Pad: Natuurtypen / Droge schraalgraslanden (N11) / Droog schraalland (N11.01) / Zinkweide / Herstelbeheer

Zinkweide

Inhoud van deze pagina

HERSTELBEHEER
Zinkflora een echo uit het verleden?  
Verschralen door opvoeren van beweiding of handmatig maaien  
Verschralen door te plaggen
Met bijdragen van
Literatuur   

Zinkflora een echo uit het verleden?
De zinkconcentraties zijn op vrijwel overal langs de Geul tot op of onder het minimum niveau gedaald dat voor de groei van de zinkflora nodig is. Voor de zinkflora is het toekomstperspectief dus niet gunstig. Er zijn enkele maatregelen die kunnen worden toegepast om voor de komende jaren enig herstel te bereiken; zie vervolgtekst. Op de langere termijn lijkt de zinkflora echter ten dode opgeschreven in Nederlands Limburg. Alleen maatregelen die omstreden en maatschappelijk weinig aanvaardbaar zijn, zou behoud op de langere termijn mogelijk kunnen maken. Zulk een maatregel zou bijv. zijn het kunstmatig aanbrengen van met zink verontreinigde bodem. Een andere mogelijkheid zou zijn, zinkflora uit te zaaien op de zwaar met zink verontreinigde terreinen nabij Budel.

Verschralen door opvoeren van beweiding of handmatig maaien
Het laatste stukje zinkweide onderscheidt zich van de omringende voormalige zinkwtoepasbaar nadat een gedegen vooronderzoek is uitgevoerd en dat op verzoek van een terreinbeheerder door het betrokken deskundigenteam kan worden beoordeeldeides door het feit dat het eerder uit landbouwkundig gebruik is genomen. Toch is het vegetatiedek van de laatst overgebleven zinkweide sterk aan het vervilten. Dat komt de zinkflora niet ten goede en staat in het bijzonder de hervestiging van soorten op plekken waar ze zijn verdwenen in de weg. Het opvoeren van de begrazingsdruk, eventueel plaatselijk of gefaseerd, zou de vervilting tegen kunnen gaan. Of dat het gewenste effect heeft en de zinkflora bevordert, zou eerst experimenteel moeten worden onderzocht. De geringe mate van verschraling die is te bereiken met begrazing volstaat hier mogelijk niet. Bovendien verbrandt de zinkflora op locaties waar uitwerpselen terecht komen. Daarom wordt momenteel op kleinschalig niveau experimenteel onderzocht of het handmatig maaien, in combinatie met het afvoeren van het maaisel, een betere beheersmaatregel is dan begrazing. Machinaal maaien is niet mogelijk omdat de bulten van de Gele weidemier dan schade zouden oplopen, terwijl die cruciaal zijn voor het behoud van de zinkflora. 


figuur zinkweide 
Verwijderen van de fosfaatverrijkte bodemlaag als herstelmaatregel op relatief zinkrijke locaties waar de zinkflora verdwenen is (Lucassen e.a. subm.)

Verschralen door te plaggen
Zowel op het laatste stuk zinkweide als daarbuiten krijgt de zinkflora alleen kansen als er pionierssituaties zijn. Experimenteel onderzoek in het gebied heeft reeds laten toepasbaar nadat een gedegen vooronderzoek is uitgevoerd en dat op verzoek van een terreinbeheerder door het betrokken deskundigenteam kan worden beoordeeldzien dat het plaatselijk oppervlakkig omwoelen van de bodem niet leidt tot nieuwe vestigingen van planten van de zinkflora. Dit geldt tevens voor het plaatselijk verwijderen van de verviltingslaag. In de gaten in het vegetatiedek treedt namelijk binnen zeer snelle tijd een massale groei op van metaalbestendige grassen. Dat heeft te maken met de zeer hoge gehaltes aan fosfaat. De zinkplanten - Zinkviooltje, Zinkboerenkers, Blaassilene en Engels gras kiemen in lage aantallen, raken overgroeid door de grassen en verdwijnen binnen een jaar weer. Een beter resultaat is te bereiken door de met fosfaat verrijkte bodem te verwijderen totdat de bodemcondities op die plek voldoen aan de randvoorwaarden voor groei van de zinkflora (zie foto's). Zulke plagproeven op relatief zinkrijke locaties - met een zinkgehalte van meer dan 40 µmol/gram droge bodem - laten zien dat dan binnen een jaar na het aanbrengen van zaden en kiemplantjes kieming, vestiging, zaadvorming en uitbreiding optreedt. Groei van grassen vindt in die situatie slechts langzaam plaats. De toekomst zal uitwijzen of de zinkflora zich op die afgeplagde plekken ook op de langere termijn kan handhaven. Ook moet nog onderzocht worden of het verwijderen van de met fosfaat verrijkte bodem ook op locaties waar het zinkgehalte lager is dan 40 µmol/gram droge bodem leidt tot vestiging van planten van de zinkflora. Het afplaggen van de fosfaatverrijkte bodemlaag zal ook op zulke plekken de groeisnelheid van de grassen verminderen, maar het is de vraag hoe snel de zinkflora in dat geval achteruit gaat door zinkgebrek.

Met bijdragen van:
Esther Lucassen, juni 2007 en André Aptroot, september 2006.

Literatuur:
Lucassen, ECHET, Eygensteyn, J., Smolders, A.J.P., Riet, BP van de, Kuijpers, DJC, Bobbink, R. & JGM Roelofs. Causes for the decline of metallophytes in tertiary polluted floodplain grasslands: field investigations.

Riet, BP van de, Lucassen, ECHET, Bobbink, R, Willems, J.H. & J.G.M. Roelofs, 2005. Preadvies Zinkflora. Rapport DK nr. 2005/DK007-O.

| Bedreigingen | Regulier beheer | Herstelbeheer | Inrichting |

 

Groen Kennisnet, een netwerk van kennisportalen in het groene domein Zoeken in de
infobladen

(U gaat naar de
website van
Groen Kennisnet)
Groen Kennisnet, een netwerk van kennisportalen in het groene domein
Homepage
Home | Colofon | Print pagina
Zoek binnen deze website