Pad: Natuurtypen / Droge schraalgraslanden (N11) / Droog schraalland (N11.01) / Heischraal grasland / Bedreigingen

Heischraal grasland

Inhoud van deze pagina:

BEDREIGINGEN
Verzuring: achteruitgang van karakteristieke soorten
Vermesting: vergrassing
Verdroging: vochtminnende soorten verdwijnen
Met bijdragen van
Literatuur

Verzuring: achteruitgang van karakteristieke soorten
Bodemverzuring is een belangrijke oorzaak van de achteruitgang van de droge en natte heischrale graslanden. De verzuring kent twee oorzaken. Verzurende atmosferische depositie van eerst zwavel- en later vooral stikstofverbindingen leidt in zowel droge als natte heischrale graslanden tot uitloging van de bodem. Daarnaast kan verdroging in natte heischrale graslanden eveneens leiden tot verzuring (zie onder het kopje ‘Verdroging').

Verzuring van de heischrale graslanden heeft twee effecten.
Ten eerste treedt er een verschuiving op in het bufferingsmechanisme. De zuurbuffering door uitwisseling van basische kationen zoals calcium, magnesium en kalium; de zogeheten kationuitwisseling aan het adsorptiecomplex maakt plaats voor buffering door het oplossen van aluminiumverbindingen, de aluminiumbuffering. Het omslagpunt ligt ongeveer bij pH=4,5. Hierdoor veranderen hele reeksen van bodemkenmerken:
De basische kationen gaan in oplossing en spoelen uit naar diepere bodemlagen. Daarmee wordt de beschikbaarheid van voor de plant belangrijke voedingsstoffen als calcium, magnesium en kalium verlaagd.
De concentraties van metalen, vooral aluminium (Al3+), in het bodemvocht stijgen. Voor veel plantensoorten van heischrale graslanden zijn deze ionen toxisch, zeker als er weinig calcium of kalium aanwezig is (zie Figuur 3).

figuur 3 links figuur 3 rechts
Figuur 3. Effect van verhoogde aluminiumconcentratie op de ontwikkeling van Valkruid (foto M. de Graaf). Ter vergelijking is rechts een plant getoond die niet is blootgesteld aan verhoogde aluminiumconcentraties.

Het tweede effect van de verzuring is de daling van de mineralisatie- en nitrificatiesnelheid. Dit leidt zowel tot een sterkere accumulatie van strooisel, als tot een verandering in de minerale stikstofvorm. In het bodemvocht neemt de nitraatconcentratie af, terwijl de ammoniumgehalten stijgen. In zure heidebodems (pH<4,5) is ammonium dan ook de dominante stikstofvorm. Planten van zwakgebufferde bodems, zoals de karakteristieke soorten van heischrale graslanden, zijn niet bestand tegen hoge ammoniumconcentraties in het bodemvocht bij lage pH's. Ze zullen dus bij verzuring verdwijnen.

De karakteristieke soorten van zure heide verkiezen ammonium als stikstofbron en zijn niet gevoelig voor hoge ammoniumgehalten (zie Figuur 4). Die soorten kunnen dus bij verzuring vooruit gaan.
De achteruitgang van korstmossen in heischrale milieus is waarschijnlijk gerelateerd aan luchtverontreiniging: Korstmossen zijn zowel gevoelig voor zwaveldioxide als hoge ammonia- concentraties in de lucht.

figur 4
Figuur 4. Effect van ammonium op een bedreigde heischrale soort.

Vermesting: vergrassing
De beschikbaarheid van voedingsstoffen is laag binnen alle heidetypen en ook in de heischrale graslanden. In het algemeen geldt dat de vegetaties van heischrale graslanden in hun groei worden beperkt door stikstof; stikstof-gelimiteerdzijn. Er zijn hierop soms uitzonderingen. In droge heischrale graslanden is naast stikstof-limitatie ook fosfaat-limitatie gevonden. In natte heischrale graslanden is geen onderzoek verricht naar limiterende nutriënten; aangenomen wordt dat stikstof en/of fosfaat limiterend zijn.

