Pad: Natuurtypen / Schorren of kwelders (N09) / Schor of kwelder (N09.01) / Kwelder en schor / Inrichting

Kwelder en schor

Inhoud van deze pagina:

INRICHTING
Geomorfologie
Ontwatering
Nabijheid brongebied

Geomorfologie
Wanneer gekozen wordt voor ontpoldering om het areaal aan kwelders te vergroten is het van belang goed te kijken naar de geomorfologie (i.e. naar de vorm van het terrein en landschap). Terreinen die te hoog liggen ten opzichte van het gemiddelde hoogwaterniveau zullen te weinig invloed van het zeewater ondervinden waardoor de kans op vestiging van zouttolerante soorten gering is. Is het terrein daarentegen erg laag of lager dan de voorliggende kwelders of wadplaten, dan kan het binnenstromende water niet gemakkelijk uitstromen en kan een plas stagenerend water ontstaan.
De keuze van geschikte lokaties voor doorbraken in de stuifdijk kan gebaseerd worden op historische of bestaande gegevens van washovercomplexen. Deze complexen komen in natuurlijke situaties vaak met regelmatig verspreide tussenruimten voor. Ook kunnen beheerders ervoor kiezen om de doorbraak stapsgewijs uit te voeren door laagtes in de stuifdijk te creeëren. Mocht de ingreep tot ongewenste resultaten leiden, dan kunnen deze laagtes snel hersteld worden. Op plaatsen waar al zeer waardevolle plantensoorten voorkomen kan de begroeiing lokaal beschermd worden door de aanleg van een naar binnen gerichte wal. Overigens kan de vorming van washovercomplexen alleen op een landschappelijk grote schaal plaatsvinden, vanwege de benodigde ruimtelijke dynamiek.

Ontwatering
Een goede ontwaring is erg belangrijk voor de ontwikkeling van kweldervegetaties. In natuurlijke situaties zal kwelderaanwas gepaard gaan met de vorming van een krekenstelsel. Bij herstelbeheer d.m.v. ontpoldering echter zal het uitslijten van kreken in de uitontwikkelde grond niet makkelijk gaan. Bovendien is in de meeste ontpolderingsgebieden een kunstmatig drainagesysteem aanwezig dat het binnendringende water snel zal afvoeren. Dit komt de natuurlijkheid van de kwelder niet ten goede, maar sluit wel aan bij een evt. door landaanwinningswerken verkregen voorliggende kwelder. Om tot een grotere natuurlijkheid te komen, kunnen bestaande drainagestelsels gedicht worden en nieuwe meanderende kreken gegraven op basis van historisch kaartenmateriaal of luchtfoto’s.
De grootte van de opening in de dijk speelt ook een rol bij de ontwatering. Bij een te kleine opening, bijvoorbeeld door aanwezigheid van een sluis of dam, kan de invloed van het zeewater zo beperkt worden dat er nauwelijks kweldervegetatie tot ontwikkeling kan komen en dat ruderale soorten gaan overheersen. Dringt het zeewater eenmaal binnen, dan is de uitstroommogelijkheid vaak beperkt en kan een situatie met langdurig stagnerend water ontstaan.
Bij het doorbreken van stuifdijken is sterke ontwatering niet wenselijk omdat dit de ontwikkeling van oude, soortenarme successiestadia bevordert. Daarom kan de onstane washovervlakte beter zo weinig mogelijk aansluiten op bestaande kreken van de achterliggende kwelder.

Nabijheid brongebied
Het succes van ontpoldering is afhankelijk van de mogelijkheid dat kwelderplanten het gebied binnen kunnen komen. De verwachting is dat de meeste soorten via zaad of vegetatieve delen door het zeewater verspreid worden. Door dijkdoorbraak in het najaar plaats te laten vinden is er nog veel zaad aanwezig en hebben de soorten meer kans het herstelgebied binnen te komen dan in het voorjaar. De nabijheid van een brongebied speelt hierbij ook een rol. Ligt er een goed ontwikkelde kwelder voor het ontpolderingsgebied, dan is de kans groot dat de meeste soorten hun weg vinden naar het nieuwe gebied.

| Bedreigingen | Regulier beheer | Herstelbeheer | Inrichting |

 

Groen Kennisnet, een netwerk van kennisportalen in het groene domein Zoeken in de
infobladen

(U gaat naar de
website van
Groen Kennisnet)
Groen Kennisnet, een netwerk van kennisportalen in het groene domein
Homepage
Home | Colofon | Print pagina
Zoek binnen deze website