Pad: Natuurtypen / Open duinen (N08) / Duinheide (N08.04) / Duinheide

Duinheide

Inhoud van deze pagina:

BETEKENIS

KENSCHETS
Ontstaan van duinheide
Betrekkelijk nieuw
Duinheide is vaak soortenrijk
Plantengemeenschappen, doeltypen en habitattypen
Met bijdragen van
Literatuur

BETEKENIS

Er zijn geen duidelijke ecologische kenmerken te noemen die duinheiden altijd onderscheiden van binnenlandse heide- en stuifzandgebieden. Toch veroorzaakt de ligging in verschillende typen van landschappen wel enkele duidelijke verschillen. In duinheiden is het reliëf even gevarieerd als in de omliggende open duinen, dus wisselen droge en natte terreindelen en steile zuid- en noordhellingen elkaar over korte afstanden af. Dat is in binnenlandse heiden minder het geval. Verder is in duinheiden het klimaat door de zeewind wat vochtiger, en er zijn bodemverschillen, de bodems van binnenlandse heiden zijn zuur. Bodems van duinheiden hebben vaak een enigszins gebufferde ondergrond, terwijl de toplaag zuur is als gevolg van uitloging van het duinzand. Ook komen in tegenstelling tot de heiden van het binnenland op de standplaatsen van de duinheiden vrijwel nooit voor water ondoorlaatbare lagen voor, en er zijn dus geen schijngrondwaterspiegels.

KENSCHETS

Ontstaan van duinheide
Duinheiden ontstaan pas nadat duinsystemen zijn gestabiliseerd. Eerst moet de toplaag, een enkele centimeters dikke bovenlaag van de bodem verzuren en dat kan pas gebeuren als het zand niet meer verstuift. Onze duinen zijn rond ca. 1850-1900 structureel gestabiliseerd door een algemeen vastleggingsbeheer. In kalkrijke duinen zoals die in ons land voorkomen in het zogenoemde ‘Renodunaal district' ten zuiden van Bergen in Noord-Holland, duurt het na de vastlegging honderden jaren voordat de toplaag voldoende is verzuurd. In dat gebied vinden we duinheiden nu in het oudste gedeelte van de duinsystemen langs de landinwaartse zijde, de zogenoemde binnenduinen. In de kalkarme duinen van de kuststrook ten noorden van Bergen, het ‘Waddendistrict', kan al enkele tientallen jaren na de vastlegging verzuring van de toplaag optreden. Daar treffen we nu duinheiden over de hele breedte van het duinsysteem aan.

In zich stabiliserende duinen zal zich in de loop van natuurlijke successie struweel vormen en uiteindelijk laag Berken- of Eikenbos, tenzij de duinvegetatie kort wordt gehouden door begrazing of andere manieren van gebruik of beheer. Begrazing is waarschijnlijk de hoofdfactor, die in duingraslanden en duinheiden de successie naar bos tegen heeft gehouden en sterk heeft vertraagt. Andere factoren zijn daarnaast de zeewind en in het Waddendistrict de kalk- en mineralenarmoede. Het ging bij deze begrazing lange tijd in eerste instantie om een min of meer natuurlijke vorm van begrazing door konijnen, en daarnaast ook om begrazing met vee.

