Pad: Natuurtypen / Rijke graslanden en akkers (N12) / Kruiden- en faunarijk grasland (N12.02) / Bloemrijk grasland / Bedreigingen

Bloemrijk grasland

Inhoud van deze pagina

BEDREIGINGEN
De gebruikelijke ver-factoren
Weidevogels worden uitgemaaid en ganzen verjaagd
Rivierengebied: problemen door sulfaatrijk water
Veengebieden: veraarding en inklinking zijn ongunstig
Met bijdragen van
Literatuur

De gebruikelijke ver-factoren
Alle bloemrijke graslanden staan bloot aan het welbekende trio van ver-factoren, vermesting, verdroging en verzuring. Omdat bloemrijke graslanden van nature vrij voedselrijk zijn, heeft hoge stikstofdepositie waarschijnlijk niet veel invloed. Veel van het bloemrijke grasland is verdwenen door biotoopvernietiging ten behoeve van aanleg van wegen en steden en verder heeft achteruitgang vooral plaatsgevonden door vermesting door de intensivering van de landbouw. Natte bloemrijke graslanden zijn bovendien vaak ontwaterd. In de uiterwaarden zijn ze ook achteruit gegaan doordat de rivierdynamiek sterk is gewijzigd (zie rivierengebied).

Omdat de bodems van de ‘ouderwetse' bloemrijke graslanden bijzonder geschikt zijn voor modern agrarisch gebruik, zijn juist deze vroeger heel gewone graslanden zeer sterk achteruit gegaan. De restanten zijn inmiddels meer dan het beschermen waard. Ze bieden een leefomgeving voor vroeger algemene soorten die in allerlei typen graslanden zeldzaam zijn geworden. Dit geldt voor vrijwel alle soortgroepen, denk bijvoorbeeld aan Kamgras (Cynosurus cristatus), Gewone weidewasplaat (Hygrocybe pratensis), Kleine vuurvlinder (Lycaena phlaeas) en Veldleeuwerik (Alauda arvensis).
Hier een illustratie van de achteruitgang. Voor het Kievitsbloemgrasland laat de verspreidingsatlas een afname zien van aanwezigheid in 41 uurhokken omstreeks 1975 naar 18 uurhokken in 2005. In Zuid-Holland, dat tot de eerste helft van de 20e eeuw vele grote populaties van de soort huisvestte, zijn de aantallen Wilde kievitsbloemen zo dramatisch geslonken dat het wellicht te laat is voor behoud en herstel.

Weidevogels worden uitgemaaid en ganzen verjaagd
Vrijwel overal in Nederland is de weidevogelstand sinds de zeventiger jaren aan het kelderen. Vooral het aantal broedgevallen van Grutto, Kemphaan en Tureluur tonen een neerwaartse trend. Ook Kwartelkoning, Kwartel en Patrijs zijn sterk afgenomen. De oorzaken zijn complex en ondanks de instelling van specifiek op weidevogels gericht beheer in agrarische gebieden treedt geen herstel op. Vast staat dat vroegtijdig maaien, voor 15 juni, vele slachtoffers onder jonge vogels eist. Ook de toegenomen vossenstand heeft invloed op de populatie omvang. In regenwormen, het stapelvoedsel voor allerlei vogels, hopen zich zware metalen op via opgenomen verontreinigde aarde. In hoeverre ook ´doorvergiftiging´ een negatief effect heeft op weidevogels is nog onduidelijk.

In het winterseizoen zoeken talloze ganzen en andere trekvogels voedsel op de graslanden, bij voorkeur in het rivieren- en zeekleigebied. Om vraatschade aan boerenland te minimaliseren zijn speciale ‘wintergastenweides' ingericht waar de vogels naar hartelust en in alle rust kunnen foerageren. Buiten die weides kunnen ze worden verjaagd en soms zelfs bedreigd met afschot.

Rivierengebied: problemen door sulfaatrijk water
De natte bloemrijke graslanden hebben op veel plekken te maken met een sterke toename van de sulfaatconcentratie in het oppervlaktewater. Vooral de graslanden met enige ophoping van venig materiaal, zoals de Kievitsbloemhooilanden en de Vossenstaartgraslanden, kunnen hierdoor te maken krijgen met interne eutrofiëring. Het aangevoerde sulfaat bindt aan ijzer, waardoor aan fosfaat gebonden ijzer vrijkomt en beschikbaar wordt voor planten. Het sulfaat bevordert ook de afbraak van organisch materiaal en hiermee het vrijkomen van voedingsstoffen. In ijzerarme bodems vindt ophoping van sulfide plaats, dat giftig is voor vrijwel alle plantensoorten van bloemrijke graslanden.

In de uiterwaarden is door veranderingen in de rivierdynamiek de kans op zomeroverstromingen toegenomen. In combinatie met een slechte rivierwaterkwaliteit pakken dergelijke overstromingen veelal zeer negatief uit voor bloemrijk grasland in de uiterwaarden. De zomeroverstromingen van 1990 oefenden daarop bijvoorbeeld ongunstige invloed uit.

Veengebieden: veraarding en inklinking zijn ongunstig
Een heel eigen problematiek bezitten de vochtige, bloemrijke graslanden op venige bodems. Vaak zijn deze bloemrijke graslanden door ontwatering ontstaan uit Dotterbloemgraslanden en vervolgens het slachtoffer geworden van overbemesting. De soorten van het vochtige bloemrijke grasland worden hier ook nog eens bedreigd door steeds verdere inklinking en veraarding van de veenbodem. Bij inklinken kan de bodem minder water bergen en bovendien is het vermogen van capillaire opstijging van water sterk verminderd. Ook bij vrij hoge grondwaterstanden en bij hoge waterstanden in de omringende sloten, treedt in droge perioden in de graslanden dan sterke uitdroging op. Deze uitdroging bespoedigt de afbraak van organisch materiaal, waardoor de veraarding almaar verder blijft doorzetten. Op dergelijke percelen worden planten van constant vochtige bodems, zoals Echte koekoeksbloem, verdrongen door Geknikte vossenstaart (Alopecurus geniculatus), Fioringras (Agrostis stolonifera) en Kruipende boterbloem (Ranunculus repens).

Met bijdragen van:
Emiel Brouwer, oktober 2007 en Klaas van Dort, november 2006.

Literatuur:
Loeb, R., Daalen, E. van. Lamers. L.P.M. & Roelofs, J.G.M., 2007. How sediment characteristics and water quality influence the biogeochemical response to flooding in riverine wetlands. Journal of applied ecology 39 (3): 391-401.

| Bedreigingen | Regulier beheer | Herstelbeheer | Inrichting |

 

Groen Kennisnet, een netwerk van kennisportalen in het groene domein Zoeken in de
infobladen

(U gaat naar de
website van
Groen Kennisnet)
Groen Kennisnet, een netwerk van kennisportalen in het groene domein
Homepage
Home | Colofon | Print pagina
Zoek binnen deze website