Pad: Natuurtypen / Vochtige schraalgraslanden (N10) / Nat schraalland (N10.01) / Nat schraalgrasland / Herstelbeheer

Nat schraalgras 

Inhoud van deze pagina:

HERSTELBEHEER
Invloed van gebufferd water herstellen
Externe hydrologie aanpakken
In beekdalen: vernatten door herstel van grondwaterinvloed
In laagveengebied: beperkte vernattingsmogelijkheden
In duingebieden: niet te zeer vernatten
Oppervlakte vergroten
Plaggen in bepaalde situaties en in combinatie met verbetering van hydrologie
Plaggen in andere situaties minder zinvol
Bosopslag verwijderen als aanvullende maatregel
Met bijdragen van
Literatuur

Invloed van gebufferd water herstellen
Natte schraalgraslanden zijn waardevol in samenhang met hun grote soortenrijkdom. Biodiversiteit is een van de nagestreefde doelen in het natuurbeheer. In natte schraalgraslanden gaat het dan om soorten die kenmerkend zijn voor blauwgrasland. Verder is het zaak dat de vegetatie niet alleen de karakteristieke soortencombinatie bevat, maar ook de soorten van het moeras of heischraal grasland die er vanouds de ecologische verbanden met het laagveen- of beekdallandschap aangeven. Voor de handhaving van natte schraalgraslanden van hoge natuurkwaliteit is het verbeteren of in orde houden van de hydrologische situatie cruciaal, met hoge, 's zomers licht dalende grondwaterstanden en een toevoer van gebufferd grond- of oppervlaktewater. Een goede kennis van de standplaatscondities is vereist voor een herstel van door ontwatering en verdroging aangetaste natte schraalgraslanden. Er is maar één manier om de biodiversiteit van verdroogd blauwgrasland een positieve impuls te geven: de invloed van gebufferd water in de wortelzone verhogen.

Externe hydrologie aanpakken
Herstel van de invloed van gebufferd water in natte schraalgraslanden is meestal niet mogelijk zonder wijzigingen in de waterhuishouding van de omgeving. In sommige blauwgraslanden kan het opzetten van waterpeilen in de directe omgeving ervoor zorgen dat het basenrijke grondwater weer in het reservaat terecht komt en niet in de omringende landbouwsloten. Het gaat dan om blauwgraslanden die vroeger door grondwater werden gevoed en waar de druk in de ondergrond nog voldoende hoog is. Maar soms zijn meer ingrijpende regionale maatregelen nodig, maatregelen die ertoe leiden dat de waterdruk in de ondergrond weer voldoende hoog wordt om te kunnen zorgen voor aanvoer van grondwater van onderaf. Wanneer de waterstanden in de reservaten worden verhoogd, maar de druk van grondwater daarbij niet toeneemt, kunnen ongewenste regenwaterlenzen gecreëerd worden!

Voor ideale omstandigheden in vroeger door overstromingen gebufferde blauwgraslanden in het laagveen zouden opnieuw overstromingen moeten gaan plaatsvinden, maar hier vormt de kwaliteit van het oppervlaktewater vaak nog een knelpunt.
Naarmate in het natuurbeleid de aandacht verschuift van herstel in natuurreservaten en zogenoemd intern beheer naar nieuwe inrichting van het agrarisch gebied en extern beheer is veel winst te behalen voor het functioneren van deze kwetsbare systemen.

In beekdalen: vernatten door herstel van grondwaterinvloed
 In beekdalen zal herstel van het blauwgrasland alleen goed kunnen plaatsvinden door een geheel of gedeeltelijk herstel van de oorspronkelijke grondwaterinvloed of kwelsituatie. Alleen daarmee kan een goede basenvoorziening in de wortelzone worden bewerkstelligd. Op leemhoudende bodem in bovenloopsystemen van beken is nog Blauwgrasland te vinden dat van goede kwaliteit is en op die plaatsen zijn herstelmaatregelen het meest kansrijk. In Twente en Drenthe zijn er inmiddels voorbeelden van geslaagd herstel. Het laat ook zien dat de onderliggende hydrologische systemen zeer verschillend kunnen zijn, waardoor de maatregelen gebiedsspecifiek maatwerk en beleidsmatige samenwerking vereisen. Vaak is een waterstandsverhoging in de aan de beekdalen grenzende infiltratiegebieden van het grondwater noodzakelijk. Ook is bijna altijd een combinatie met plaggen onder bescherming van restpopulaties van bijzondere soorten nodig voor een goed resultaat, met uitzondering van venige situaties.