In gestabiliseerde, kalkarme duinen verzuurt de toplaag gemakkelijk. De vegetatiesuccessie die daarop volgt verloopt op noord- en westhellingen anders dan op zuid- en oosthellingen . De zuid- en oosthellingen ontvangen minder neerslag en meer zon, waardoor ze veel droger zijn. Op deze droge hellingen ontstaan begroeiingen van Buntgras (zie teksten Grijze duinen en Open duin). Ze hebben een relatief open vegetatiestructuur, zijn rijk aan korstmossen en aan warmteminnende fauna. Op de minder droge noord- en westhellingen vindt al snel enige humusophoping plaats, vestigen zich Struikheide (Calluna vulgaris), Kraaiheide (Empetrum nigrum) en Gewone eikvaren (Polypodium vulgare), en neemt het aandeel open plekken met kaal zand af. Als de heidestruiken gaan overheersen is een duinheide ontstaan. Veelal vormt Buntgraslandschap complexen met duinheide of vindt daarin een geleidelijke ontwikkeling plaats in de richting van duinheide, beginnend in de valleien en op de noordhellingen. Op de droge zuid- en oosthellingen kan het Buntgraslandschap - of de Duin-Buntgras-associatie - heel lang standhouden. De natte gedeelten van de kalkarme duinsystemen, de duinvalleien, gaan pas verzuren als de bovenste laag van het lokale grondwater verzuurt of wanneer er verdroging door grondwaterstandsdaling optreedt. Het lokale grondwater zal pas verzuren wanneer het omringende duin tot op vele meters diepte is ontkalkt. Onder zure omstandigheden vormt zich dan een enkele centimeters tot enkele decimeters dikke laag organisch materiaal. Ondertussen breiden zich in de valleien Gewone dophei (Erica tetralix), Grote veenbes (Oxycoccus macrocarpos; ook ‘Cranberry'genoemd) Kruipwilg (Salix repens) en veenmossen (Sphagnum sp.) uit. In door verdroging verzurende duinvalleien kan Kraaiheide (Empetrum nigrum) sterk op de voorgrond treden.

Betrekkelijk nieuw
Op de nu beboste of bebouwde strandwallen kwamen vroeger al grote heidevelden voor, maar in het huidige Nederlandse open duin is Duinheide een betrekkelijk nieuw begroeiingstype, dat twee eeuwen geleden nog nauwelijks voorkwam. Wie oude schilderijen van duinlandschappen van Zeeland, Holland en de Waddeneilanden bekijkt zal zien dat daar bijna geen heide te zien is. Kraaihei en Cranberry komen helemaal nooit op zulke schilderijen voor, terwijl dat tegenwoordig vaak de dominante heidesoorten zijn in respectievelijk de droge en de natte duinheide. Cranberry is rond 1840 ingevoerd en daarna commercieel benut. Kraaihei is op natuurlijke wijze door vogels vanuit het noorden verspreid. De uitbreiding van het verspreidingsgebied van Kraaihei gaat nog steeds door. De soort groeit nu ook al ten zuiden van Egmond, d.w.z. in het kalkrijke duindistrict. De soort kwam een eeuw geleden bijvoorbeeld nog nauwelijks voor op Vlieland, terwijl het daar nu de dominante heidesoort is.

Duinheide is vaak soortenrijk
Duinheiden zijn meestal soortenrijker dan de binnenlandse heiden. Dat hangt samen met de kleinschalige afwisselingen en de vaak nog gebufferde ondergrond in de duinlandschappen. Zo lang duinheiden nog niet volledig ontkalkt zijn, kunnen er in duinheiden plaatselijk nog soorten voorkomen die hun zwaartepunt hebben in droog heischraal grasland en nat schraalgrasland. In de valleien zijn dat bijvoorbeeld Gevlekte orchis (Dactylorhiza maculata), Welriekende nachtorchis (Platanthera bifolia), Stekelbrem en Verfbrem (Genista anglica en G. tinctoria) en Heidekartelblad (Pedicularis sylvatica). In de droge duinen zijn dit Rozenkransje (Antennaria dioica), Maanvaren (Botrichium lunaria) en Mannetjesereprijs (Veronica officinalis). Ook soorten uit het stuivende duin kunnen zich heel lang handhaven, omdat er bijvoorbeeld door konijnen voortdurend kleine plekjes omgewoeld worden.
Wanneer de ontkalking compleet is en vrijwel alle plekjes met kaal zand zijn verdwenen, gaat de duinheide steeds meer lijken op een zure, binnenlandse heide. Maar ook dan is de variatie van de duinheiden vaak toch nog groter, omdat bijvoorbeeld op steile noordhellingen een bijzondere slaapmosflora tot ontwikkeling komt, terwijl op zuidhellingen het korstmosrijke Buntgraslandschap zich handhaaft en in de valleien veenmosgroei op gang komt. Indien de waterstand constant blijft, is zelfs hoogveenontwikkeling in duinvalleien mogelijk. Maar om een dergelijke ontwikkeling in duinvalleien waar te nemen moeten we naar het buitenland, naar duinsystemen waar de peilfluctuaties beperkt worden door wateraanvoer uit het achterland.
Vanwege de grotere afwisseling binnen de standplaatsen van de duinheide is ook de fauna van duinheide vaak soortenrijker dan in binnenlandse heiden. Bovendien profiteren veel diersoorten van de combinatie van karakteristieke heideplanten met ‘duinelementen': de planten van stuivend duin, gestabiliseerd duingrasland, duinstruwelen en duinbosranden die tussen de heidestruiken groeien.
Korstmossoorten die in het eerdere stadium van de grijze duinen, het Buntgraslandschap vaak opvallend aanwezig zijn, gaan bij een ongestoorde ontwikkeling richting duinheide geleidelijk achteruit, terwijl andere, op miniatuurstruiken lijkende korstmossen en grotere slaapmossen gaan overheersen. In de loop der tijd kan zich ook een tamelijk soortenarme, maar wel specifieke paddenstoelenflora ontwikkelen die veel overeenkomsten vertoont met die in binnenlandse heiden. De bedreigde Heideknotszwam (Clavaria argillacea) kan opvallend talrijk zijn

