Pad: Natuurtypen / Rijke graslanden en akkers (N12) / Kruiden- en faunarijke akker (N12.05) / Faunarijke akker

Faunarijke akker

Inhoud van deze pagina:

BETEKENIS
Akkers in de levenscyclus van dieren
Soorten
Achteruitgang
Verschillende akkers, verschillende soorten

KENSCHETS
Fauna van akkers van kleinschalige en van grootschalige landschappen
De akkerbouw in Nederland is veranderd
Met bijdrage van
Literatuur

Akkers in de levenscyclus van dieren
Nederland bestaat voor een groot deel uit een agrarisch cultuurlandschap, waarvan ca. 800.000 ha in gebruik is als akkerland. Het akkerland herbergt echter slechts weinig specifieke diersoorten, waardoor akkers t.o.v. van andere habitattypen zeer soortenarm zijn. Kenmerkend voor akkers is de (relatief) snelle opeenvolging van gewassen, waardoor een zeer dynamische habitat ontstaat. Zelfs binnen één jaar is er een hoge dynamiek, van een vrijwel kale bodem na de inzaai van gewassen tot een dekkinggevend gewas vlak voor de oogst. Slechts een beperkt aantal planten- en diersoorten is in staat gebruik te maken van deze dynamiek, door

Soorten
Soorten die voor een belangrijk deel van hun levenscyclus gebruik maken van akkers zijn bijvoorbeeld Geelgors (Emberiza citrinella), Grauwe gors (Emberiza calandra), Ortolaan (Emberiza hortulana), Veldleeuwerik (Alauda arvensis), Gele kwikstaart (Motacilla flava), Kwartel (Coturnix coturnix), Patrijs (Perdix perdix), Korhoen (Tetrao tetrix), Fazant (Phasianus colchicus), Grauwe kiekendief (Circus pygargus), Kievit (Vanellus vanellus), Hamster (Cricetus cricetus), Haas (Lepus europaeus), Kleine parelmoervlinder (Issoria lathonia), Koninginnepage (Papilio machaon) en Knoflookpad (Pelobates fuscus). Voor andere soorten, zoals Woelrat (Arvicola terrestris/shermani), Dwergmuis (Micromys minutus) of Kwartelkoning (Crex crex), kunnen akkers eveneens belangrijke biotopen zijn, als andere meer natuurlijke biotopen ontbreken.
veldleeuwerik bij faunarijke akker
Geïndexeerde achteruitgang van de veldleeuwerik in Nederland sinds 1984 (1990=100). Significante afname van >5% per jaar (minimaal halvering in 15 jaar). Bron: Netwerk Ecologische Monitoring (Sovon, CBS). http://www.sovon.nl/

Achteruitgang
Vrijwel alle soorten die afhankelijk zijn van akkers zijn de afgelopen decennia sterk in aantal en verspreiding achteruitgegaan of de soorten staan op het punt uit Nederland te verdwijnen. Typische akkervogels als Grauwe gors, Ortolaan, Korhoen en Grauwe kiekendief staan hoog op de Rode Lijst van Nederlandse broedvogels en zijn ernstig bedreigd (EB). Veldleeuwerik, Gele kwikstaart, Patrijs en Kwartelkoning staan ‘slechts’ als kwetsbaar (KW) of gevoelig (GE) op de Rode Lijst, maar de trend is over het algemeen negatief. Op de Rode Lijst van zoogdieren en amfibieën zijn de Hamster en de Knoflookpad respectievelijk ernstig bedreigd en bedreigd. Van de dagvlinders zijn slechts 2 soorten in enige mate afhankelijk van akkers, de Koninginnepage en de Kleine parelmoervlinder die als gevoelig en kwetsbaar op de Rode Lijst staan. Soorten met een bredere ecologische amplitude die zich behalve op akkers ook elders in het agrarische cultuurlandschap thuis voelen, staan er over het algemeen beter voor. Voorbeelden daarvan zijn Geelgors, Fazant, Kievit en Haas.

Verschillende akkers, verschillende soorten
Een aantal bedreigde akkersoorten, zoals Korhoen, Patrijs, Grauwe gors, Ortolaan, Hamster en Knoflookpad zijn gebaat bij het herstel van een relatief kleinschalig landschap, waarbij akkers worden afgewisseld met graslanden, overhoekjes, ruigtestroken en andere landschapselementen die al of niet aansluiten op andere biotopen zoals beekdalen of heideterreinen. Een aantal andere typische akkersoorten zoals de Grauwe kiekendief, Kwartelkoning, Veldleeuwerik, Gele kwikstaart en Haas is juist gebaat bij grote open gebieden waar het agrarische beheer wordt afgestemd op de ecologische eisen van deze soorten. De maatregelen zijn daarbij doorgaans gericht op het herstellen of imiteren van het vroegere kleinschalige agrarische mozaïekbeheer. Een herstel van de akkerflora lijkt het meest kansrijk in het kleinschalige cultuurlandschap, omdat voor de akkerflora kleinschalige lokale beheermaatregelen het beste resultaat opleveren (zie verder Kruidenrijke akker). Het gaat hierbij veelal om kleine akkers of akkercomplexen, waar door middel van reservaatbeheer optimale leefomstandigheden gecreëerd kunnen worden voor de doelsoorten. Kleinschalig flora- en faunavriendelijk beheer van akkertjes in de duinen, op de Veluwe, in het rivierengebied en in beekdalen kan bijdragen aan het behoud van bedreigde soorten als Geelgors, Knoflookpad en overwinterende akkervogels.

