Pad: Natuurtypen / Voedselarme venen en vochtige heiden (N06) / Hoogveen (N06.03) / Actief hoogveen / Regulier beheer

Actief hoogveen 

Inhoud van deze pagina

REGULIER BEHEER
Toch beheer nodig
Bestrijden van effecten van vermesting in hoogveen
Instandhouding binnen het reservaat, maatregelen erbuiten

Toch beheer nodig
Actief hoogveen is een zeer zeldzaam geworden, kwetsbaar systeem dat zich ontwikkelt zonder enige menselijke invloed. Het meest bij actief hoogveen ‘passende' beheer is in principe niets doen in het veensysteem. Echter, atmosferische stikstof slaat overal neer en kan ook in actief hoogveen voor een toename van de bedekking door grasachtigen zorgen. Een bestrijding van de effecten van vermesting of ‘aanvullend vegetatiebeheer' kan nodig zijn om de hoogveenvegetatie in stand te houden. Daarnaast kan verdroging een probleem zijn. Het areaal actief hoogveen in Nederland is immers zeer klein en het is overal omgeven door gedegradeerd hoogveen. In die zin is dus vaak wél beheer nodig.

Bestrijden van effecten van vermesting in hoogveen
De stikstofdepositieniveaus in Nederland zijn de laatste jaren aanzienlijk gedaald en zullen naar verwachting in de toekomst verder blijven afnemen. Daling van het depositieniveau heeft reeds vrij snel, binnen 1 à 2 jaar, invloed op de stikstofconcentratie van veenmossen, hoewel effecten als gevolg van versnelde afbraak van met stikstof verrijkt plantenmateriaal langer kunnen na-ijlen. Dit betekent dat de kansen voor een succesvol herstel van hoogveenvegetaties in Nederland in de toekomst verder zullen verbeteren. Het kritische stikstofdepositieniveau ligt voor hoogveenvegetaties tussen de 5 en 10 kg/ha/jaar. Voorlopig zitten we hier nog ver boven en hebben we bovendien te maken met de erfenis uit het verleden. Daarom zal, zeker in de nabije toekomst, een compenserend beheer nodig blijven of op zijn minst wenselijk zijn, om de overmatige groei van vaatplanten te beperken. Dit zal zeker gelden voor de wat drogere terreinen. Dit beheer zou erop gericht moeten zijn om de bedekking van de kruidlaag niet hoger te laten worden dan 70 %. Beheersexperimenten bij het Pikmeeuwenwater in Nationaal Park de Maasduinen, Limburg, laten zien dat éénmalig maaien of plaggen van een vegetatie met een hoge kruidlaagbedekking al tot een sterke verbetering van de veenmosgroei kan leiden.
In natte veenheiden en rustende hoogvenen zijn met begrazing in combinatie met vernatting positieve resultaten bereikt voor de veenmosontwikkeling: bijvoorbeeld in ‘de Witten' en het Meerstalblok. Het verdient wel aanbeveling deze werkzaamheden, in het bijzonder plaggen en tijdelijke intensieve begrazing, gefaseerd in tijd en ruimte uit te voeren. Daarmee worden de negatieve effecten op de fauna zoveel mogelijk beperkt en kan kleinschalige variatie in de vegetatiestructuur in stand gehouden worden.

Instandhouding binnen het reservaat, maatregelen erbuiten
Om een neergaande trend bij karakteristieke dier- of plantensoorten in de snippers actief hoogveen te stoppen, kan het noodzakelijk zijn om herstelmaatregelen te nemen in het gebied dat rondom het stuk actief hoogveen heen ligt. De stukjes actief hoogveen zijn in Nederland immers zeer klein en actief hoogveen is overal omgeven door gedegradeerd hoogveen. In de zomer kan het actief hoogveen dat in een droge omgeving ligt gemakkelijk te sterk uitdrogen. Dat is te voorkomen door stabilisatie van de waterstand, uiteraard zonder dat daarbij overstroming van goed ontwikkelde veenmosvegetaties gaat plaatsvinden. Het is zaak het omringende gebied zo te vernatten, dat de ingreep verdroging van het actief hoogveen bestrijdt, maar het niet schaadt door overmatige vernatting. Om een goede afweging te kunnen maken voor het al dan niet nemen van vernattingsmaatregelen en het uitwerken van die maatregelen, is een goede kennis van het terrein en inzicht in de nog aanwezige natuurwaarden nodig. Het aantal kenmerkende soorten in een hoogveen is weliswaar laag, maar het gaat hierbij om soorten van moeilijker te herkennen groepen, zoals Veenmossen, korstmossen, paddenstoelen en watermacrofauna. De expertise van specialisten in deze soortengroepen is onmisbaar voor het lokaliseren van de karakteristieke soorten en advisering over te nemen maatregelen.
Bij vernatting gaat de voorkeur uit naar het nemen van herstelmaatregelen op regionaal niveau. Een stijging van het regionale grondwaterpeil kan alleen bereikt worden door ingrepen in de waterhuishouding in de omgeving van het actieve hoogveen. Gedacht moet worden aan het stopzetten of sterk verminderen van drinkwaterwinning, veranderen of stoppen van landbouwkundig gebruik en het daarbij behorende peilbeheer in de omgeving, het inrichten van bufferzones, etc.. Zonodig worden ook in de gedegradeerde delen van het hoogveenrestant maatregelen genomen, meestal gericht op het langer en op een hoger peil vasthouden van neerslagwater.
Voor het behoud van een kwijnende populatie van een karakteristieke soort kan het van belang zijn het areaal actief hoogveen uit te breiden of de invloed van grondwater of oppervlakkig afstromend water weer te laten toenemen. Een goede analyse van de oorzaak van de achteruitgang van de betreffende soort is nodig om tot doeltreffende maatregelen te komen. Beter vasthouden van regenwater alleen is niet voldoende voor het behoud en herstel van het karakteristieke soortenspectrum van hoogvenen.

| Bedreigingen | Regulier beheer | Herstelbeheer | Inrichting |

 

Groen Kennisnet, een netwerk van kennisportalen in het groene domein Zoeken in de
infobladen

(U gaat naar de
website van
Groen Kennisnet)
Groen Kennisnet, een netwerk van kennisportalen in het groene domein
Homepage
Home | Colofon | Print pagina
Zoek binnen deze website