Plantengemeenschappen, doeltypen en habitattypen
Duinheide is een verzamelnaam voor veel verschillende vegetatietypes - voor méér types dan in de binnenlandse natte en droge heides bij elkaar genomen voorkomen. De verschillende typen van duinheide komen allemaal in hetzelfde gebied voor, vaak in een ingewikkeld mozaïek, vooral afhankelijk van de vochtigheid en de helling. In de natte valleien groeit de Associatie van Kraaihei en Gewone dophei (11Aa3). Hierin is de oorspronkelijk ingevoerde ‘Cranberry' of Grote veenbes vaak dominant. Op vochtige standplaatsen komt de Associatie van Kruipwilg en Kraaihei (20Ab3) voor. Daar groeien soms ook zeldzame heideachtigen zoals Rijsbes (Vaccinium uliginosum) en Bezemdophei (Erica scoparia) of Rond- en Klein wintergroen (Pyrola rotundifolia, P. minor). Volgens de ‘Vegetatie van Nederland' gaat het hier om de Associatie van Wintergroen en Kruipwilg (20Ab4). De droge noord- en oosthellingen zijn de standplaatsen van de Asssociatie van Eikvaren en Kraaihei (20Ab2). De droge zuid- en westhellingen en de duinruggen dragen de Associatie van Zandzegge en Kraaihei (20Ab1). Het valt op dat bijna alle associaties genoemd zijn naar de Kraaihei (Empetrum nigrum), die een eeuw geleden nog lang niet overal in de duinstreek voorkwam.
Het natuurtype van deze website verenigt de Natuurdoeltypes Natte duinheide en Droge duinheide. Het omsluit het prioritaire habitattype Duinheiden met Kraaihei (H2140), en de habitattypen Duinheiden met Struikhei (H2150) en Kruipwilgstruwelen (H2170).

Met bijdragen van:
Rienk Slings, oktober 2007, Emiel Brouwer, juli 2007 en André Aptroot, juli 2006.

Literatuur:
Aggenbach, C.J.S. & M.H. Jalink, 1999. Indicatorsoorten voor verdroging, verzuring en eutrofiering in droge duinen. In opdracht van Staatsbosbeheer.

Weeda, EJ, JHJ Schaminée & L van Duuren, 2003. Atlas van Plantengemeenschappen in Nederland. Deel 3: Kust en binnenlandse pioniermilieus. KNNV Uitgeverij, Utrecht.

Westhoff. V.W. & M.F. van Oosten, 1991. De Plantengroei van de Waddeneilanden. Koninklijke Natuurhistorische Vereniging.

 

| Bedreigingen | Regulier beheer | Herstelbeheer | Inrichting |

 

Zoek via Natuurportal:kennis delen met Groen Kennisnet
help
Home | Colofon | Print pagina
Zoek binnen deze website