Pad: Natuurtypen / Droge schraalgraslanden (N11) / Droog schraalland (N11.01) / Stroomdalgrasland / Herstelbeheer

Stroomdalgrasland

Inhoud van deze pagina:

HERSTELBEHEER
Beperkt herstel door begrazing, maaibeheer of afplaggen
Nieuwe kansen door meer ruimte voor de rivier
Met bijdragen van
Literatuur

Beperkt herstel door begrazing, maaibeheer of afplaggen
Alleen toepasbaar in bijzondere, nader te bepalen gevallen, waarbij vooraf toestemming van het betrokken deskundigenteam is verkregen.
Stroomdalgraslanden die achteruit zijn gegaan door een gebrek aan beheer hebben vaak nog wel het vermogen zich enigszins te herstellen door het in maaibeheer nemen of over te gaan tot extensieve beweiding. De kans op herstel is groter naarmate er meer soorten van het stroomdalgrasland aanwezig zijn en naarmate er minder stapeling van organisch materiaal en verzuring heeft plaatsgevonden. Een goede kennis van de actuele waarden en zorgvuldige inschatting van de gevolgen van veranderd beheer is vereist.

Problematisch is de aanpak van vermeste graslanden. De bovenste bodemlagen zijn humeuzer en voedselrijker geworden. Extensieve begrazing volstaat dan niet om de overtollige voedingsstoffen af te voeren. Ook als een beheer van maaien en afvoeren wordt toegepast kan het tientallen tot honderden jaren duren voor een voor stroomdalsoorten voldoende verschraling wordt bereikt. Zelfs afplaggen van de toplaag brengt vaak geen uitkomst, zoals o.a. een plagexperiment in de Oeffeltermeent heeft laten zien. In dergelijke situaties kan het wel helpen als er door de rivier vers zand op de vegetatie wordt afgezet. Dat zand is voedselarmer en vrijwel mineraal en bovendien vaak ook kalkrijker.

Bij intensievere beweiding bestaat het risico op vertrapping en vermesting; zie ook onder het kopje ‘Extensieve beweiding'op de subpagina ‘Regulier beheer'.
Een combinatie van begrazing en extreme droogte in zomer en voorjaar kan soms gunstig uitpakken, althans tijdelijk. Dat gebeurde bijv. op de rivierduinen in het Junner Koeland in 2007, na een combinatie van een extreem droog voorjaar met begrazing in de voorgaande winter. In de zomer van 2007 groeide daar opvallend veel Steenanjer (Dianthus deltoides) en Grote tijm (Thymus pulegioides). Voor het eerst hadden daar in de winter ervoor vijftien koeien gelopen omdat begrazing in lage dichtheden de vergrassing niet voldoende tegen hield.
Voor de duurzame handhaving van soortenrijke stroomdalgraslanden is de rivierdynamiek onmisbaar. Overstroming met rivierwater en zand- of slibafzetting zorgt dan voor de nodige periodieke ‘oplading' van de bodem met basen en creëert daarnaast ook open plekken met mineraal zand waar zaadjes kunnen kiemen Waar het waterbeheer rivierdynamiek niet toestaat, kan wellicht cyclisch beheer uitkomst bieden. Zie onder het kopjeCyclisch beheer' op de subpagina ‘Regulier beheer' en het kopje ‘Cyclisch beheer'op de subpagina ‘Herstelbeheer' van ‘Rivierengebied'.

Nieuwe kansen door meer ruimte voor de rivier

Natuurlijke rivierprocessen krijgen steeds meer ruimte vooral door natuurontwikkelingsprojecten waarbij agrarische graslanden worden teruggegeven aan de natuur. In samenhang daarmee zijn op verschillende plaatsen pioniervormen van het stroomdalgrasland ontstaan en breiden enkele van de typische soorten zich in de laatste jaren uit. Voorbeelden daarvan zijn Brede ereprijs (Veronica austriaca ssp. teucrium) en Vetkruiden (Sedum sp.). Een opvallende toename van pionierbegroeiingen weegt echter vooralsnog niet op tegen de achteruitgang van het typische stroomdalgrasland. Ook is het nog de vraag of zich vanuit pionierstadia ‘volwassen' soortenrijke stroomdalgraslanden ontwikkelen. Een deel van de kensoorten gaat nog steeds in aantal en verspreiding achteruit, Liggende ereprijs (Veronica prostrata) en Rode bremraap (Orobanche lutea) bijvoorbeeld. Gunstige bijkomstigheid is dat de rivierwaterkwaliteit in de laatste jaren is verbeterd en ook de stikstofdepositie afneemt.

Met bijdragen van:
Klaas van Dort en Moniek Nooren, november 2006, Emiel Brouwer, oktober 2007.

Literatuur:
Bal, D., H.M. Beije, M. Fellinger, R. Haveman, A.J.F.M. van Opstal & F.J. van Zadelhoff 2001. Handboek Natuurdoeltypen. Expertisecentrum LNV, Wageningen.

Kurstjens, G., P. Calle & B. Peters. 2004. De fauna van de Gelderse Poort. 2004. Historische en recente verspreiding van bedreigde en beschermde zoogdieren, reptielen, dagvlinders, libellen, sprinkhanen en overige ongewervelden. Flora en Faunawerkgroep Gelderse Poort.

Peters, B, G. Kurstjens & W. Helmer. 2002. Van Rijnruit tot Maasraket. 10 jaar natuurontwikkeling in Nederland. WWF.

Peters, B., G. Kurstjens & T. Teunissen. 2004. De flora van de Gelderse Poort. 2004. Een overzicht van bedreigde en beschermde soorten en een aanzet tot toekomstige monitoring. Flora en Faunawerkgroep Gelderse Poort.

Nooren, Staatsbosbeheer regiopagina in De Levende Natuur, juli 2007.

| Bedreigingen | Regulier beheer | Herstelbeheer | Inrichting |

 

Groen Kennisnet, een netwerk van kennisportalen in het groene domein Zoeken in de
infobladen

(U gaat naar de
website van
Groen Kennisnet)
Groen Kennisnet, een netwerk van kennisportalen in het groene domein
Homepage
Home | Colofon | Print pagina
Zoek binnen deze website