Pad: Natuurtypen / Vochtige schraalgraslanden (N10) / Nat schraalland (N10.01) / Kalkmoeras / Herstelbeheer en inrichting

kalkmoeras


HERSTELBEHEER EN INRICHTING
Herstel van de hydrologie van gedegradeerde kalkmoerassen
Herstel voedselarme condities
Mogelijkheden voor nieuwe kalkmoerassen

Herstel van de hydrologie van gedegradeerde kalkmoerassen
Het herstel van door verdroging en verzuring gedegradeerde kalkmoerassen is altijd maatwerk. Allereerst is het noodzakelijk de sturende processen achter het voorkomen van de zeer basenrijke standplaatsen te kennen en de oorzaak van de degradatie op te sporen. Dit gebeurt via een zogenaamde hydro-ecologische systeemanalyse (zie ecohydrologie: Ecohydrologische systeemanalyse). In beekdalen en laagten in het zandlandschap ligt de oorzaak van degradatie vaak in veranderingen in het waterbeheer. Het kan zijn dat er geen kwel van basenrijk water meer optreedt en in plaats daarvan alleen nog lokalere kwel van basenarm water, of stagnatie van regenwater. Dat kan weer komen door grote ingrepen in de omgeving zoals grondwaterwinning of polderpeilverlagingen. Soms heeft een schijnbaar kleine oorzaak grote gevolgen: een sloot die de kwel afvangt of een verbeterde afwatering van een kwelplas, waardoor het basenrijke water niet meer in de rand van de laagte opkwelt maar er onderdoor stroomt.
Maatregelen om de stijghoogte van het diepere grondwater te verhogen zijn weinig effectief als dat water door diepe sloten in de omgeving wordt afgevangen. Die moeten dus eerst worden aangepakt. Een vaak toegepaste maatregel is het afvoeren van neerslagwater door begreppeling, zodat het grondwater niet wordt weggedrukt door een regenwaterlens. Maar als we te maken hebben met een opperssysteem is inundatie met regenwater juist een voorwaarde voor het functioneren van basenrijke lokale grondwaterstromen. Kortom: systeemkennis is noodzaak en maatregelen zijn maatwerk. Voor een overzicht van systemen en bijbehorende kansrijke maatregelen verwijzen we naar OBNrapport 2003.225 (zie ‘Literatuur’ onder Betekenis en kenschets, of voor downloaden OBN rapporten)
In het veenweidegebied is herstel op verzuurde klei-op-veenbodems alleen duurzaam als er weer aanvoer van basen via overstroming of via peilkwel gerealiseerd kan worden zonder dat daarbij ook eutrofiëring optreedt. Tot nu toe zijn hier geen ervaringen mee opgedaan. Indien het kleidek niet diep verzuurd is, lijkt – zeker tijdelijk – oppervlakkig plaggen of afschrapen tot op basenrijkere lagen een kansrijke overlevingsmaatregel. Afgraven tot op het veen is beslist af te raden, aangezien veen een veel minder bufferende capaciteit heeft dan klei.

Herstel voedselarme condities
Is een kalkmoeras verruigd door instroom van meststoffen, dan is de enige duurzame oplossing het wegnemen van de bron. Het kan nodig zijn een bufferzone in te stellen in het intrekgebied (vermindering van bemesting) zodat oppervlakkige afspoeling van meststoffen niet meer optreedt. Indien eutrofiëring via het oppervlaktewater plaatsvindt, kan worden gedacht aan voorzuivering of aanvoer via een langere weg. Nadat de bron is weggenomen kan gefaseerd plaggen raadzaam zijn.

Mogelijkheden voor nieuwe kalkmoerassen
De mogelijkheden voor het ontwikkelen van kalkmoeras lijken goed op kalkrijke bodems (kalkrijk rivierzand, kalkrijke leemlagen) en op bodems met (periodieke) kwel van zeer basenrijk (= hard) grondwater. Onvervuild grondwater met een hoge hardheid (meer dan ca. 1,5 mmol Ca+Mg/l) is over het algemeen afkomstig uit lokale systemen. Het ontstaat doordat inzijgend regenwater boven de grondwaterspiegel in contact komt met bodemkalk, waardoor Calcium oplost door het directe contact met atmosferisch koolzuurgas (als het regenwater pas ver onder de grondwaterspiegel, buiten het bereik van bodemlucht, in contact komt met kalk gebeurt dat veel minder en wordt het water minder hard. Dit komt doordat de mobiliteit van CO2 in water veel lager is dan in lucht). Situaties met zeer hard grondwater vinden we in de Limburgse plateau’s, waar het ook de oorzaak is van het voorkomen van kalktuffbronnen. Dit geldt ook op andere plekken waar al hoog in de gradiënt niet-ontkalkte sedimenten voorkomen. Voorbeelden zijn bekend van gebieden met Brabantse Leem, van niet-ontkalkte voormalige kwelgebieden, maar bijvoorbeeld ook van de stuwwallen rond het Wageningse Binnenveld. Wellicht liggen er ook kansen in voormalige groeven, waar kalk of kalkrijke klei of leem dagzomen. Een voorbeeld hiervan is te vinden bij Lengerich (Teutoburger Wald).
Zoals uit het voorgaande mag blijken liggen er goede kansen in

De ontwikkeling van kalkmoeras kan snel gaan. Het natte en kalkrijke milieu zorgt immers al snel voor stikstof- en fosfaatbeperkte omstandigheden. Voorbeelden van succesvolle ontwikkelingen zijn waargenomen in het Meeuwenkampje en de Hoef (Gelderse Vallei), de Lemselermaten (Twente), D’n Opslag (Noord-Brabant) en Koolmansdijk (Achterhoek). In veel terreinen is nog wel geen volledig herstel van de oude soortenrijkdom opgetreden, maar dit lijkt vooral samen te hangen met het ontbreken van zaad in de zaadbank en van populaties in de omgeving.

| Bedreigingen | Regulier beheer | Herstelbeheer en inrichting |

 

Groen Kennisnet, een netwerk van kennisportalen in het groene domein Zoeken in de
infobladen

(U gaat naar de
website van
Groen Kennisnet)
Groen Kennisnet, een netwerk van kennisportalen in het groene domein
Homepage
Home | Colofon | Print pagina
Zoek binnen deze website