Pad: Natuurtypen / Open duinen (N08) / Open duin (N08.02) / Grijze duinen / Regulier beheer

Grijze duinen

Inhoud van deze pagina:

REGULIER BEHEER
Begrazing van droge duingraslanden
Maaien van droge graslanden en bermen 
Met bijdragen van
Literatuur

Begrazing van droge duingraslanden
De duingraslanden van de grijze duinen kunnen op den duur overgaan in duinheide, duinstruweel of duinbos. In veel grijze duinen bedreigen vergrassing en verruiging van de pionier- en kruidenrijke begroeingen de natuurwaarden. In onze huidige open duinen is in eerste instantie een natuurbeheer nodig dat gericht is op het herstel van het oorspronkelijke dynamische evenwicht van verstuiving en dichtgroeien van het duin. Hoe dat kan, wordt besproken op de subpagina ‘Herstelbeheer en inrichting ' van het ‘Open duin'.

Het is mogelijk de soortenrijke duingraslanden lange tijd in stand te houden door een ‘juiste' vorm van begrazing toe te passen. Vroeger zorgden de konijnen en het vee van de duinboeren voor de nodige beweiding, die soms zeer intensief kon zijn. Voor de huidige natuurbeheerder is het vinden van de beste begrazingsvorm echter een hele kunst. De effecten van duinbegrazing zijn lang niet altijd positief en hangen sterk af van de uitgangssituatie van het terrein en de intensiteit van de begrazing, de begrazingsperiode en het type vee dat voor de begrazing zorgt. Wat precies het beste is verschilt per type duin en per locatie. Meestal wordt er gewerkt met runderen. Ook pony's en paarden worden ingezet, vooral bij begrazing van uitgestrektere gebieden waarin ook vochtige valleien liggen. Schapen grazen soms in duingebieden waar ook duinheide of uitgestrekte Duinpaardenbloemgraslanden voorkomen. Gewoonlijk wordt er een groot terrein ingerasterd, zodanig dat de begrazing (zeer) extensief is, in de orde van 0,1 tot 0,05 grazer per hectare, gerekend over een heel jaar.

Het Dauwbraamlandschap heeft in principe weinig begrazing nodig en is het meest gebaat bij een gezonde konijnenstand. De konijnen zorgen dan voor het tegenhouden van opslag van struweel en bos en de omwoeling van de bodem die ontkalking tegengaat. Begrazing met vee zou met hoog opgroeiende grassen dichtgegroeide Dauwbraamlandschappen weer geschikt kunnen maken voor konijnen. Waarnemingen aangaande dit effect zijn echter niet eenduidig. In het meest uitgestrekte en fraaist ontwikkelde voorbeeld van het Dauwbraamlandschap tussen Wijk aan Zee en Castricum is de schapenbegrazing, zoals die in de 19e eeuw hier uitgeoefend werd, weer in ere hersteld.

Het Fakkelgraslandschap en het Zeedorpenlandschap kenden van oudsher reeds een begrazing met geiten, koeien en/of paarden en een voortzetting of het opnieuw in gang zetten van deze begrazing verdient hier voorrang. Daarbij kunnen we alvast stellen, dat in het Zeedorpenlandschap begrazing in de nazomer en winter leidt tot een sterke uitbreiding van gevarieerde en bloemrijke vegetaties. De effecten van de begrazing op de fauna zijn momenteel in onderzoek; het is aan te nemen dat ook veel diersoorten van deze vorm van begrazing profiteren.
De traditionele kleinschalige menselijke activiteiten zijn in het Zeedorpenlandschap van Egmond en Zandvoort nog volop aanwezig. Bij andere zeedorpen is dit gebruik weggevallen. Wellicht zijn er mogelijkheden om ook hier weer bepaalde vormen van menselijk gebruik mogelijk te maken, zodat er wat meer dynamiek terugkeert in dit landschap.

Ook in het Buntgraslandschap lijkt extensieve begrazing een goede maatregel om vergrassing te voorkomen. Hier zijn echter nog weinig ervaringen mee. Eventueel kan in aanvulling op de begrazing bosopslag worden verwijderd. Ook de inzet van geiten of herten valt te overwegen. Een verdere beschouwing over begrazing in de duinen is te vinden onder ‘Open duin'.
Een inventarisatie voorafgaand aan een verandering van beheersvorm of het nemen van een herstelmaatregel maakt het mogelijk een verlies van karakteristieke diersoorten te voorkomen door ‘uitsparing' van restpopulaties, zie onder ‘Herstelbeheer'. Als bekend is of en waar zulke diersoorten in het terrein aanwezig zijn, kunnen ze worden ontzien door hun leefplekken bij de uitvoering van de maatregel uit te sparen.

Maaien van droge duingraslanden en bermen
Vanouds werden duinen plaatselijk gemaaid en ‘geharkt' voor de winning van Helm of hooi. Maaien en afvoeren van het maaisel als beheersmaatregel gebeurt tegenwoordig vooral in duinvalleien, maar ook wel in sommige droge duingraslanden. Daarnaast worden in het open duin veel bermen van wegen en paden gemaaid en vaak wordt dit maaisel ook afgevoerd.

Het gaat dan om geregeld jaarlijks maaien, zo laat mogelijk in het seizoen. Veel plantensoorten zoals Zandviooltje (Viola rupestris), Voorjaarszegge (Carex caryophyllea) en ook diersoorten zoals Zandhagedis (Lacerta agilis), zijn gebonden aan de overgang tussen een open pad en de dichtere omringende vegetatie. Het goed maaien van de droge bermen is precisiewerk: het beste is een nabootsing van effect van konijnenbegrazing, en dat betekent dus vlak boven de grond afmaaien. In nog intacte of weinig vergraste delen van het Zeedorpenlandschap of het Fakkelgraslandschap kan eventueel een regulier maaibeheer worden toegepast in plaats van begrazing.


Met bijdragen van:
Rienk Slings, oktober 2007, Bas Arens, september 2007, Emiel Brouwer, juli 2007 en André Aptroot, juli 2006.

Literatuur:
Breukelen, L van & M van Til, 2005. Evaluatie begrazing in de Amsterdamse Waterleidingduinen. Waternet, Amsterdam.

Wingerden, WKRE e.a. 2002. Grazers in Vlielands duin. Alterra-rapport 626.

| Bedreigingen | Regulier beheer | Herstelbeheer | Inrichting |

 

Groen Kennisnet, een netwerk van kennisportalen in het groene domein Zoeken in de
infobladen

(U gaat naar de
website van
Groen Kennisnet)
Groen Kennisnet, een netwerk van kennisportalen in het groene domein
Homepage
Home | Colofon | Print pagina
Zoek binnen deze website