Pad: Natuurtypen / Cultuurhistorische bossen (N17) / Vochtig hakhout en middenbos (N17.01) / Middenbos

Middenbos

Leeswijzer:
Deze tekst heeft alleen betrekking op bossen die nog (of weer) actief als middenbos of hakhout beheerd worden. Bossen die een verleden als middenbos of hakhout hebben maar al sinds vele decennia niet meer als zodanig worden beheerd, waaronder het overgrote deel van de Zuid-Limburgse hellingbossen, worden op deze website behandeld onder de natuurbostypen Kalkhellingbos en Bossen op oude klei en leembodem.

Inhoud van deze pagina:

BETEKENIS
In Nederland een regionaal fenomeen
Een oeroude beheervorm…
… met bijzonder hoge natuurwaarde

KENSCHETS
Hakhout met overstaanders
Meerdere hakhoutlagen
Verschillende hellingzones
Natuurdoeltypen
Vegetatietypen
Habitattypen
Met bijdrage van
Literatuur

BETEKENIS

In Nederland een regionaal fenomeen
Het middenbos- of middelhoutbeheer is een intensieve vorm van bosbeheer, waarbij op één en hetzelfde bosperceel een hakhoutbeheer gecombineerd wordt met de teelt van zwaarder, opgaand ‘hooghout’. De hakhoutcomponent is hierbij van oudsher het belangrijkste. Dit hangt samen met de grote behoefte aan brandhout in vroeger tijden. Het hakhoutbedrijf garandeerde – meer dan een opgaand bos – een constante aanvoer van dit belangrijke bosproduct. Vermoedelijk heeft het middenbosbeheer in ons land een brede verspreiding gekend, maar het is in de laatste eeuwen grotendeels beperkt gebleven tot de leemgronden, en dan vooral tot de Zuid-Limburgse hellingbossen. Op de armere zandgronden zijn hakhout- en opgaande bossen al lang ruimtelijk gescheiden. En voor zover op de kleigronden enig oud bos aanwezig is, lijkt hiervoor hetzelfde te gelden. Oudere bossen op veengronden zijn vrijwel altijd (voormalige) hakhoutbossen. In het nabije buitenland en in grote delen van Midden-Europa was het middenbossysteem echter tot enkele decennia geleden eerder regel dan uitzondering.
Vanaf 1976 wordt in enkele bosgebieden rond Oud-Valkenburg (Schaelsberg, Gerendal) getracht het oorspronkelijke middenbos met zijn soortenrijke ondergroei te herstellen. Zeer recent (2008-2009) zijn op nog enkele plekken in het heuvelland vergelijkbare beheerexperimenten gestart (o.a. in het Savelsbos). Op dit moment zijn dit de enige voorbeelden van echt middenbos in ons land.

Een oeroude beheervorm…
Het middenbosbeheer is een van de oudst bekende vormen van bosbouw en werd in Zuid-Limburg waarschijnlijk al vanaf de Middeleeuwen beoefend. Op de meeste plekken kwam hier pas kort voor de Tweede Wereldoorlog een einde aan. Het systeem paste niet meer in de moderne tijd. Het was zeer arbeidsintensief en dus te duur. Hout werd als belangrijkste brandstof vervangen door steenkool, later kwamen olie en gas. Bovendien kwam er meer behoefte aan timmer- en constructiehout dat in standaardmaten verzaagbaar was. Deze laatste ontwikkeling is in het Zuid-Limburgs heuvelland afleesbaar aan de teloorgang van de vakwerkbouw, een techniek waarbij ook voor het zwaardere constructiewerk grillig gekromde balken gebruikt konden worden. Tezamen hebben deze ontwikkelingen in grote delen van Europa voor een stille revolutie in de bosbouw gezorgd.