KENSCHETS

Fauna van akkers van kleinschalige en van grootschalige landschappen
De akkers in Nederland zijn onder te verdelen in twee typen: enerzijds de akkers van het kleinschalige zandlandschap (Oost-Nederland en Brabant) en het Limburgse lössgebied en anderzijds de grote open akkergebieden van Noord- en West-Nederland. Deze akkertypen kennen een verschillende ontstaansgeschiedenis, die in hoge mate de (huidige) natuurwaarden bepaalt (zie Herstelbeheer en inrichting). De akkergebieden op de zandgronden en in Limburg bestaan uit halfopen agrarisch gebied afgewisseld met bos, houtwallen, heide, graslanden en soms beekdalen. Kleinschalige akkerbouw was ook aanwezig in de duinen, het rivierengebied en bijvoorbeeld op de Veluwe. De afwisseling van verschillende habitattypen op korte afstand was een belangrijke reden voor de aanwezigheid van karakteristieke akkersoorten als Knoflookpad, Kleine parelmoervlinder, Korhoen en Ortolaan. Het historische landgebruik van het landschap was lange tijd gunstig voor deze soorten.
De noordelijke en westelijke akkergebieden, inclusief de Veenkoloniën en inpolderingen als Flevoland en de Noordoostpolder, worden juist gekenschetst door hun openheid en eenvormigheid, waarbij slechts spaarzaam andere elementen in het landschap aanwezig zijn. De aanwezige typische akkersoorten zijn veelal soorten die succesvol de overstap hebben weten te maken van andere habitattypen (graslanden, kwelders, ruige gronden) naar de grootschalige akkers.

De akkerbouw in Nederland is veranderd
Vrijwel het gehele areaal aan akkerland in Nederland wordt benut voor reguliere landbouw, slechts op een kleine 1% is de akkerbouw biologisch. Het oppervlak aan reservaatsakkers is nog veel lager, maar harde cijfers zijn niet voorhanden. Naar schatting zal minder dan 0,1% van de akkers in beheer zijn als reservaat. Akkerranden met een natuur- of milieudoelstelling zijn wel wijdverspreid met vele projecten in vrijwel alle provincies. De breedte is vaak gering (<6 meter), maar de lengte is waarschijnlijk vele honderden kilometers.
De afgelopen decennia is de akkerbouw in Nederland sterk van karakter veranderd als gevolg van het Gemeenschappelijk Landbouw Beleid van de Europese Unie. In de eerste helft van de 20e eeuw werden op de meeste akkers granen verbouwd of er was sprake van lokale teelten zoals vlas of boekweit. Nadien is het zwaartepunt verschoven naar de teelt van snijmaïs en hakvruchten (bieten en aardappelen). Granen nemen nu nog ca. 20-25% van het teeltoppervlak in beslag, waarbij de granen vooral worden geteeld als tussengewas.
rohasnij bij fanuarijke akker
Verloop van het areaal Rogge, Haver en Snijmais in Nederland. Bron: Natuurenmilieucompendium/CBS, 2009. http://www.natuurenmilieucompendium.nl/

Naast de verschuiving in de geteelde gewassen is de akkerbouw ook verregaand gemechaniseerd en geïntensiveerd. De mechanisatie heeft ertoe geleidt dat grote akkers met minder mankracht kunnen worden bewerkt, wat geleid heeft tot o.a. schaalvergroting. De intensivering van de akkerbouw komt vooral tot uiting in een snellere gewasrotatie, hogere zaaidichtheden, het gebruik van ‘betere’ rassen en bijvoorbeeld het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Uitgedrukt in gewasopbrengst per hectare is de mechanisatie en intensivering dan ook zeer geslaagd. Aan de andere kant heeft deze trend ook geleid tot zekere extensivering, bijvoorbeeld doordat in de grote percelen slechts weinig verstoring optreedt (minder randeffecten). Bovendien is tegenwoordig het aantal agrarische werkzaamheden gedurende het groeiseizoen beperkt, bijvoorbeeld door het toepassen van gewasbeschermingsmiddelen, waardoor handmatig wieden niet meer nodig is.

Met bijdrage van:
Maurice La Haye

Literatuur

| Bedreigingen | Regulier beheer | Herstelbeheer en inrichting |

 

Groen Kennisnet, een netwerk van kennisportalen in het groene domein Zoeken in de
infobladen

(U gaat naar de
website van
Groen Kennisnet)
Groen Kennisnet, een netwerk van kennisportalen in het groene domein
Homepage
Home | Colofon | Print pagina
Zoek binnen deze website