Pad: Natuurtypen / Open duinen (N08) / Open duin (N08.02) / Grijze duinen / Bedreigingen

Grijze duinen

BEDREIGINGEN

Een beschrijving van de meer algemene processen die de grijze duinen bedreigen staat onder ‘Open duin'. Hieronder worden alleen enkele specifieke aspecten van bedreigingen genoemd voor de vier typen van droge duingraslanden.

Het Dauwbraamlandschap ondervindt in hoofdzaak problemen als gevolg van de verminderde verstuiving door vastlegging van het duin en de sterke achteruitgang van het Konijn (Oryctolagus cuniculus). Deze veranderingen in combinatie met atmosferische depositie van stikstof en zwavel maken dat het Dauwbraamlandschap vatbaar wordt voor oppervlakkige verzuring. De gedeelten waar nog wel verstuiving plaatsvindt, zijn vaak nog min of meer intact gebleven. Echter, de omvang van het Dauwbraamlandschap is in de duinsystemen met grijze duinen sterk gekrompen. Waar de verstuiving uitblijft, groeien de Dauwbraam-landschappen versneld dicht met Duinriet (Calamagrostis epigejos), Duindoorn, Zandzegge (Carex arenaria) of Helm (Ammophila arenaria).
Het Fakkelgraslandschap heeft enerzijds te maken gekregen met een versnelde ontkalking en anderzijds met een verdichting van de grasmat. Vooral de soorten die afhankelijk zijn van open of zeer laag begroeide plekjes, zoals de karakteristieke Paardebloemen, Gewone vleugeltjesbloem (Polygala vulgaris) en veel mossen en korstmossen. Ook zijn veel warmteminnende dieren sterk achteruit gegaan. De mate van achteruitgang van de planten lijkt mede afhankelijk van de mate waarmee de bodem kalk en voedingsstoffen kan binden.
Het Buntgrasduin heeft waarschijnlijk vooral last van de hoge stikstofdepositie. In de meer open begroeiingen wordt de stikstof vooral ingevangen door de mossen en korstmossen. Vervolgens kan Grijs kronkelsteeltje (Campylopus introflexus) zich uitbreiden op de plekken met kaal zand en sterk gaan woekeren. Dat gebeurt in het bijzonder waar in het verleden de verstuiving is bestreden door het opbrengen van organisch materiaal. Waarschijnlijk gaat op de duur, als die depositie hoog blijft, stikstof uit de mosmat ‘lekken'. Dan gaan ook hogere planten zich versneld uitbreiden, heidestruiken worden hoger en dichter en enkele grasachtige soorten gaan overheersen.

Met bijdragen van:
Emiel Brouwer, juli 2007, Bas Arens, september 2007.

Literatuur:
Kooijman, AM, A Grootjans, M van Til & E van der Spek, 2004. Aantasting in droge en natte duinen: dezelfde oorzaken, verschillende gevolgen? Rapport EC-LNV 2004/305: 171-188.

Nijssen, M., K. Alders, N. van der Smissen & H. Esselink, 2001. Effects of grass encroachment and grazing management on carabid communities of dry dune grasslands. Proceedings Experimental and Applied Entomology (NEV) 12: 113-120. Link: http://www.barger.science.ru.nl/

| Bedreigingen | Regulier beheer | Herstelbeheer | Inrichting |

 

Groen Kennisnet, een netwerk van kennisportalen in het groene domein Zoeken in de
infobladen

(U gaat naar de
website van
Groen Kennisnet)
Groen Kennisnet, een netwerk van kennisportalen in het groene domein
Homepage
Home | Colofon | Print pagina
Zoek binnen deze website