Pad: Natuurtypen / Voedselarme venen en vochtige heiden (N06) / Trilveen (N06.02) / Trilveen / Bedreigingen

Trilveen

Inhoud van deze pagina:

BEDREIGINGEN
Verzuring en vermesting
Verbossing
Veroudering
Verdroging
Waterinlaat geeft vermesting
Tussenfase in stand houden
Met bijdragen van
Literatuur

Verzuring en vermesting
Gedurende de afgelopen decennia heeft vermesting en verzuring, in de vorm van luchtvervuiling met ammoniak als gevolg van de bio-industrie, een zeer negatief effect gehad op de laagveenschraallanden. Achteruitgegaan zijn de soortsdiversiteit van de gebieden, de diversiteit op levensgemeenschapsniveau en de oppervlakten van bepaalde vegetatietypen zoals trilveen en veenmosrietland. Eenvormige, door een of twee soorten gedomineerde gemeenschappen breiden zich almaar uit. In verlandingsreeksen van helder open water treedt van nature een geleidelijke verzuring op en een verandering in de soortensamenstelling. Tegenwoordig is echter vaak sprake van een versnelde verzuring en versnelde successie als gevolg van de verzurende en stikstofrijke depositie, hoewel de stikstofdepositie sinds de jaren tachtig door maatregelen in de landbouw met 25-30% is afgenomen. Daarbij is het successieproces ook enigszins veranderd doordat de samenstelling van de neerslag, de stoffenbalans, anders is geworden.
Van nature hoopt zich in trilvenen en andere natte schraallanden weinig strooisel op en neemt de dikte van de laagveenkragge slechts langzaam toe. Dit is anders wanneer door verhoogde atmosferische stikstofdepositie of welke omstandigheden dan ook, de productie van plantenmateriaal vergroot is. Bovendien kan door verzuring de afbraak van strooisel geremd worden. In zulke omstandigheden vormen zich snel ‘dekens' van strooisel op natte plekken. Het zijn vooral atmosferische verzuring en vermesting en de ermee samenhangende veroudering die trilvenen bedreigen. Verbossing is ook een probleem. Versnippering en te intensieve recreatie vormen knelpunten voor de natuur in laagvenen, maar ze bedreigen niet speciaal trilvenen.

Verbossing
In de veengebieden van Noordwest-Overijssel en het Vechtplassengebied waren tot in de jaren zestig van de voorbije eeuw nog over honderden hectaren aan trilveen en veenmosrietland aanwezig. Veel daarvan is verloren gegaan door verbossing. Verbossing vindt plaats wanneer trilveen en veenmosrietland niet door maaibeheer in stand kunnen worden gehouden.

Veroudering
Trilveen kan tientallen jaren, mogelijk zelfs honderd jaar behouden blijven bij daarop gericht maai- en hooibeheer, maar gaat uiteindelijk toch over in veenmosrietland of moerasheide. Veel van onze Nederlandse trilveentjes zijn oud en liggen op dikke kraggen. De karakteristieke soorten zijn er nog, maar staan op het punt te verdwijnen als gevolg van de versnelde en veranderde successieprocessen door stikstoftoevoer vanuit de lucht. De groeicondities van de planten hangen in trilvenen mede af van de diepte tot waar zich hun wortels uitstrekken of, bij mos, tot waar het mos leeft. In dikke oude kraggen kunnen alleen heel diep wortelende planten zoals de grote cypergrassen en riet zich blijven voeden met het basenrijke oppervlakte- of grondwater dat onder de kragge staat.

Verdroging
Alle laagveenschraallanden en dus ook de trilvenen zijn behalve voor verzuring ook gevoelig voor verdroging en voor vermesting van bodem en water. Wateronttrekking en lage polderpeilen ten behoeve van de landbouw in de omgeving leiden tot een versterkte invloed van regenwater - zowel in de verhouding ten opzichte van grondwater als ook met betrekking tot de diepte waartoe het in de bodem kan indringen - en sterkere wisselingen in oppervlakte- en grondwaterstand. Jong, drijvend trilveen hoeft niet te verdrogen wanneer in droge periodes de waterspiegel in het laagveensysteem daalt, omdat het trilveen met de waterspiegel mee beweegt. Maar veel oudere trilvenen zijn vastgegroeid aan legakkers, ribben of oevers van graslanden op vaste bodem. In zulke trilvenen kunnen wisselingen in de waterstand en verdroging wel optreden. Al bij een kortstondige verdroging gaan veel van de karakteristieke soorten achteruit en gaan planten zoals Pijpenstrootje (Molinia caerulea) en Gewoon haarmos (Polytrichum commune) overheersen. Bij een langdurige verdroging gaat het trilveen verloren. Bij sterke waterdaling in het systeem komt de trilveenkragge op de ondergrond van het water te liggen en groeit ze daaraan vast. Ook dan is het gedaan met het trilveen.

