder de akkers in te zaaien met een bloemenmengsel) is ook een uitstekende beheermaatregel. Door het braak leggen krijgen allerlei akkersoorten een enorme impuls (veldmuis, veldleeuwerik, kleine parelmoervlinder), mits allerlei verstorende werkzaamheden (ploegen, maaien) jarenlang niet of nauwelijks worden uitgevoerd/dan wel tot een minimum worden beperkt. Gedurende enkele jaren is op braakliggende akkers veel voedsel en dekking aanwezig voor akkervogels, maar ook kleine zoogdieren en vlinders profiteren van de open kale grond. Na enkele jaren moet een akker weer in regulier gebruik genomen worden, omdat anders grassen en probleemonkruiden (kweek) de overhand kunnen krijgen of verbossing van de akkers gaat optreden.

Kerngebieden voor akker en natuur
De effectiviteit van akkerbeheer kan verder worden verhoogd door maatregelen te concentreren in kerngebieden en te zorgen voor een landschappelijke samenhang tussen de akkers met maatregelen. De aanwezigheid van een netwerk van braakliggende akkers, akkerranden en overige landschapselementen is zeer aantrekkelijk voor veel soorten. Op korte afstand is dan zowel foerageergebied, broedgebied als overwinteringhabitat te vinden.

| Bedreigingen | Regulier beheer | Herstelbeheer en inrichting |

 

Groen Kennisnet, een netwerk van kennisportalen in het groene domein Zoeken in de
infobladen

(U gaat naar de
website van
Groen Kennisnet)
Groen Kennisnet, een netwerk van kennisportalen in het groene domein
Homepage
Home | Colofon | Print pagina
Zoek binnen deze website