Pad: Natuurtypen / Voedselarme venen en vochtige heiden (N06) / Trilveen (N06.02) / Trilveen / Inrichting

Trilveen

INRICHTING

Nieuw trilveen
Goede kansen voor nieuwe trilvenen, nodig voor behoud op de lange termijn, zijn misschien aanwezig in de nieuwe of nog jonge natuurgebieden in zeekleigebieden. Daarover verschillende de meningen. Of de omstandigheden in gebieden zoals de Oostvaardersplassen geschikt zijn, is nog onbekend. Kleinschaliger ontstaan trilvenen mogelijk ook elders in nieuwe natuurgebieden of in herstelde natte systemen. Dat kunnen laagvenen zijn maar ook bijv. beekdalen. Inhoeverre zich de karakteristieke trilveensoorten daar zullen vestigen is onduidelijk.
De levensduur van de soorten van het trilveen in zaadbanken loopt uiteen. Veel van de zeggen en mossen hebben langdurig kiemkrachtige zaden en sporen, veel van de kenmerkende kruiden hebben die niet. Gunstig is als er bronpopulaties in de nabije omgeving liggen. Op geïsoleerde locaties waar geen zaadbank is, valt te denken aan herintroductie; zie alinea Herintroductie van soorten op de pagina ‘Moeras'.

Rekening houden met recreatiedruk, grazers en overige fauna
Vee, grote grazers die drinkplaatsen opzoeken, grote aantallen watervogels zoals eenden, zwanen, ganzen en meeuwen en aanwezigheid van bepaalde vissen belemmeren de ontwikkeling van vegetaties van voedselarme oevers en/of hoogveenvorming en verlanding. Bij de inrichting van nieuwe moerassen kan men de kans op vestiging van deze waardevolle vegetaties verhogen door rekening te houden met recreatiedruk en de fauna. De natuurontwikkeling in het Noorderpark toonde aan dat zwanenvraat en recreatie de verlanding kunnen bepalen. In nieuw gegraven petgaten in rustige gebieden van de venen van de Tienhovense Plassen eten de zwanen de knolletjes van fonteinkruiden op zodat het water open blijft. In de nieuwe petgaten van de veenpolder bij Westbroek ondervinden de zwanen veel storing van recreanten die op een wandelpad lopen. Daar gaan de fonteinkruidvegetaties vooruit en gaat de verlanding heel langzaam doorzetten.
Verder is vermoedelijk de aanleg van luwe, flauwe oevers en variatie in watergrootte en omvang in het belang van de biodiversiteit. Hiermee is nog onvoldoende ervaring opgedaan.

Af en toe betreden is toelaatbaar
Trilvenen verdragen betreding slecht maar meestal is dat geen knelpunt. De onder de voeten bewegende plantenmat geeft een onveilig gevoel en nodigt niet bepaald uit voor een wandeling. Bovendien liggen trilvenen meestal zeer afgelegen midden in natuurreservaten en zijn ze niet vrij toegankelijk. Zo nu en dan betreden tijdens maaibeheer in uitvoering of onderzoek is toelaatbaar, juist omdat daarmee stukjes onderwater worden gedrukt, waarmee de uitwisseling met basenrijkwater wordt verbeterd.

Waterrecreatie zoneren
Jonge verlandingen en trilvenen verdragen geen golfslag en geen intensieve vaarrecreatie. Door een goede zonering van de recreatie is schade te voorkomen.

Met bijdragen van:
Moniek Nooren, 3.10.2006; André Jansen, 30.11.2006 en Boudewijn Beltman, 15.05.2007

Literatuur:
Barendregt, A., B.Beltman, E.Schouwenberg, G. van Wirdum, 2004. Effectgerichte maatregelen tegen verdroging, verzuring en stikstofdepositie op trilvenen (Noord-Hollland, Utrecht en Noordwest- Overijsssel). Rapport EC-LNV nr. 2004/281-O, Ede.

Leerdam, A. van & J.G. Vermeer 1992. Natuur uit het moeras! Naar een duurzame ecologische ontwikkeling in laagveen moerassen. Rapport Rijksuniversiteit van Utrecht, Staatsbosbeheer Driebergen.

Broek, T. van en B.Beltman. 2000. Natuurontwikkeling in het Noorderpark. Rapport Universiteit Utrecht.

| Bedreigingen | Regulier beheer | Herstelbeheer | Inrichting |

 

Groen Kennisnet, een netwerk van kennisportalen in het groene domein Zoeken in de
infobladen

(U gaat naar de
website van
Groen Kennisnet)
Groen Kennisnet, een netwerk van kennisportalen in het groene domein
Homepage
Home | Colofon | Print pagina
Zoek binnen deze website