Pad: Natuurtypen / Moerassen (N05) / Moeras (N05.01) / Helofytenmoeras / Bedreigingen

Helofytenmoeras

Inhoud van deze pagina:

BEDREIGINGEN
Eutrofiëring
Onnatuurlijk peilbeheer
Afname van het getij
Begrazing
Normalisatie van rivieren
Bedreigd of bedreigend?
Recreatie
Stikstofdepositie

Eutrofiëring
Het lijkt misschien vreemd dat een soort als Riet, die het onder voedselrijke omstandigheden goed doet, ernstig lijdt onder sterke eutrofiëring. Toch is dit zo, vooral op anaëroob substraat. Onder hypertrofe omstandigheden is de biomassaproductie groot. Dit gaat ten koste van andere soorten, waardoor de biodiversiteit afneemt. Bovendien produceert het riet meer afval, wat op de bodem terecht komt. Bij afbraak onder zuurstofarme omstandigheden ontstaan hierbij toxische organische afvalproducten van bacteriën, zoals melkzuur, azijnzuur en oxaalzuur. Daarnaast wordt sulfaat omgezet in het giftige sulfide. Hierdoor kunnen onder andere de wortels van riet afsterven en kan het luchttransport naar de wortels worden belemmerd, waardoor het radiale zuurstofverlies vanuit de wortels afneemt waardoor de bodem nog armer aan zuurstof wordt. Bij het afsterven van grote oppervlaktes riet komt er vervolgens nog meer organische stof in de bodem. Dit effect is in een groot aantal voedselrijke meren in Europa waargenomen. Het wordt versterkt bij een stabiele waterstand (onnatuurlijk peilbeheer). Als er een dikke strooisellaag ontstaat, is Riet niet meer in staat om diep te wortelen. Hierdoor is de verankering van rietstengels slechter, kunnen planten eerder omvallen en hebben ze meer moeite om nutriënten op te nemen.

Onnatuurlijk peilbeheer
In grote delen van Nederland wordt een star of omgekeerd peilregime gehandhaafd. Ten bate van de landbouw is de waterstand in de zomer hoog en in de winter laag. Ook de waterstandfluctuatie is klein ten opzichte van de natuurlijke situatie. Dit heeft een aantal negatieve consequenties voor de meeste typen helofytenmoerassen.

Afname van het getij
Het wegvallen van het getij door het afsluiten van het Haringvliet in 1970 met de Haringvlietsluizen heeft een erg negatief effect gehad op helofyten- en pioniermoerassen langs het Haringvliet (o.a. de zeldzame ruigtevegetatie van de Associatie van Strandkweek en Heemst), en in de Biesbosch op de omvang van de riet- en biezenlanden. In de Biesbosch is er door de verminderde getijdenwerking een sterke verruiging opgetreden met soorten als Harig wilgenroosje en Grote brandnetel. In de Biesbosch is het gebied dat dagelijks tussen hoog en laag water ligt (dus meest rietlanden) door afsluiting van het Haringvliet gigantisch afgenomen, van 3750 tot slechts 120 hectare.

Begrazing
Begrazing van oeverplanten kan een belangrijk effect hebben op de ontwikkeling van de oevervegetatie. De aantallen broedende en overwinterende Grauwe ganzen in Nederland zijn de afgelopen 20 jaar exponentieel toegenomen. Ze foerageren op allerlei water- en oeverplanten, waaronder jong riet en Kleine lisdodde. Onder omstandigheden die gunstig zijn voor de vegetatieve uitbreiding van waterriet – een goed doorzicht en een goede water- en bodemkwaliteit – kan vraat door ganzen een zeer belangrijke factor zijn voor het uitblijven van verjonging van het rietland.

Normalisatie van rivieren
Riet- en grote zeggelanden zijn zeer gebruikelijke begeleiders van rivieren. In Nederland zijn de rivieren echter al in de Middeleeuwen bedijkt en in de 18e en 19e eeuw genormaliseerd (rechtgetrokken). Hierdoor zijn overstromingsvlakten en nevengeulen verdwenen en konden ook geen nieuwe afgesloten rivierarmen meer ontstaan. Daarnaast nam het verschil tussen hoog- en laagwater in de rivieren toe van anderhalve à tweeënhalve meter vóór de bedijking tot zeven à tien meter nu, waardoor plekken waar de waterstand helemaal afhankelijk is van het rivierpeil ook minder geschikt zijn voor helofytenmoerassen. Het potentieel areaal voor helofytenmoeras langs rivieren is dus sterk afgenomen.

Bedreigd of bedreigend?
Helofyten- en pioniermoerassen zijn zeer algemeen in Nederland. Door eutrofiëring hebben zij toe kunnen nemen op plekken waar zij eerst niet voorkwamen zoals rond vennen. Daar belemmeren ze de ontwikkeling van vegetaties uit de Oeverkruidklasse. Langs geëutrofieerde vennen duikt vaak de associatie van Waterpeper en Tandzaad op. Ook Riet komt tegenwoordig veelvuldig voor langs vennen en kan in ernstige gevallen het hele ven dichtgroeien. Riet vormt ook een groot probleem voor de doorstroming van watergangen zoals sloten en weteringen. Tot begin jaren ’90 mocht Riet chemisch bestreden worden, maar nu dit niet meer mag kunnen grote gedeelten van een watergang met Riet dichtgroeien. Waterschappen bestrijden deze rietgroei door te maaien. Het best kan het Riet zodanig gemaaid worden dat de stoppels van het riet onder water komen te staan, zodat er geen luchttransport meer plaats kan vinden en het riet ‘verdrinkt’.

Recreatie
Recreatie kan een probleem vormen voor rietlanden in gebieden met een hoge recreatiedruk. Vooral als er frequent boten in het rietland aangemeerd worden, in plaats van aan aanlegsteigers, kan deze mechanische belasting een negatieve invloed hebben op het rietland. 

Stikstofdepositie
De hier behandelde helofyten- en pioniermoerassen komen voor in voedselrijke en licht tot sterk gebufferde wateren. Zij zijn daarom niet gevoelig voor stikstofdepositie. Een uitzondering hierop is zijn galigaanmoerassen als ze soorten bevatten van het Caricion davallianae. Soortenarme galigaanmoerassen zijn hier niet gevoelig voor.

| Bedreigingen | Regulier beheer | Herstelbeheer en inrichting |

 

Groen Kennisnet, een netwerk van kennisportalen in het groene domein Zoeken in de
infobladen

(U gaat naar de
website van
Groen Kennisnet)
Groen Kennisnet, een netwerk van kennisportalen in het groene domein
Homepage
Home | Colofon | Print pagina
Zoek binnen deze website