Pad: Natuurtypen / Open duinen (N08) / Duinheide (N08.04) / Duinheide / Regulier beheer

Duinheide

Inhoud van deze pagina:

REGULIER BEHEER
Mix van maatregelen het beste
Begrazen
Maaien
Branden
Bosopslag verwijderen
Met bijdragen van
Literatuur

Mix van maatregelen het beste
Het beheer van de duinheide is gericht op het behoud van open plekken in het vegetatiedek, en het tegen gaan van vergrassing, verzuring en successie naar bos en struweel. Uiteraard kan het in het belang van de natuurwaarden zijn om plaatselijk wat struweel te laten staan en zich verder te laten ontwikkelen. Echter, zulke plekken met struweel vormen veelal bronnen voor een uitbreiding van bos- en struweelvorming en kunnen dus tot extra beheersinspanningen leiden. Verstandig is om het beheer van duinheiden zo veel mogelijk af te stemmen op het beheer van de overige delen van de duinen.

In duinheiden is een combinatie van verschillende beheermaatregelen - zie vervolg - vaak het beste, vooral in zwaar vergraste terrein. Het gaat dan bijvoorbeeld om het plaggen of branden van gedeeltes van begraasde terreinen bij een lage begrazingsdruk. Met een mix van maatregelen is een kleinschalige mozaïek in vegetatiestructuren veel beter in stand te houden dan met een enkele maatregel.

Zie voor meer over de beheermaatregelen begrazen, maaien, branden en bosopslag verwijderen ook de website pagina's Open duin en Heide en stuifzand.

Begrazen
Begrazen met vee is de klassieke vorm van gebruik van duinheiden, het is ook de beste maatregel om een intacte duinheide in stand te houden. Vooral indien een lage veedichtheid volstaat om de vegetatie in stand te houden, komt begrazing de structuurrijkdom ten goede. Het gaat dan om een extensieve begrazing van maximaal 0,1 grootvee-eenheden per hectare. Bij hogere veedichtheden vindt juist een sterke vervlakking van de vegetatiestructuren plaats, wat met name voor de karakteristieke duinfauna negatief uitpakt. Bovendien gaat dan de duinheide op den duur over in zuur en soortenarm heischraal duingrasland. In sterk vergraste duinheiden is met alleen begrazingsbeheer het vergrassingsprobleem niet op te lossen. Inzet van aanvullend beheer is dan nodig, zoals plaggen, branden of maaien.

In moeilijke gevallen van verruiging is het raadzaam om naast begrazen aanvullend beheer toe te passen zoals gefaseerd het terrein plaggen, of via verstuiving de successie terugzetten.
Als het terrein veel variatie vertoont verdient het aanbeveling om de kwetsbare plekken, ook bij twijfel, uit te rasteren.

Maaien
Zo lang duinheiden nog geen dichte zode en humeuze bodem hebben, volstaat een eenmalige maaibeurt in vergraste delen om de vergrassing terug te dringen. Als er zich reserves aan voedingsstoffen gevormd hebben, in een zode met ondergrondse wortelstokken of een humeuze toplaag, zal maaien weinig resultaat opleveren. Er ontstaat dan wel een kortere vegetatie, maar de zode wordt nog steviger en dikker. Dergelijke locaties kunnen beter eerst gebrand of nog beter geplagd worden.

Branden
Met branden kan een groot deel van het organisch materiaal uit het systeem verdwijnen, maar het laat wel een voedselrijke aslaag achter. Op zwaar vergraste plekken is alleen intensiever branden in droge perioden eventueel zinvol, waarbij de hele organische laag verbrandt. Dan nog blijven er veel voedingsstoffen achter in de aslaag, zodat spoedig hernieuwde vergrassing op kan treden, en bijvoorbeeld ook sterke uitbreiding van Grijs kronkelsteeltje (Campylopus introflexus). Indien de laag organisch materiaal minder dik is, is branden eenvoudiger en laat het een minder dikke aslaag en minder voedingsstoffen achter. Deze as verdwijnt relatief snel door wind en regen. Altijd is een opvolgend tijdelijk beheer nodig met toepassing van één of andere vorm van begrazing om de verruiging na de brand in toom te houden. Daarom is het verstandig alleen binnen bestaande begrazingsgebieden te branden. Vee heeft een voorkeur voor deze plekken, waardoor de graasdruk vanzelf relatief hoog is.

