Pad: Natuurtypen / Beken en bronnen (N03) / Beek en bron (N03.01) / Bron / Bedreigingen

BEDREIGINGEN

Grootste bedreigingen op een rij
In de bron zelf
In de invloedssfeer van de bron

Grootste bedreigingen op een rij
De huidige situatie van brongebieden is in een aantal gevallen zorgwekkend. De aanwezige natuurkwaliteiten worden door allerlei oorzaken bedreigd. Veel daarvan zijn het gevolg van onbekendheid met de kwetsbaarheid en kwaliteit van de aanwezige bronnen. De oorzaken van de kwantitatieve en kwalitatieve achteruitgang van de typische bronbiotopen zijn meervoudig (Horsthuis 2007).

1. Verandering in de hydrologische situatie door:

  • inzijggebied
  • brongebied (directe omgeving zeer gevoelig)
  • benedenstrooms gebied
  • inzijggebied
  • brongebied (directe omgeving zeer gevoelig)
  • benedenstrooms gebied


2. Toevoer van voedingstoffen door:

3. Demping
4. Vuilstort
5. Vertrapping door mens en dier (met name bij de bosbron)
6. Geen of slecht beheer (met name bij de weidebron)
7. Kap van bomen in de directe omgeving van de (bos)bron
8. Aanplant van bomen met slecht verteerbare bladeren en naalden rondom de bron
9. Stedelijke ontwikkelingen


Ingrepen in het hydrologische systeem vormen de grootste bedreiging. Deze leiden tot verandering in de watertoevoer van het bronsysteem. Het meest voorkomende probleem is de (tijdelijke) afwezigheid van wateraanvoer. Omdat bronvegetaties in het algemeen slechts op een klein oppervlak voorkomen nemen aangrenzende, minder van water afhankelijke vegetaties of minder kritische soorten bij verdroging al snel hun plaats in. Door geringe droogval treedt al snel verdringing door andere soorten en of gemeenschappen op. De droogval leidt daarnaast tot het verdwijnen van de kenmerkende macrofauna. In de laatste decennia zijn daardoor kenmerkende bronsoorten, zoals de platworm
Crenobia alpina en de kokerjuffer Agapetus fuscipes, sterk achteruitgegaan.

Naast deze kwantitatieve bedreigingen bestaan er ook bedreigingen met een kwalitatief karakter. De toevoer van voedingsstoffen verandert de chemische samenstelling van het bronwater. Dit heeft tot gevolg dat met de toename van de voedselrijkdom de soortensamenstelling verandert; voedselminnende soorten verdringen de bronsoorten. Bovendien heeft de toename aan voedingsstoffen geleid tot een toename van (de productie van) organisch materiaal. Dit heeft geleid tot de ontwikkeling van dikke organische pakketten en het dichtslibben van bronnen.

Een verder probleem is dat de meeste brongebieden sterk geïsoleerd en op grote afstand van elkaar liggen, waardoor de dispersie wordt bemoeilijkt (Nijboer et al. 2003). Kolonisatie van bronnen door macrofauna kan overigens op verschillende manieren plaatsvinden. De belangrijkste methoden zijn:

Of een soort een (nieuw) gebied zal koloniseren hangt af van het dispersievermogen van de soort. Ook zijn een aantal andere factoren van belang zoals de af te leggen afstand tot het nieuwe habitat en de aanwezigheid van barrières. Of een soort zich vervolgens kan handhaven hangt af van de geschiktheid van de abiotische en biotische omstandigheden in het nieuwe habitat (bijvoorbeeld de juiste temperatuur, voldoende zuurstof in het water en voldoende voedsel)(Nijboer et al. 2003).

Deze bedreigingen voor bronnen en bronbeken kunnen ingedeeld worden in bedreigingen in de bron zelf en bedreigingen in de invloedssfeer van de bron en bronbeek.

In de bron zelf
Cultuurtechnische maatregelen kunnen leiden tot verdroging. Door het graven of verdiepen van sloten en de aanleg van drainage wordt het water sneller afgevoerd. Er zijn voorbeelden waar in de bron zelf een put is aangelegd die het bronwater onttrekt uit het systeem en via buizen transporteert naar de omliggende boerderijen. Daar wordt het water gebruikt in de bedrijfsvoering. Ook kan water door stagnatie opstuwen waardoor de aanwezige flora verdrinkt en de kenmerkende fauna wordt verdrongen door algemeen voorkomende soorten. Dit vindt plaats bij de omvorming van een bron naar een vijver of poel of de aanleg van één van deze waterelementen in de directe omgeving van een bron. Verder kan door piekafvoeren zand en organische materiaal inspoelen of juist eroderen. Piekafvoeren ontstaan vaak als gevolg van menselijk handelen in de invloedsfeer van de bron. Veel beekdieren zijn hier niet tegen bestand. Gedurende afvoerpieken kunnen ze door het water worden meegesleurd of worden bedekt met zand. Verder is veel (fijn) zand nadelig voor de macrofauna, omdat het door de stroming van het water steeds in beweging is en afgezet kan worden over delen van de bron die als leefmilieu functioneren. Dit is een natuurlijk gegeven, maar door (onnatuurlijke) piekafvoeren van regenwater kan het zandtransport sterk toenemen.
Bovendien kan de chemische samenstelling en de temperatuur van het water tijdens de afvoerpiek zodanig anders zijn dat de dieren zich niet snel genoeg kunnen aanpassen.

