Pad: Natuurtypen / Cultuurhistorische bossen (N17) / Vochtig hakhout en middenbos (N17.01) / Essenhakhout

Essenhakhout

Inhoud van deze pagina: 

BETEKENIS
Een beperkt areaal
Gevarieerde gebruiksmogelijkheden
Vaak van een meer dan respectabele ouderdom
Natuurwaarde: fauna
Natuurwaarde: flora

KENSCHETS

Het hakhout van de betere gronden (… en klassen)
Drie kerngebieden
Natuurdoeltypen
Vegetatietypen en habitattypen
Met bijdrage van
Literatuur

BETEKENIS

Een beperkt areaal
Essenhakhout in zijn zuivere vorm, dus zonder laag van verspreide opgaande bomen (overstaanders), is zeldzaam, zowel op internationale als op nationale schaal. In de ons omringende landen is essenhakhout vaak een onderdeel van middenbossystemen (hakhout met overstaanders). Bij ons is dat van oudsher alleen in Zuid-Limburg het geval. Buiten het Limburgse heuvelland komt essenhakhout verspreid over heel verschillende landschapstypen voor, maar het is niet algemeen. In 1973 kwam in Nederland slechtst 612 ha essenhakhout voor, waarvan 364 ha in de provincie Utrecht, met name in het gebied tussen de Langebroekerwetering en de Kromme Rijn. Het belangrijke essenhakhoutgebied valt hier samen met de zone waarin veel landgoederen voorkomen. In 2003 werd het totale areaal in ons land op nog slechts 150 hectare geschat. Wat het in het verleden was is onbekend, maar het is opvallend dat al in bronnen uit de eerste helft van de negentiende eeuw over een afname wordt gesproken.

Gevarieerde gebruiksmogelijkheden
De belangrijkste historische functie van het essenhakhout was uiteraard de houtproductie. De toepassingen en kwaliteit van het hout waren in veel opzichten vergelijkbaar die van het hout uit eikenhakhoutbossen. Het essenhakhout had echter een veel grotere opbrengst. Hakhoutbeheer met een korte omlooptijd leverde ‘kleinhout’ of ‘beentjeshout’ op, dat onder andere werd gebruikt als aanmaakhout, roerstokken, bonenstaken, palen voor perceelscheidingen en jukken om takken van fruitbomen te ondersteunen. Het zwaardere hout, dat in langere kapcycli werd gewonnen, werd gebruikt als brandhout maar ook wel als timmerhout voor meubelmakers. Specifieke toepassingen van het fijndradige, maar zeer taaie essenhout waren gereedschapsstelen en timmerhout voor rijtuigbouwers. Het hout van de in het essenhakhout voorkomende sleedoorn werd gebruikt voor het vervaardigen van wandelstokken en stokken voor zwepen. Daarnaast werd het essenhakhout nog op een aantal heel andere manieren benut. Zo was een belangrijke functie het vastleggen van de bodem in houtwallen en holle wegen door de uitgebreide en dichte wortelstelsels van de essenstoven. Deze intensieve beworteling had overigens ook nadelen. In historische bronnen word geklaagd over de concurrentie met de gewassen op aangrenzende percelen. Maar ook van deze eigenschap kon nuttig gebruik worden gemaakt. Een voor ons nauwelijks meer voorstelbare toepassing van essenhakhout was die van onkruidbestrijding, waarbij om woekering van onkruiden als Kweek en Heermoes op cultuurgronden te onderdrukken voor een periode van enkele jaren essen werden geplant. Viel het resultaat op korte termijn tegen, dan schakelde men voor zo lang als nodig was over op een hakhoutbeheer. Tenslotte werden in essenhakhoutbosjes ook als bijproduct ook diverse bolgewassen geteeld (o.a. Sneeuwklokjes).