… met bijzonder hoge natuurwaarde
Hoewel hier geclassificeerd als cultuurhistorisch bostype zijn er weinig typen ‘natuurbos’ in ons land die wat betreft hun natuurwaarde kunnen tippen aan een goed functionerend middenbos. Dit is te danken aan de aanwezigheid van vele soorten die indicatief zijn voor oude bossen, in combinatie met diverse, vaak bijzondere kapvlakte-, bosrand-, en zelfs graslandsoorten. Vooral de middenbossystemen op ondiepe kalkbodem zijn bijzonder soortenrijk met een hoog aandeel zeldzaamheden waaronder diverse orchideeënsoorten (zie hiervoor Kalkhellingbos). Door de combinatie van oudere bomen en warme microklimaten op recente kapplaatsen met veel lichtval, is ook de fauna van middenbossen in potentie zeer soortenrijk. Soorten die profiteren van de aanwezigheid van oude bomen zijn bijvoorbeeld ‘holtebewoners’ als de Boommarter en verschillende vleermuissoorten, maar ook insectensoorten als het Vliegend hert dat afhankelijk is van dood (eiken)hout. Soorten die daarentegen afhankelijk zijn van een open bosstructuur en een warm microklimaat zijn bijvoorbeeld de Eikel- en Hazelmuis, die voorkomen in zonbeschenen ruigten en struweel, maar ook bedreigde dagvlinders van bosranden als Keizersmantel, Grote weerschijnvlinder en Bosparelmoervlinder.

KENSCHETS

Hakhout met overstaanders
Een middenbos heeft een bijzondere structuur. Het bestaat uit één of meer lagen hakhout waarboven bomen van verschillende leeftijd uitsteken waarvan de oudste en hoogste ‘overstaanders’ worden genoemd. Deze overstaanders hebben een grotere onderlinge afstand dan in een opgaand (productie)bos, de bedekking van de hoge boomlaag is dan ook gering (na een kapronde vaak slechts 20%) en de bomen hebben daardoor een brede, relatief lage kroon kunnen ontwikkelen. Ook na meerdere decennia zonder actief beheer is een bos met een middenbos-verleden te herkennen aan de afwijkende kroonvorm van deze voormalige overstaanders, al zal in de meeste gevallen het kronendak inmiddels wel gesloten zijn. Dit komt omdat in de loop van de tijd veel meer bomen het kronendak hebben weten te bereiken en vaak zelfs boven de oude overstaanders zijn uitgegroeid. Het is opmerkelijk dat in deze fase – met zijn volledig gesloten kronendak – het niet meer beheerde bos minder gelijkenis vertoont met een structuurrijk ‘echt’ natuurbos dan het zeer intensief beheerde middenbos. Daarin kan pleksgewijs meer licht op de bodem doordringen dankzij de variatie in leeftijdsopbouw, de aanwezigheid van open plekken en de open structuur van het kronendak.

Meerdere hakhoutlagen
Het beheer als middenbos wordt zeker niet altijd en overal op dezelfde wijze uitgevoerd (zie ‘Niet één recept’ onder Regulier beheer). Een variatie op het algemene stramien is de aanwezigheid van twee hakhoutlagen, waarbij de onderste laag wordt gedomineerd door Hazelaar. In de bovenste laag groeien meerdere soorten dooreen: Es, Linde, Esdoorn en vooral Haagbeuk. Kenmerkend voor deze beheervariant is dat het hakhout van Hazelaar – dat vooral brandhout leverde voor de bakkersovens – een kortere omloop kende dan de rest van het bos (veelal 3 à 4 jaar).

Verschillende hellingzones
Vrijwel alle Zuid-Limburgse hellingbossen hebben een verleden als middenbos. De meeste uitzonderingen zijn in het verleden aangelegd als landgoed- of parkbos. Ze zijn niet alleen herkenbaar aan de afwijkende bosstructuur, maar ook aan het relatief hoge aandeel van Beuk, een soort die in middenbossystemen nauwelijks een rol van betekenis speelt.
Binnen de hellingbossen met middenbos werd de gehele helling op dezelfde manier behandeld. Dit hield in dat eenzelfde beheervorm werd toegepast op een reeks verschillende geologische formaties en bodemtypen. Voor een overzicht van de verschillende hellingzones en de bijbehorende bostypen, zie Bossen op oude klei en leembodem en Kalkhellingbos. Bij herstel van middenbossystemen in Zuid-Limburg richt men zich vaak op de zone met ondiepe kalk, omdat hier de meeste natuurwinst verwacht wordt. Dit gebeurt bijvoorbeeld in het zuidelijk deel van het Gerendal, waar een smalle hakhoutzone met overstaanders evenwijdig loopt met de hoogtelijnen. In het noordelijke deel van het Gerendal zien wij het omgekeerde: smalle banen hakhout en middenbos in diverse stadia van ontwikkeling, haaks op hoogtelijnen en dus per baan alle geologische formaties bestrijkend.