In laagveengebied: beperkte vernattingsmogelijkheden
 Door inklinking van het veen in de dieper ontwaterde omgeving liggen blauwgraslandreservaten vaak als hoger gelegen eilanden in de veenpolders. Als gevolg daarvan treedt in de reservaten een sterke inzijging van regenwater op, die leidt tot afname van buffering en verzuring. Herstel van de oorspronkelijke waterhuishouding is dan meestal niet meer mogelijk. Wel kan geprobeerd worden verzuring tegen te gaan door de aanvoer van basenrijk oppervlaktewater.
Als voor de voeding met basenrijk water uitsluitend gebruik kan worden gemaakt van vervuild oppervlakte water, is voorzuivering met een helofytenfilter een optie. Een filtersysteem van moerasplanten zorgt dan voor biologische voorzuivering. Er zijn inmiddels voldoende voorbeelden van helofytenfilters met gunstig resultaat, maar ook voorbeelden met minder gunstige resultaten. Met voorzuivering van oppervlaktewater is herstel van schraallanden met Spaanse ruiter, Blauwe zegge en soms ook Draadzegge haalbaar, maar Vlozegge en Blonde zegge keren onder deze omstandigheden niet terug.

In verschillende gebieden met natte schraalgraslanden wordt voor de hydrologische voeding kwelwater uit de aangrenzende laaggelegen veenpolders gebruikt. Deze methoden om voeding met basenhoudend water van goede kwaliteit te verzekeren, zijn weliswaar technisch haalbaar, maar brengen soms zeer hoge kosten met zich mee.

De invloed van het aangevoerde basenrijke oppervlaktewater reikt meestal niet verder dan een paar decimeter of hooguit een paar meter vanuit de slootkant. Voor een effectieve zuurbuffering zouden de percelen 's winters onder water moeten worden gezet, maar er is nog te weinig bekend over mogelijke negatieve effecten (bijv. eutrofiëring door versnelde afbraak organisch materiaal of door aanvoer van nutriënten in oppervlaktewater) om al te kunnen zeggen onder welke condities dit een geschikte maatregel is.

In duingebieden: niet te zeer vernatten
Het natte schraalgrasland in de duinen beperkt zich tot de valleien. Het vormt daar een laat stadium in de opeenvolging van begroeiingen: de vegetatiesuccessie. Er heeft zich tijdens de successie veel organische stof opgehoopt en de pH is ondertussen enigszins gezakt. De ervaring leert dat nat schraalgrasland in dit stadium gevoelig is voor uitzonderlijk langdurige hoge grondwaterstand, zowel in duinvalleien als elders. Zulke waterstanden gaan niet alleen hand in hand met versnelde verzuring, maar ook met verruiging van nat schraalgrasland met soorten als Riet (Phragmites australis), Hennegras (Calamagrostis canescens) en Duinriet (Calamagrostis epigejos). De kenmerkende soorten trekken zich daarbij terug naar de hogere kopjes in de vallei en kunnen zich van daaruit nauwelijks meer uitbreiden. In zulke duinvalleien is de terugkeer van blauwgrasland alleen mogelijk op de lange termijn, via het toepassen van plaggen. Als dat de hele successiereeks weer op nieuw in gang zet, krijgt ook dit stadium uiteindelijk nieuwe kansen. Verlies van soorten zoals Spaanse ruiter in duinvalleien is te voorkomen door de restpopulaties zo goed mogelijk te sparen bij het plaggen.

Oppervlakte vergroten
 Grotere reservaatgebieden zijn minder kwetsbaar dan kleine. De meeste natte reservaten met schraalgraslanden lijden onder aantastingen, omdat ze te klein zijn. Daarom is voor een duurzaam herstel ervan vergroting nodig. In de beekdalen is van belang de verdroging en vermesting die vanuit de omgeving binnendringt te beperken. Dat kan door niet alleen het natte deel van het beekdal, maar ook de aangrenzende hoger gelegen infiltratiegebieden in het reservaat op te nemen. Is dat niet mogelijk, dan kunnen in die aangrenzende hoger gelegen gebieden wellicht ‘bufferzones' worden gecreëerd of kunnen er overeenkomsten worden gesloten voor de beperking van verdroging en vermesting. Soms helpt een reconstructie van de waterhuishouding van het stroomgebied waarbij een grotere scheiding van functies wordt aangebracht.

Bij het vergroten van de veenpolderreservaten is aaneensluiting met herstel van één gelijk waterpeilniveau gewenst. Door de waterstanden in nabijgelegen weilanden zo hoog mogelijk in te stellen zijn wegzijging en verdroging (en klink) te beperken. Het effect van deze maatregelen is erg afhankelijk van de omvang en mate van aaneensluiting van de onderdelen van het reservaat. Niet alleen de flora, ook de fauna zoals bijv. vlinders hebben baat bij grote reservaten met een hoge mate van variatie in verlandingsstadia (zie ook ‘Moeras').