Vaak van een meer dan respectabele ouderdom
Essenhakhoutstoven kunnen eeuwenoud worden. Er wordt zelfs verondersteld dat de oudste exemplaren tevens de oudste nog levende organismen van ons land zijn! Het kan hierbij gaan om stoven die groeien in hakhoutpercelen maar ook om stoven die onderdeel vormen van oude houtwallen. Dergelijke oude stoven zijn van binnen vaak hol, waardoor de exacte leeftijd moeilijk te achterhalen is. Echter niet van alle essenhakhout¬bossen en -bosjes ligt de oorsprong verborgen in een ver, schimmig verleden. Zo verraadt de ligging van het hakhout in het landgoed De Horsten bij Wassenaar, in een sterrenbos met in het midden een kleine vijver, de mode van rond 1700 toen dit type parkaanleg met hakhout in zwang kwam naar Frans voorbeeld. De oudste essenstoven in dit bos zijn dus op zijn hoogst ‘slechts’ 300 jaar oud, overigens naar Nederlandse begrippen een meer dan respectabele leeftijd.

Natuurwaarde: fauna
De faunistische natuurwaarde van het essenhakhout wordt vooral bepaald door drie soortengroepen.

Natuurwaarde: flora
Qua botanische waarde moet een onderscheid gemaakt worden tussen de terrestrische vegetatie en de epifyten. Wat de terrestrische vegetatie betreft is de waarde van de lager gelegen essenhakhoutbossen (Circaeo-Alnenion) vaak niet bijzonder groot. De ondergroei kan – vooral kort na de kap – zeer weelderig en bloemrijk zijn maar zeldzame soorten zijn doorgaans niet aanwezig. Hetzelfde geldt voor typische ‘oud-bossoorten’. De meer algemene soorten van moerasruigten domineren de ondergroei. Een bekende uitzondering op deze regel zijn de oude hakhoutpercelen op zware komklei op het landgoed Kolland bij Amerongen. Hier wordt in het vroege voorjaar de bosbodem bedekt door een gesloten tapijt van Bosanemoon (Anemone nemorosa). Op hoger gelegen gronden (met een Ulmenion carpinifoliae-ondergroei) is een botanisch waardevolle ondergroei met diverse oud-bossoorten minder ongebruikelijk. Hier kunnen wij regelmatig soorten als Maarts viooltje (Viola odorata), Voorjaarshelmbloem (Corydalis solida), Gewone vogelmelk (Ornithogalum umbellatum) en het Gewone sneeuwklokje (Galanthus nivalis) aantreffen. In het gemengde Essen-Iepenhakhout van het Zalkerbos (het fraaist ontwikkelde hardhoutooibos van ons land) komen verder ook bijzonderheden als Gulden boterbloem (Ranunculus auricomus), Moeslook (Allium oleraceum) en Slangelook (Allium scorodoprasum) algemeen voor.
De botanische waarde van essenhakhoutbossen wordt echter vooral bepaald door de epifytische mosflora, dankzij de relatief basische schors van de essen en de eventueel aanwezige iepen. De hoogte van het grondwater is hierbij niet erg bepalend, de leeftijd van het bos en van de individuele hakhoutstoven zijn dat des te meer. Voorbeelden van bijzondere mossoorten die epifytisch in dit type hakhout kunnen worden aangetroffen zijn Klein – en Groot touwtjesmos (Anomodon attenuatus en A. viticulosus), Spatelmos (Homalia trichomanoides), Glad kringmos (Neckera complanata), Recht palmpjesmos (Isothecium alopecuroides), Gewoon zijdemos (Homalothecium sericeum) en Bleek boomvorkje (Metzgeria furcata). Samen vormen zij de voor – al dan niet gemengd – essenhakhout karakteristieke Touwtjesmos-associatie (Anomodonto-Isothecietum).

KENSCHETS

Het hakhout van de betere gronden (… en klassen)
De teelt van essenhakhout vond traditioneel plaats op voedselrijke gronden met een goede vochtvoorziening. Hier werden bijna twee maal zo hoge houtopbrengsten gerealiseerd als in eikenhakhoutbossen op vergelijkbare groeiplaatsen. Essenhakhout had bovendien het voordeel dat het – anders dan eik – zeer snel na de kap als brandhout gebruikt kon worden. In vroeger tijden was essenhakhout dan ook zeer gewild bij houtdieven. Een bron uit begin 19e eeuw beschouwt deze vorm van houtteelt binnen grotere boscomplexen dan ook als een risicofactor, niet vanwege de mogelijk tegenvallende opbrengsten, maar omdat het werkte als ‘lokaas’ voor de ‘minvermogende klasse’.