Het kleine oppervlak van een bron maakt deze kwetsbaar voor fysische verstoringen zoals (regelmatige) vertrapping door mens en vee, vervuiling met afval, vergravingen en dergelijke.
Omdat bronnen vaak lager in het landschap liggen en in veel gevallen voor de bedrijfsvoering van geen waarde waren, zijn deze plekken met name in het verleden gebruikt voor de stort van vuilnis en puin. Dit gebeurt overigens nog steeds.

In het beheer kan onzorgvuldig kappen of maaien het kleinschalige patroon in de bronsystemen met de aanwezige natuurwaarden beïnvloeden en in het ergste geval vernietigen. De kap van bomen die voor schaduw zorgen in het bronsysteem, is funest voor de kenmerkende macrofauna. Ook moet worden voorkomen dat bomen met slecht verteerbare bladeren en naalden rondom of even bovenstrooms van een bron aangeplant worden. Bronnen zijn niet geschikt voor (grootschalig) machinaal onderhoud.
Een andere bedreiging voor bronnen is de behoefte aan grond voor stedelijke en landbouwkundige ontwikkeling. De stand van de cultuurtechniek in de laatste vijftig jaar maakt het mogelijk gebieden in cultuur te brengen die in het verleden ongemoeid bleven.

In de invloedssfeer van de bron
Bedreigingen in de invloedssfeer van de bronnen en bronbeken worden veroorzaakt door maatregelen die in het (omliggende) cultuurlandschap worden uitgevoerd. Bijvoorbeeld egalisatie van het aanwezige reliëf, verdroging door aanleg van drainage of het graven of verdiepen van detailontwateringen. Omdat hierdoor de sponswerking uit het landschap verdwijnt, nemen de piekafvoeren toe.

Een belangrijke bedreiging is de versnelde afvoer van water dat benedenstrooms van de bron of bronbeek ligt. Die versnelde afvoer kan plaatsvinden doordat de beek gekanaliseerd en/of uitgediept wordt. Door terugschrijdende erosie wordt de stroomopwaarts gelegen bron eveneens verdiept met verdroging als gevolg.

Het grondgebruik in het inzijggebied en de directe omgeving van de bron kan leiden tot verrijking van het uittredende bronwater en het toestromen van oppervlaktewater dat verontreinigd is met voedingsstoffen en/of gewasbeschermingsmiddelen. Een andere manier waardoor stoffen, zoals ammoniak en sulfiden, toegevoegd worden aan het bronmilieu is via atmosferische depositie.

Ook waterwinningen vormen een bedreiging voor bronsystemen. Dit kan op grote schaal plaatsvinden uit diepere waterlagen. Door water uit het inzijggebied te winnen wordt de waterbel hierin kleiner (deze wordt als het ware afgetopt), zodat minder water beschikbaar is voor de brongebieden. Afhankelijk van de positie ten opzichte van de bron kan de aanleg van kleinere grondwaterputten voor bijvoorbeeld beregeningsinstallaties even schadelijk zijn als die van grondwaterwinningen, omdat deze putten vaak hetzelfde grondwater ‘benutten' als de bronnen.

Verdroging leidt bovendien tot onnatuurlijke grondwaterstandsdalingen. Hierdoor komen van nature zuurstofloze bodemlagen in aanraking met zuurstof. Het gevolg is dat bodemprocessen ontstaan welke tot eutrofiering leiden (o.a. pyrietoxidatie, denitrificatie). Dit leidt tot verslechtering van de grondwaterkwaliteit (o.a. hoge stikstof- en sulfaatgehalten).

Met bijdragen van: Marcel Horsthuis, Jaap Bouwman, Fons Eysink & Bert Knol (november 2010).

| Bedreigingen | Regulier beheer | Herstelbeheer en inrichting |

 

Zoek via Natuurportal:kennis delen met Groen Kennisnet
help
Home | Colofon | Print pagina
Zoek binnen deze website