Pad: Natuurtypen / Droge heiden (N07) / Zandverstuiving (N07.02) / Zandverstuiving / Regulier beheer

Zandverstuiving

REGULIER BEHEER

De actieve zandverstuivingen die we nog hebben zullen op de lange termijn verloren gaan wanneer wij niets doen om ze in stand te houden. Het brongebied voor het verstuivende zand raakt eens uitgeput en de vegetatiesuccessie wint het uiteindelijk van de wind- en watererosie en stabiliseert het stuifzand. Ook wanneer er niet of nauwelijks factoren in het spel zijn die de windwerking remmen of extra voedingsstoffen aan het systeem toevoegen, is voor het instandhouden van zandverstuivingen een vorm van beheer of gebruik noodzakelijk. De huidige schaal en omstandigheden maken het plannen van regulier beheer moeilijk en vragen om maatwerk. Grote terreinen met veel dynamiek kunnen jarenlang zonder beheer actieve zandverstuivingen blijven. In kleinere stuifzandgebieden kan dat alleen wanneer ze zeer gunstig op de windrichting liggen en de windwerking groot is. Eenmaal gestabiliseerde zandverstuivingen gaan langzaam over in droge heide en bossen.

Instandhouding van zandverstuivingen is mogelijk door extensieve begrazing, militair gebruik en/of recreatie. Om de vereiste openheid te garanderen is in aanvulling daarop enig kleinschalig beheer nodig, zoals het kappen van vliegdennen en het lokaal plaggen van heide.
Het is mogelijk om het verstuivingsproces in gang te houden door pioniervegetaties van Buntgras en Ruig haarmos te verwijderen door het zand te zeven of te frezen (zie ook onder Herstelbeheer). Er zijn echter aanwijzingen dat de kwaliteit van het substraat dan toch afneemt door uitloging waardoor wellicht korstmos- of diersoorten kunnen verdwijnen.
Gestabiliseerde delen van stuifzanden die in gebieden met een lage stikstofdepositie liggen, hoeven nauwelijks beheerd te worden. Zeer extensieve begrazing met schapen en het met enige regelmaat verwijderen van jonge opslag van vliegdennen, zoals plaatsvindt op het Drouwenerzand, kan de kwaliteit van een gebied voor lange tijd behouden.

Met bijdragen van:
Marijn Nijssen, juni 2007 en Michel Riksen, november 2006.

Literatuur:
Bakker, T., H. Everts, P. Jungerius, R. Ketner-Oostra, C. van Turnhout & H. Esselink (2003). Preadvies Stuifzanden. Rapport Expertise Centrum-LNV 288-O. 114 pp..

Riksen, M.J.P.M., Goossens, D., 2005. Tilling techniques to reactivate aeolian erosion on inland drift-sand. Soil and Tillage Research 83: 218-236.

Riksen, M.J.P.M., Ketner-Oostra, R., Van Turnhout, C., Nijssen, M., Goossens, D., Jungerius, P.D. and Spaan, W., (2006). Will we lose the last active inland drift sands of western Europe? The origin and development of the inland drift-sand ecotype in The Netherlands. Landscape Ecology 21:431-447.

| Bedreigingen | Regulier beheer | Herstelbeheer | Inrichting |

 

Groen Kennisnet, een netwerk van kennisportalen in het groene domein Zoeken in de
infobladen

(U gaat naar de
website van
Groen Kennisnet)
Groen Kennisnet, een netwerk van kennisportalen in het groene domein
Homepage
Home | Colofon | Print pagina
Zoek binnen deze website