Waterinlaat geeft vermesting
Om te voorkomen dat de laagveengebieden uitdrogen, wordt er veelal in de zomer gebiedsvreemd oppervlaktewater ingelaten. Bovendien wordt, als de andere belangen dat toelaten, het (regen) water zolang mogelijk vast gehouden. Dan hoeft men in de zomer weinig tot geen oppervlaktewater in te laten. Over het algemeen bevat het gebiedsvreemde oppervlaktewater verontreinigingen en meststoffen waardoor bij inlaat eutrofiëring en verruiging van de laagveennatuur optreden (zie Vermesting bij aanvoer van gebiedsvreemd water op de pagina Laagveen & zeeklei). Tegenwoordig wordt geëxperimenteerd met een wisselend peilbeheer. Dit houdt in, dat men een extra marge van bijv. 10 cm accepteert met een schommeling naar boven na hevige neerslag en naar beneden in de droge zomermaanden. Door van een vast peilbeheer naar dit wisselende peilbeheer over te gaan blijft er 's winters een grotere hoeveelheid in het systeem en wordt het water minder snel afgevoerd. In de zomers is waterinlaat pas later in het seizoen nodig of helemaal niet meer. Zo resulteert wisselend peilbeheer in een winst aan waterkwaliteit in het laagveensysteem. Er zijn ook minder grote gemalen en sloten en vaarten nodig.

Tussenfase in stand houden
Het is zaak alle trilvenen die er nog zijn ook in de toekomst als ‘tussenfase' in stand te houden in afwachting van verjonging door effecten van meer structurele, duurzame regionale maatregelen. De trilveengemeenschappen krijgen al enige tijd de volle aandacht van de natuurbescherming en met lokale maatregelen is behoud van deze juweeltjes tot nu toe mogelijk geweest. Duurzaam herstel houdt herstel in van alle gemeenschappen van de verlandingsreeks en dat is met lokale maatregelen niet goed mogelijk. Vermesting, veroudering en verbossing bedreigen de laagveenreservaten als geheel. Zie ook natuurtype Moeras. Gemeenschappen waarin regenwaterinvloed overheersen, late verlandingsfasen, nemen in de veenreservaten steeds grote oppervlakten in. De jonge verlandingsgemeenschappen die de voorgangers van de trilvenen zijn, komen in de Nederlandse laagveenwateren nauwelijks meer voor.
Het toepassen van op verjonging van het moerassysteem gerichte maatregelen, zoals het graven van nieuwe petgaten in oude soortenarme moerasgedeelten, zodat ruimte ontstaat voor jonge verlandingsstadia waaruit zich nieuwe trilvenen kunnen ontwikkelen, is zinvol op plaatsen waar de waterkwaliteit voldoende is. In de laatste decennia is het oppervlaktewater in ons land veel schoner geworden. De fosfaatvervuiling is bijvoorbeeld verminderd. Groot knelpunt is tot nu toe in veel gevallen toch nog de waterkwaliteit. Trilvenen ontwikkelen zich niet te voedselrijk oppervlaktewater, maar ook niet in te voedselarm, te regenwaterachtig water. Met het op orde krijgen van de waterhuishouding verbetert de situatie, maar herstel van meer soortenrijke trilvenen en andere laagveenschraallanden blijkt in experimenten tot nu toe nog weinig kansrijk. De kansen zullen op den duur verbeteren als de natuur haar gang kan gaan in nieuwe sloten, plassen en petgaten met schoon water; zie alinea Schoon water op de pagina ‘Moeras'.

Met bijdragen van:
Moniek Nooren, 3.10.2006; André Jansen, 30.11.2006 en Boudewijn Beltman 15.05.2007 

Literatuur:

Barendregt, A., B. Beltman, E. Schouwenberg, G. van Wirdum, 2004. Effectgerichte maatregelen tegen verdroging, verzuring en stikstofdepositie op trilvenen (Noord-Hollland, Utrecht en Noordwest- Overijsssel). Rapport EC-LNV nr. 2004/281-O, Ede.

Jalink, M.H. 1996. Indicatorsoorten voor verdroging, verzuring en eutrofiëring in laagveenmoerassen. Deel 2 uit de serie ‘Indicatorsoorten'. Staatsbosbeheer, Driebergen.
Catalogi Bedrijfssturing Natuur, Bos Recreatie en Landschap, 2002/3. Staatsbosbeheer, Driebergen.

| Bedreigingen | Regulier beheer | Herstelbeheer | Inrichting |

 

Groen Kennisnet, een netwerk van kennisportalen in het groene domein Zoeken in de
infobladen

(U gaat naar de
website van
Groen Kennisnet)
Groen Kennisnet, een netwerk van kennisportalen in het groene domein
Homepage
Home | Colofon | Print pagina
Zoek binnen deze website