Pad: Natuurtypen / Rijke graslanden en akkers (N12) / Kruiden- en faunarijke akker (N12.05) / Faunarijke akker / Bedreigingen

Faunarijke akker

Inhoud van deze pagina:

BEDREIGINGEN
Inleiding
Gewasverschuiving
Schaalvergroting
Oogsttijdstip
Mechanisatie
Efficiëntere oogsttechnieken
Gewasbeschermingsmiddelen
Biologische bedrijven: kans of bedreiging?

Inleiding
De grootste bedreiging voor de akkerfauna bestaat uit de huidige intensieve akkerbouw in Nederland. Het toch al dynamische karakter van akkers is daarmee zo ver doorgeschoten, dat veel karakteristieke akkersoorten hun levenscyclus niet meer kunnen voltooien. De intensivering van de akkerbouw uit zich op verschillende manieren. Hieronder wordt een aantal van die manieren besproken in volgorde van impact.

Gewasverschuiving
Het overstappen van teelten waarin (zomer)granen de boventoon hadden, naar teelten waarbij hakvruchten en maïs domineren, heeft geleid tot een kwalitatieve achteruitgang van het akkerhabitat. Hakvruchten (bieten en aardappelen) en maïs zijn voor veel akkersoorten totaal niet interessant, wegens het gebrek aan voedsel of door de structuur van het gewas. Niet alleen het areaal aan granen is afgenomen, ook heeft een grote verschuiving plaats gevonden van zomer- naar wintergranen. Zomergranen als rogge en haver zijn vrijwel verdwenen en worden vrijwel alleen nog in reservaten geteeld. Het verdwijnen van zomergranen, ten gunste van o.a. wintergranen, heeft tot gevolg gehad dat de voor veel soorten (veldleeuwerik, patrijs, geelgors) belangrijke stoppelakkers met oogstrestanten als winterhabitat compleet zijn verdwenen. De stoppelakkers worden na de oogst weer bewerkt, bemest en ingezaaid met een groenbemester of een wintergraangewas. Stoppelakkers zijn daardoor slechts enkele weken of dagen aanwezig. Het omzetten van bouwland in grasland heeft eveneens bijgedragen aan een kwantitatieve achteruitgang van het areaal akkers in Nederland.

Schaalvergroting
Het vergroten van percelen (door ruilverkavelingen) heeft er mede aan bijgedragen dat allerlei landschapselementen zoals graften, overhoekjes, kavelsloten, wijken, onverharde wegen, kleine bosjes zijn verdwenen. Veel van deze landschapselementen dienen als vlucht- en schuilplaats voor akkerorganismen (patrijs, fazant, hamster), maar kunnen tevens toevluchtsoord zijn van predatoren (vos, roofvogels, marters). Door het verdwijnen van allerlei landschapselementen is het voor veel soorten veel moeilijker of onmogelijk geworden om te overleven in een kaal agrarisch landschap.

Oogsttijdstip
Door het gebruik van gewassen die eerder afrijpen zijn de risico’s van misoogsten verminderd, maar het broedseizoen is daarmee voor veel akkervogels sterk verkort. Wintergranen groeien bijvoorbeeld zo snel dat het gewas slechts gedurende enkele weken aantrekkelijk is voor de veldleeuwerik om in te broeden, waardoor slechts één nestje geproduceerd kan worden. Voor het instandhouden van de populatie zijn echter minimaal 2-3 legsels een vereiste, een aantal wat al jarenlang niet meer wordt gehaald in de meeste gebieden.

Mechanisatie
Tal van werkzaamheden werden vroeger in de akkerbouw handmatig uitgevoerd of met veel ‘primitievere’ hulpmiddelen, terwijl de huidige werkzaamheden verregaand gemechaniseerd zijn. Het oogsten van gewassen kan daardoor veel efficiënter en effectiever plaats vinden, maar ook de snelheid van bewerkingen ligt, letterlijk, veel hoger dan enkele decennia geleden door de inzet van zwaardere en grotere machines.

Efficiëntere oogsttechnieken
Doordat de oogsttechnieken sterk verbeterd zijn, is er na de oogst op de meeste akkers nauwelijks nog voedsel (in de vorm van bijvoorbeeld graankorrels) te vinden (hamster, gorzen).

Gewasbeschermingsmiddelen
Door het toepassen van herbiciden krijgen onkruiden nauwelijks nog een kans op akkers. Daardoor zijn niet alleen karakteristieke akkerplanten verdwenen, maar daarmee zijn ook de onkruiden die na de oogst als alternatieve voedselbron kunnen fungeren totaal verdwenen.
De klassieke ‘ver-’bedreigingen (verdroging, versnippering, verzuring, vermesting) zijn voor veel akkersoorten niet het grootste probleem of de directe oorzaak van de achteruitgang. Bij de meeste akkersoorten zijn het toch de werkzaamheden en bewerkingen op de akker (oogsten, zaaien, wieden, mesten, spuiten) en de gewaskeuze van de agrariër die bepalen of een akker geschikt habitat vormt.

Biologische bedrijven: kans of bedreiging?
Biologische landbouw wordt algemeen beschouwd als een natuurvriendelijk alternatief voor de intensieve gangbare landbouw, maar dit ligt echter genuanceerd. Op biologische akkerbouwbedrijven zijn inderdaad meer broedende akkervogels aanwezig zijn, maar het uiteindelijke broedsucces is lager dan op gangbare bedrijven. Door de mechanische onkruidbestrijding op biologische bedrijven gaan 2x zoveel nesten verloren als op gangbare bedrijven. Het is mogelijk dat biologische landbouwbedrijven hierdoor als een ecologische val werken, maar meer onderzoek zal daar duidelijkheid over moeten geven.
De rijkdom aan ongewervelden is op biologische akkerbedrijven wel vaak veel groter dan op gangbare akkerbouwbedrijven, omdat minder vaak gespoten wordt tegen plaag-insecten en meer aandacht wordt besteed aan biologische bestrijding van ongewenste plaagsoorten. Waarschijnlijk zijn biologische akkers door het grotere aanbod aan ongewervelden (voedsel) aantrekkelijke plekken voor akkervogels om zich te vestigen. Biologische of extensieve landbouw kan de biodiversiteit wel versterken, maar uit onderzoek blijkt dat veel positieve effecten afhangen van de heterogeniteit van het landschap en de houding van de betreffende agrariër.

| Bedreigingen | Regulier beheer | Herstelbeheer en inrichting |

 

Groen Kennisnet, een netwerk van kennisportalen in het groene domein Zoeken in de
infobladen

(U gaat naar de
website van
Groen Kennisnet)
Groen Kennisnet, een netwerk van kennisportalen in het groene domein
Homepage
Home | Colofon | Print pagina
Zoek binnen deze website