Pad: Natuurtypen / Open duinen (N08) / Duinheide (N08.04) / Duinheide / Herstelbeheer

Duinheide

Inhoud van deze pagina:

HERSTELBEHEER
Verwijdering van organisch materiaal is het hoofddoel
Kleinschalig plaggen
Een ‘terreurbegrazing' met landgeiten toepassen
Droge duinheide bekalken na plaggen
Verstuiving op gang brengen
Met bijdragen van
Literatuur

Verwijdering van organisch materiaal is het hoofddoel
Zwaar aangetaste duinheiden kunnen vaak niet met de onder regulier beheer genoemde maatregelen worden teruggebracht in de gewenste staat. Het gaat dan om zwaar vergraste en/of sterk verzuurde duinheiden of duinheiden die sterk verbost zijn. Het grootste probleem vormt in zulke duinheiden de grote hoeveelheid organisch materiaal die zich heeft opgehoopt. Dat organische materiaal bevat veel voedingsstoffen en houdt vocht goed vast, zodat algemene plantensoorten van voedselrijk milieu de competitie winnen van de duinheidesoorten die aangepast zijn aan voedselarmoede en perioden van droogte. Een tweede probleem dat een rol kan spelen in duinheidesystemen is verlies van een heischrale component door verzuring en het verdwijnen van alle bufferingsmechanismen.
De ophoping van organisch materiaal is teniet te doen door deze te verwijderen door middel van plaggen. Ook is dit probleem op te lossen door verstuiving op gang te brengen waardoor de organische lagen bedekt worden met mineraal zand. Met stuivend zand worden tevens opnieuw bufferstoffen aangevoerd, waardoor heischrale elementen weer een kans krijgen.
Zie voor meer over de beheermaatregelen plaggen en verstuiving op gang brengen ook de website pagina's Open duin en Heide en stuifzand.

Kleinschalig plaggen
In vergelijkbare biotopen toe te passen volgens de beschreven randvoorwaarden en werkwijze.Plaggen is vooral een geschikte maatregel bij sterke vergrassing. Voor een goed resultaat is het in droge duinheiden nodig om behalve de vegetatie ook de humeuze toplaag van de bodem af te voeren. In duinvalleien waar een dunne humeuze laag aanwezig is kan die over de helft van de oppervlakte in zijn geheel worden verwijderd. Dan blijft op de andere helft een dun humuslaagje achter, wat gunstig is ten behoeve van kieming uit de zaadbank. Het meest gunstig is de vallei zo te plaggen dat dit resulteert in een vlekkenpatroon, zoals van een zwartbonte koe. Dikkere, venige lagen in duinvalleien kunnen beter ‘blijven zitten'. Vanwege de van nature aanwezige kleinschalige afwisselingen in duinheiden is het raadzaam plagwerkzaamheden zowel gefaseerd als kleinschalig uit te voeren zodat de afwisseling behouden blijft. Tenzij het de bedoeling is om tevens verstuiving op gang te brengen, dan volstaat een kleinschalige aanpak niet en is bovendien dieper afgraven noodzakelijk.

Een ‘terreurbegrazing' met landgeiten toepassen
In vergelijkbare biotopen toe te passen volgens de beschreven randvoorwaarden en werkwijze.Er is reeds langdurige ervaring opgedaan met het terugdringen van opslag van struiken en bomen door de toepassing van begrazing van geiten, en soms schapen, in zeer hoge dichtheden. Dit is een zeer succesvolle vorm van beheer, in die zin dat struikhei weer de overhand krijgt en dat nieuwe stuifkuilen en veel steilrandjes ontstaan. Voor de warmte- en droogteminnende fauna, bijv. de Kommavlinder (Hesperia comma) komt dat neer op een duidelijke verbetering van de situatie. In terreindelen waar nog waardevolle flora aanwezig is mag deze vorm van herstelbeheer echter niet toegepast worden. Die flora heeft er namelijk zeer van te lijden.

Droge duinheide bekalken na plaggen
In vergelijkbare biotopen toe te passen volgens de beschreven randvoorwaarden en werkwijze.Plaggen op droge bodem kan worden gecombineerd met een lichte bekalking van 0.5 tot 1 ton kalk/hectare. Dit bevordert de vestiging van karakteristieke planten van duinheide omdat de tijdelijke ophoping van ammonium in giftige hoeveelheden hiermee wordt voorkomen (zie ook heide en stuifzand en droge heide). Als maatregel om een meer gebufferde situatie terug te brengen, is het echter een laatste redmiddel wanneer het niet meer mogelijk is om bijvoorbeeld door verstuiving weer enige buffering aan te brengen. Wanneer er na plaggen nauwelijks meer humus aanwezig is, is bovendien de kans groot dat de kalk binnen enkele jaren volledig is uitgespoeld.