In zwaar vergraste situaties verdient het aanbeveling om eerst een keer te plaggen.
Als de maatregel relatief kleinschalig wordt toegepast in niet te zwaar vergraste situaties, lijkt branden een goede maatregel om duinheide in stand te houden. Er is echter nog weinig ervaring mee opgedaan en bovendien is het branden ook niet in alle gevallen wettelijk toegestaan.
Voor plantensoorten van iets minder zure duinen biedt branden mogelijk een extra voordeel. De aslaag bevat namelijk behalve voedingstoffen ook tamelijk veel basische kationen. Deze spoelen weliswaar snel uit, maar indien er aan het eind van de winter wordt gebrand, kunnen de basische stoffen wellicht toch de kieming en vestiging van deze soorten in het voorjaar verbeteren. Of dit effect inderdaad optreedt, is nog onvoldoende onderzocht.

Bosopslag verwijderen
Opslag van bomen en struiken bestrijden kan het beste zo vroeg mogelijk gebeuren. Boompjes van een of enkele jaren oud zijn relatief gemakkelijk uit de grond te trekken. Bovendien heeft het verwijderen van jonge opslag nauwelijks negatieve effecten op het systeem.
Oudere opslag moet worden gekapt of gezaagd. Vrijwel altijd vindt er dan weer uitloop vanuit de achtergebleven stronken plaats. Dit kan worden voorkomen door deze in te smeren met een bestrijdingsmiddel zoals Round Up, maar dat is in natuurgebieden een minder gepast, laatste redmiddel.

Ook begrazing is een goed instrument om bosopslag terug te dringen. Vooral in intensief begraasde, aantrekkelijke delen zoals vochtige valleien die deel uitmaken van grotere begraasde duinheiden, worden vrijwel alle jonge bomen weggevreten. In minder intensief begraasde terreinen of terreindelen worden de bomen vaak wel aangevreten, maar kunnen ze uiteindelijk toch boven de graaslijn uitkomen en verder omhoog groeien. In zulke situaties is het nodig het voordeel en nadeel van tegengaan van bosopslag door intensievere begrazing af te wegen. Mogelijke nadelen zijn effecten zoals vertrapping van korstmossen en legsels van grondbroedende vogels en verlies van structuur in de vegetatie.

Met bijdragen van:
Rienk Slings, oktober 2007, Emiel Brouwer, juli 2007 en André Aptroot, juli 2006.

Literatuur:
Wingerden, W.K.R.E. van, M. Nijssen, P.A. Slim, J. Burgers, R.J.M. van Kats, H.F. van Dobben, A.P. Noordam, G.F.P. Martakis, H. Esselink & G.A.J.M. Jagers op Akkerhuis, 2002. Grazers in Vlielands duin. Evaluatie van runderbegrazing in duinvalleien op Vlieland; deel 2: onderzoek in 2001. Alterra-rapport 626. Alterra, Research Instituut voor de Groene Ruimte i.s.m. Stichting Bargerveen en Afdeling Dierecologie KUN.

Link: http://www.alterra.wur.nl/NL/publicaties+Alterra/Alterra+rapporten/

 

| Bedreigingen | Regulier beheer | Herstelbeheer | Inrichting |

 

Groen Kennisnet, een netwerk van kennisportalen in het groene domein Zoeken in de
infobladen

(U gaat naar de
website van
Groen Kennisnet)
Groen Kennisnet, een netwerk van kennisportalen in het groene domein
Homepage
Home | Colofon | Print pagina
Zoek binnen deze website