Pad: Natuurtypen / Schorren of kwelders (N09) / Schor of kwelder (N09.01) / Kwelder en schor / Herstelbeheer

Kwelder en schor

Inhoud van deze pagina:

HERSTELBEHEER
Ontpoldering
Verjonging

Ontpoldering
Als gevolg van inpolderingen voor de landbouw, kustverdediging en havenaanleg is het kwelderareaal wereldwijd sterk afgenomen. Dit geldt ook voor Nederland. Mogelijkheden voor areaalvergroting liggen dan ook voornamelijk bij de ingepolderde gebieden, die door het (deels) verwijderen van (zomer)dijken weer in kwelders veranderd kunnen worden. Internationaal is er al veel ervaring op het gebied van ontpoldering en ook in Nederland zijn verschillende voorbeelden van kwelderontwikkeling na het spontaan of bewust doorbreken van dijken. Succesvolle voorbeelden van kwelderontwikkeling na ontpoldering zijn het Sieperdaschor in de Westerschelde, en de Peazemerlannen en een zomerpolder van het Noarderleech langs de Friese waddenkust. De eerste twee gebieden zijn door spontane dijkdoorbraak als gevolg van zware storm in respectievelijk 1990 en 1973 veranderd van zomerpolder in kwelder. De zomerpolder van het Noarderleech werd in 2001 opnieuw aan de invloed van eb en vloed blootgesteld door het graven van drie openingen in de voormalige zomerdijk. Kwelderontwikkeling kwam hier zeer snel op gang en binnen enkele jaren werden vrijwel alle soorten van de buitendijkse kwelder in het ontpolderingsgebied aangetroffen. Minder positieve resultaten werden bereikt in gebieden waar het zeewater via een sluis binnen moet komen. Bij een dergelijk gereduceerd getij is grote kans op stagnerend water, waardoor aan de ene kant veel slib wordt afgezet en aan de andere kant een vergrote kans op oeverafslag ontstaat. De invloed van het zoute water is veelal niet groot, waardoor de ontwikkeling van een zilte vegetatie achterblijft bij de verwachtingen.

Verjonging
Verschillende kwelders zijn momenteel onderhevig aan veroudering waardoor de vegetatie steeds uniformer begint te worden. Om deze ontwikkeling een halt toe te roepen is het van belang de natuurlijke dynamiek terug te brengen. Op de eilandkwelders kan gedacht worden aan het (gedeeltelijk) verwijderen van de stuifdijken om meer dynamiek toe te laten. Afgeschermd van de Noordzee zijn in de luwte van deze stuifdijken vaak grootschalig kwelders tot ontwikkeling gekomen zoals De Boschplaat op Terschelling. Door het doorbreken of verwijderen van de stuifdijk zullen wind en water weer vrij spel krijgen, waardoor zandverstuivingen en overstromingen (zgn. washovercomplexen) weer kunnen plaatsvinden. Wanneer hierdoor kale plekken ontstaan, kunnen pioniergemeenschappen tot ontwikkeling komen.
Veroudering speelt ook op de vastelandkwelders een rol. Daar ligt de oorzaak meestal in een combinatie van hoge opslibbingssnelheid, goede ontwatering en afgenomen beweiding. Door het stopzetten van het onderhoud aan de kunstmatige ontwatering wordt de vorming van oeverwallen en kommen bevorderd, wat de ruimtelijke structuur ten goede komt. Daarnaast zijn soorten van de oudere successiestadia zoals Kweek en Zeekweek niet goed bestand tegen vernatting, vooral niet in combinatie met beweiding. Secundaire pioniervegetaties kunnen vooral in de kommen tot ontwikkeling komen. Beweiding blijft echter noodzakelijk om de ontwikkeling van oudere successiestadia in te perken.

| Bedreigingen | Regulier beheer | Herstelbeheer | Inrichting |

 

Zoek via Natuurportal:kennis delen met Groen Kennisnet
help
Home | Colofon | Print pagina
Zoek binnen deze website