Verstuiving op gang brengen INDICATIE=WACHT/ORANJE
Alleen toepasbaar in bijzondere, nader te bepalen gevallen, waarbij vooraf toestemming van het betrokken deskundigenteam is verkregen.Het weer op gang brengen van verstuiving is alleen toe te passen in een groter duingebied. De mogelijkheden voor grootschalige overstuiving van duinheiden zijn slechts zeer lokaal aanwezig omdat ze merendeels liggen in de meer gestabiliseerde delen van de duinen. Zie ook de subpagina Herstelbeheer en Inrichting onder natuurtype Witte duinen.

Er is nog nauwelijks ervaring opgedaan met het laten overstuiven van duinheiden met een dikke organische laag. Bij lichte overstuiving zal de organische laag, die relatief rijk is aan voedingsstoffen en het water goed vasthoudt, mogelijk een negatieve invloed hebben op de vegetatie-ontwikkeling. Als het zand gebufferd is, kan de afbraak van het organisch materiaal worden versneld en komen nog extra voedingsstoffen vrij. Het is dus belangrijk om experimenten met verstuiving goed te volgen.
Er zijn twee mogelijkheden voor herstel via verstuiving: kleinschalig en via mobiele duinen. Kleinschalige verstuiving in het midden of aan de rand van de duinheide zal slechts lokaal een effect hebben. Dit kan nooit kwaad, maar zal weinig uitkomst bieden voor herstel van grotere heidevelden. Met het reactiveren van zogenoemde loopduinen, de mobiele duinen van het waddendistrict, is nog geen ervaring opgedaan. Een eerste project staat op stapel in het Buizerdvlak, Schoorl. Er is dan sprake van verjonging op landschapsschaal waarbij de duinheiden in het loopduinfront zullen sneuvelen, maar aan de leizijde worden vervangen door pioniervegetaties. Nieuwe vorming van duinheiden is dan een kwestie van lange adem.

Het is mogelijk dat zich in de aangetaste duinheiden nog belangrijke restpopulaties bevinden van karakteristieke planten of dieren. Tijdens een periode met flinke overstuiving kunnen zulke populaties verdwijnen. Als zulke populaties aanwezig zijn, is het wellicht beter de aangetaste duinheide kleinschalig te plaggen en eventueel te bekalken.

Met bijdragen van:
Rienk Slings, oktober 2007, Emiel Brouwer, juli 2007 en André Aptroot, juli 2006.

Literatuur:
Esselink, H., M.Nijssen, G.J. v. Duinen, J. Jansen, M. Geertsma, J. Kuper & A. Bravenboer, 2001. Verkennende studie naar gevolgen van vermesting, verzuring, verdroging en effectgerichte maatregelen op fauna, vegetatie en abiotiek in duinen op Ameland en Terschelling. De voorlopige teloorgang van de Grauwe Klauwier als graadmeter voor insectenrijkdom in de duinen? (2de Herziene druk) Rapport Stichting Bargerveen, Nijmegen, 357pp. Link: http://www.barger.science.ru.nl/

 

Nijssen, M., A. Kooijman & H. Esselink, 2004. Effecten van brandbeheer op vegetatie en fauna in kalkarme duinen op Ameland en Terschelling. Tussenrapportage augustus 2004: Directe en korte-termijn effecten van brandbeheer en begrazing op vegetatie en fauna in de Zwanenwaterduinen (Ameland). Rapport Radboud Universiteit Nijmegen, Universiteit van Amsterdam & Stichting Bargerveen, 24pp. Link: http://www.barger.science.ru.nl/

Turnhout, C., van, Stuijfzand, S., Nijssen, M. & H. Esselink, 2003. Gevolgen van verzuring, vermesting verdroging en invloed van herstelbeheer op duinfauna. Alterra/KUN/VOFF/Stichting Bargerveen. Expertisecentrum LNV, rapport nr. 2003/153.

Aggenbach, C.J.S. & M.H. Jalink, 1999. Indicatorsoorten voor verdroging, verzuring en eutrofiering in droge duinen. In opdracht van Staatsbosbeheer.

| Bedreigingen | Regulier beheer | Herstelbeheer | Inrichting |

 

Groen Kennisnet, een netwerk van kennisportalen in het groene domein Zoeken in de
infobladen

(U gaat naar de
website van
Groen Kennisnet)
Groen Kennisnet, een netwerk van kennisportalen in het groene domein
Homepage
Home | Colofon | Print pagina
Zoek binnen deze website