Plaggen in bepaalde situaties en in combinatie met verbetering van hydrologie
Plaggen is als herstelmaatregel alleen aan te bevelen voor verdroogd blauwgrasland op zandbodems en klei-op-veenbodems van de beekdalen op de hogere zandgronden en de duinvalleien. Voorwaarde is daarbij altijd dat de maatregel wordt toegepast in combinatie met verbetering van de hydrologische situatie. Het werkt alleen in die situaties en onder die voorwaarde en levert alleen op de lange termijn succes op.

Plaggen geeft de vegetatie verjongingskansen. De gebruikelijke wijze van toepassing is het verwijderen van de strooisel- en humuslaag. Zo krijg je een kale open plek waar zich pioniersoorten van moeras of heide kunnen vestigen en basenminnende planten betere kansen krijgen. Van belang is ook bij grootschalig plaggen restpopulaties van de karakteristieke en zeldzame soorten te sparen. Hoe beter de ecologische infrastructuur intact is gebleven, des te groter de kans op succesvol herstel.

Plaggen in andere situaties minder zinvol
Er zijn situaties waar plaggen van natte schraalgraslanden een minder goed effect heeft of averechts werkt. Soms kan bijvoorbeeld snelle herverzuring optreden. Bekalking van plagplekken of van infiltratiegebieden is een methode om dit effect teniet te doen. Die methode verkeert nog in een experimenteel stadium.
In het laagveengebied is het resultaat van het plaggen afhankelijk van de locatie van het natte schraalgrasland. Het is met name afhankelijk van het peilregime en de kwaliteit van grondwater. Na een gedegen vooronderzoek en gunstige beoordeling is het eventueel toe te passen. INDICATIE=WACHT/GEEL
Of plaggen van natte schraalgraslanden op veraarde veenbodems in beekdalen het gewenste effect heeft, is twijfelachtig. In zulke gevallen werkt afplaggen tot grotere diepte wellicht wel, maar experimenten zijn nodig om het effect ervan te onderzoeken. INDICATIE=WACHT/ORANJE

Bosopslag verwijderen als aanvullende maatregel
 Naast maaien zijn plaggen en bosopslag verwijderen ook maatregelen om afvoer van biomassa te bewerkstelligen. Opslag verwijderen in en rond natte schraalgraslanden vermindert aanvoer van voedingsstoffen via bladval en verdroging via verdamping. Het is echter onvoldoende om de gehele afvoer van voedingsstoffen te verzorgen die nodig is voor het mesotrofe evenwicht in deze systemen; dit kan alleen door maaien en afvoeren. Het kan echter wel een zinvolle aanvullende maatregel zijn in combinatie met andere herstelmaatregelen.

Met bijdragen van:
Henk Everts & Ab Grootjans, april 2007; Moniek Nooren, mei/juni 2007

Literatuur:
Baaijens, G.J., F.H. Everts, & A.P. Grootjans (2001). Bevloeiing van grasland in Nederland; een studie naar mogelijke vroegere bevloeiing van reservaten, in het bijzonder in het Pleistocene deel van Nederland. Rapport OBN nr 18.Grootjans A.P., E. Adema, C. Aggenbach, H. Everts & A. Jansen. (2007) Restauratie van duinvalleien. De Levende Natuur 108 (3): 77-82.

Grootjans A.P., R.H. Kemmers, F.H. Everts & E.B. Adema (2007) Restauratie van schraallanden op veengronden door afgraven en vernatten. De Levende Natuur 108 (3): 108-113.

Bobbink, R, E Brouwer, JG ten Hoopen & E Dorland, 2004. Herstelbeheer in het heidelandschap: effectiviteit, knelpunten en duurzaamheid. Rapport EC-LNV 2004/305: 33-70.

Graaf, M de, e.a., 2004. Lange-termijn effecten van herstelbeheer in heide en heischrale graslanden. Rapport EC-LNV 2004/288-OBN.

Aggenbach, C.S.J. & M.H. Jalink. 2005. Indicatorsoorten voor verdroging, verzuring en eutrofiëring van plantengemeenschappen in boezemlanden. Deel 9 uit de serie Indicatorsoorten. Staatsbosbeheer, Driebergen.

| Bedreigingen | Regulier beheer | Herstelbeheer |

 

Groen Kennisnet, een netwerk van kennisportalen in het groene domein Zoeken in de
infobladen

(U gaat naar de
website van
Groen Kennisnet)
Groen Kennisnet, een netwerk van kennisportalen in het groene domein
Homepage
Home | Colofon | Print pagina
Zoek binnen deze website