Drie kerngebieden
De grootste oppervlakten essenhakhout liggen van oudsher in het rivierengebied, vooral binnendijks maar plaatselijk ook op de hogere delen van uiterwaarden. De groeiplaatsen variëren hier van zware komkleigronden (binnendijks) tot lichte zavelgronden (buitendijks). Daarnaast was relatief veel essenhakhout aanwezig op strandvlakten in de binnenduinrand, veelal als onderdeel van landgoedbossen. Op de Zuid-Limburgse leemgronden vormde essenhakhout een onderdeel van het middenbossysteem (hakhout met overstaanders; zie Middenbos). Daarnaast werden stroken essenhakhout in het heuvelland veel gebruikt voor het stabiliseren van de steilkanten in holle wegen.
Op dit moment liggen de meest waardevolle en grootste resterende essenhakhoutcomplexen (zonder overstaanders) in drie gebieden: de IJsseldelta (binnen- en buitendijks), het Kromme Rijngebied en de binnenduinrand. Het belangrijkste essenhakhout van de IJsseldelta ligt buitendijks, op de hogere gedeelten van het Zalkerbos (zavel) waar het voorkomt in menging met Iepenhakhout. In het Kromme Rijngebied liggen de meest waardevolle essenhakhoutpercelen op het landgoed Kolland (zware klei) en langs de Langbroekerwetering (overwegend zware klei). Op de strandwallen in de binnenduinrand gaat het vooral om het landgoed De Horsten tussen Wassenaar en Voorschoten en de laaggelegen bosgebieden ten westen van de Keukenhof bij Lisse (venige strandvlakte, in de Horsten met een uitwiggend kleidekje).

Natuurdoeltypen
Alle essenhakhoutbossen van Nederland vallen onder natuurdoeltype 3.57 (Elzen-Essenhakhout en -middenbos). Binnen dit type worden twee subtypen onderscheiden. Het binnendijkse essenhakhout valt hierbij voor het overgrote deel binnen subtype a (Elzen-Essenhakhout), het buitendijkse essenhakhout grotendeels binnen subtype b (Essen-Iepenmiddenbos). De naamgeving van dit tweede subtype is enigszins misleidend aangezien het in de actuele toestand voornamelijk gaat om hakhout zonder overstaanders.

Vegetatietypen en habitattypen
Vegetatiekundig is de meest kenmerkende plantengemeenschap van essenhakhout de epifytische Touwtjesmos-associatie (Anomodonto-Isothecietum) (zie hierboven Natuurwaarde: flora). Voor wat betreft de terrestrische vegetatie kunnen alle essenhakhoutbossen op klei, veen en alle overgangen daartussen geclassificeerd worden binnen het Elzen-Vogelkersverbond (Alno-Padion). Binnen dit verbond worden weer twee onderverbonden onderscheiden.

1. Het onderverbond van de Iepenrijke Eiken-Essenbossen (Ulmenion carpinifoliae). Deze bossen staan op de relatief droge standplaatsen, zoals het Zalkerbos:


2. Essenhakhoutbossen op nog weer vochtiger tot natte standplaatsen behoren tot het onderverbond van de Vochtige Elzen-Essenbossen (Circaeo-Alnenion):

Essenhakhoutbos dat relatief hoog en droog ligt (Ulmenion carpinifoliae) valt dus altijd onder de habitatrichtlijn en geniet daardoor meer bescherming dan essenhakhoutbos dat lager en vochtiger ligt (Circaeo-Alnenion).

Met bijdrage van:
Patrick Hommel

Literatuur

 

| Bedreigingen | Regulier beheer | Herstelbeheer | Inrichting |

 

Groen Kennisnet, een netwerk van kennisportalen in het groene domein Zoeken in de
infobladen

(U gaat naar de
website van
Groen Kennisnet)
Groen Kennisnet, een netwerk van kennisportalen in het groene domein
Homepage
Home | Colofon | Print pagina
Zoek binnen deze website