Pad: Natuurtypen / Droge schraalgraslanden (N11) / Droog schraalland (N11.01) / Heischraal grasland / Inrichting

Heischraal grasland

INRICHTING

Nieuwe heischrale graslanden
Heischrale graslanden kunnen in principe nieuwe kansen krijgen op voormalige landbouwgrond op zand of leem, maar het vaak niet eenvoudig om een gunstige uitgangssituatie daarvoor te scheppen.
Ten eerste moet daarvoor de bodem voldoende worden verschraald. Dit is vrijwel onmogelijk te realiseren door begrazing of door maaien en afvoeren. Met maaien of beweiden ontstaan als regel nogal soortenarme graslanden op zure en vrij voedselrijke bodems. Wat algemenere soorten als Gewoon Biggenkruid (Hypochaeris radicata), Duizendblad (Achillea millefolium), Gewone veldbies (Luzula campestris) en Weidehaakmos (Rhytidiadelphu squarrosus) breiden zich in deze graslanden al spoedig uit, maar vervolgens stagneert de ontwikkeling. Voor een soortenrijker resultaat is het vrijwel altijd noodzakelijk om de met fosfaat verrijkte toplaag af te voeren totdat de bodem bijna net zo arm is als een heidebodem.

Vervolgens moet de bodem voldoende gebufferd zijn. Op leemhoudende bodems of in terreinen met aanvoer van gebufferd kwelwater is dat meestal geen probleem. Pure zandbodems zijn echter meestal te zuur voor heischraal grasland. In deze situatie kan een recent agrarisch verleden een zeker voordeel bieden. Het kan namelijk zo zijn, dat na verwijdering van de bemeste bovenlaag een bodem overblijft die gunstige omstandigheden biedt voor heischrale soorten: niet te voedselrijk én gebufferd doordat er vroeger bekalking is toegepast. Ook hier zal echter na verloop van tijd vaak verzuring optreden.

Het volgende probleem is vaak, dat op de voormalige landbouwgronden geen zaadbank aanwezig is van plantensoorten van heischraal grasland. De meeste van die soorten hebben kortlevend zaad. Bovendien verspreiden veel soorten zich slecht en er vindt dus alleen spontane vestiging plaats indien het nieuwe natuurterrein grenst aan een ouder heischraal grasland. Het uitstrooien van maaisel van heischrale graslanden blijkt een effectieve manier te zijn om verspreiding te bevorderen.

Met bijdragen van:
Roland Bobbink & Maaike de Graaf, augustus 2007.

Literatuur:

Bekker, R.M., Van den Berg, L.J.L., Strykstra, R.J. & Verhagen, R. (2005). Maaisel opbrengen: het recept voor snel herstel van heidevegetaties? De Levende Natuur, 106 (5): 214-217.

Bobbink, R., Brouwer, E., Ten Hoopen, J. & Dorland, E. (2004). Herstelbeheer in het heidelandschap: effectiviteit, knelpunten en duurzaamheid. In: Van Duinen, G-J., Bobbink, R., Van Dam, C., Esselink, H., Hendriks, H., Klein, M., Kooijman, A., Roelofs, J. & Siebel, H., Duurzaam natuurherstel voor behoud biodiversiteit. 15 jaar herstelmaatregelen in het kader van het overlevingsplan bos en natuur, Expertisecentrum LNV, Ede, pp. 33-70.

Bobbink, R., De Graaf, M.C.C., Verheggen, G.M. & Roelofs, J.G.M. (1998). Heeft het heischrale milieu in Nederland nog toekomst? In: Bobbink, R, Roelofs, J.G.M. & Tomassen, H.B.M. (red.): Effectgerichte maatregelen en behoud van biodiversiteit in Nederland. Proc. Symp. K.U. Nijmegen.

De Graaf, M.C.C., Verbeek, P.J.M., Cals, M.J.R. & Roelofs J.G.M. (1994). Effectgerichte maatregelen tegen verzuring en eutrofiëring van matig mineraalrijke heide en schraallanden. Eindrapport monitoringsprogramma eerste fase. Vakgroep Oecologie, Katholieke Universiteit Nijmegen.

De Graaf, M., Verbeek, P., Robat, S., Bobbink, R., Roelofs, J, De Goeij, S. & Scherpenisse, M. (2004). Lange-termijn effecten van herstelbeheer in heide en heischrale graslanden. EC/LNV, Ede (219 pp).
Dorland, E., Bobbink, R. & Brouwer, E. (2005). Herstelbeheer in het heidelandschap: overzicht van OBN-herstelmaatregelen. De Levende Natuur, 106, 204-208.

Dorland, E., Van den Berg, L., Bobbink, R., & Roelofs, J. (2003). Bekalking bij het herstel van gedegenereerde heiden en heischrale graslanden. De Levende Natuur 104, 144-148.

Roelofs, J.G.M., Bobbink, R., Brouwer, E. & De Graaf, M.C.C. (1996). Restoration ecology of aquatic and terrestrial vegetation on non-calcareous sandy soils in The Netherlands. Acta Botanica Neerlandica 45, 517-541.

Verhagen, R., Van Diggelen, R. & Bakker, J.P. (2003). Nauurontwikkeling op minerale gronden: vernaderingen in de vegetatie en abiotische omstandigheden gedurende de eerste tien jaar na ontgronden. Rapport Rijksuniversiteit Groningen/It Fryske Gea (166 pp).

| Bedreigingen | Regulier beheer | Herstelbeheer | Inrichting |

 

Groen Kennisnet, een netwerk van kennisportalen in het groene domein Zoeken in de
infobladen

(U gaat naar de
website van
Groen Kennisnet)
Groen Kennisnet, een netwerk van kennisportalen in het groene domein
Homepage
Home | Colofon | Print pagina
Zoek binnen deze website