De hoge stikstofdepositie van de afgelopen decennia heeft geleid tot een sterke toename in de beschikbaarheid van stikstof voor planten. De toename van de stikstof-beschikbaarheid heeft effect op vele facetten van het heidelandschap, zoals de groei van planten en hun reproductie, de gevoeligheid van planten voor vorst, droogte en plaggen, op de symbiose met mycorrhiza, de afbraak van organische stof en mineralisatie en op de concurrentieverhoudingen met andere planten. Uiteindelijk leidt de hoge stikstofdepositie meestal tot vergrassing met sterke overheersing van Bochtige smele (Deschampsia flexuosa) of Gewoon struisgras (Agrostis capillaris) onder droge omstandigheden. Natte terreinen kunnen veranderen in eenvormige velden van Pijpenstrootje (Molinea caerulea). De heischrale graslanden lijden ook onder de gevolgen van vermesting, maar het is waarschijnlijk dat de achteruitgang van veel kenmerkende soorten in vooral droge heischrale graslanden in eerste instantie te wijten was aan verzuring.

Verdroging: vochtminnende soorten verdwijnen
Verdroging is alleen een probleem in natte heischrale graslanden. Het leidt tot lagere grondwaterstanden en minder kwelinvloed. Hierdoor wordt ten eerste de concurrentiepositie van vochtminnende soorten verslechterd, en nemen geleidelijk soorten uit het droge milieu toe. Verder resulteert versnelde afbraak van het organische materiaal in een hogere beschikbaarheid van voedingsstoffen. Hierdoor kunnen ruigtesoorten gestimuleerd worden. Echter, verdroging kan ook leiden tot bodemverzuring, aangezien in natte heischrale graslanden de buffercapaciteit van de bodem vooral op peil gehouden wordt door regelmatige aanvoer van zwak gebufferd lokaal grondwater naar de wortelzone. Verdroging leidt ertoe dat deze grondwateraanvoer niet meer of in mindere mate plaatsvindt. Dit uit zich in verzuring van de bodem door verminderde ‘oplading' van de basenbezetting van het adsorptiecomplex en uitputting van kationuitwisseling.
Ook kan verdroging leiden tot verzuring van oppervlakkig grondwater. Dit treedt op wanneer de bodem in de inzijggebieden is uitgeloogd. Het grondwater wordt daar niet meer aangerijkt met basen en verzuurt. Met name in gebieden die gevoed worden door oppervlakkig afstromend grondwater, kan dit proces leiden tot verzuring van de grondwatergevoede systemen. Zie ook onder natuurtype zeer zwak gebufferde vennen.

Met bijdragen van:
Roland Bobbink & Maaike de Graaf, augustus 2007.

Literatuur:
Bobbink, R., De Graaf, M.C.C., Verheggen, G.M. & Roelofs, J.G.M. (1998). Heeft het heischrale milieu in Nederland nog toekomst? In: Bobbink, R, Roelofs, J.G.M. & Tomassen, H.B.M. (red.): Effectgerichte maatregelen en behoud van biodiversiteit in Nederland. Proc. Symp. K.U. Nijmegen.

Bobbink, R. & Lamers, L.P.M. (1999). Effecten van stikstofhoudende luchtverontreiniging op vegetaties - een overzicht. Rapport R13 Technische Commissie Bodembescherming, Den Haag, 77 pp.

De Graaf,M.C.C., Verbeek, P.J.M., Cals, M.J.R. & Roelofs J.G.M. (1994). Effectgerichte maatregelen tegen verzuring en eutrofiëring van matig mineraalrijke heide en schraallanden. Eindrapport monitoringsprogramma eerste fase. Vakgroep Oecologie, Katholieke Universiteit Nijmegen.

| Bedreigingen | Regulier beheer | Herstelbeheer | Inrichting |

 

Groen Kennisnet, een netwerk van kennisportalen in het groene domein Zoeken in de
infobladen

(U gaat naar de
website van
Groen Kennisnet)
Groen Kennisnet, een netwerk van kennisportalen in het groene domein
Homepage
Home | Colofon | Print pagina
Zoek binnen deze website