Natuurdoeltypen
In het Handboek Natuurdoeltypen wordt onderscheid gemaakt tussen het Eikenhaagbeukenhakhout en -middenbos van het heuvelland (3.58) en van de zandgronden (3.59). Dit is enigszins verwarrend. Met de laatste categorie worden de hakhout- en middenbossen bedoeld die op lemige bodems binnen het zandlandschap liggen. Hoewel in een aantal van deze bossen de oude middenbosstructuur nog goed herkenbaar is (bijvoorbeeld in Achter-de-Voort in Twente), wordt hier door de beheerder niet gestreefd naar een herstel van de oude beheervorm. Voor meer informatie over het Eiken-Haagbeukenhakhout en -middenbos van de zandlandschappen kan dan ook verwezen worden naar Bossen op oude klei en leembodem.
Wij beperken ons hier tot het Eiken-Haagbeukenhakhout en -middenbos van het heuvelland.

Vegetatietypen
Wat betreft het vegetatietype wordt voor de middenbossen in principe geen onderscheid gemaakt tussen de verschillende stadia van hergroei na een kapronde. Alle stadia worden gerekend tot het Eiken-Haagbeukenbos (Stellario-Carpinetum), waarbij de verschillende subassociaties gerelateerd zijn aan verschillen in bodemgesteldheid en daarmee indirect aan de hellingzones en de geologie (zie Bossen op oude klei en leembodem). Alleen voor het middenbos op ondiepe kalkbodem wordt voor de jonge hakhoutstadia een aparte associatie onderscheiden: de Associatie van Hazelaar en Purperorchis (Orchio-Cornetum). Deze associatie verschilt niet alleen qua structuur duidelijk van het bijbehorende bostype (Stellario-Carpinetum orchietosum), maar is ook – meer dan de jonge hakhoutstadia op andere bodemtypen – floristisch zeer afwijkend. Kenmerkende soorten, die geleidelijk verdwijnen zodra de boomlaag (dus alle leeftijdsklassen tezamen) sluit zijn zeldzaamheden als Purperorchis (Orchis purpurea), Vliegenorchis (Ophrys insectifera), Bleek bosvogeltje (Cephalanthera damasonium) en Ruig hertshooi (Hypericum hirsutum), maar ook minder specifieke lichtminnaars als Heggenrank (Bryonia dioica) en Echte valeriaan (Valeriana officinalis). Voor meer informatie, zie Kalkhellingbos.

Habitattypen
Tenslotte valt al het Eiken-Haagbeukenhakhout en -middenbos dat vegetatiekundig geclassificeerd kan worden als Stellario-Carpinetum, onder het habitattype 9160 (Sub-Atlantische en Midden-Europese Wintereiken-Beukenbossen of Eiken-Haagbeukenbossen behorend tot het Carpinion betuli). Alleen de jonge hakhoutstadia op ondiepe kalkbodem (Orchio-Cornetum) vallen onder habitattype 6210 (droge halfnatuurlijke graslanden en struikvormige facies op kalkhoudende bodem).

Met bijdrage van
Patrick Hommel

Literatuur

 

| Bedreigingen | Regulier beheer | Herstelbeheer | Inrichting |

 

Groen Kennisnet, een netwerk van kennisportalen in het groene domein Zoeken in de
infobladen

(U gaat naar de
website van
Groen Kennisnet)
Groen Kennisnet, een netwerk van kennisportalen in het groene domein
Homepage
Home | Colofon | Print pagina
Zoek binnen deze website