Pad: Natuurtypen / Open duinen (N08) / Open duin (N08.02) / Witte duinen (Helmduinen)

Witte duinen (Helmduinen)

Inhoud van deze pagina:

BETEKENIS

KENSCHETS
Historisch gebruik en kustbeheer
Karakteristieke plant- en diersoorten
Bijzondere paddenstoelen
Witte duinen veelal resultaat van secundaire duinvorming
Aanstuiving, op- en overstuiving
Doorstuiving en parabolisering
Verstuiving en biodiversiteit
Kerf in de zeereep
Standplaatscondities in witte duinen
Plantengemeenschappen, doeltypen en habitattypen
Met bijdragen van
Literatuur

BETEKENIS

De stuivende Helmduinen die ook witte duinen worden genoemd zijn procesmatig bezien het belangrijkste natuurtype van de kustduinen. Zij zijn de motor achter de ‘eeuwige jeugd', die de duinen in principe kunnen hebben. Daarbij worden oudere duinbegroeiingen verstikt door bedekking met grote hoeveelheden zand: door deze ‘opstuiving' sterven ze af en maken plaats voor droge pionierbegroeiingen. ‘Uitstuiving' tot het grondwater zorgt voor de periodieke nieuwvorming van natte duinvalleien. Qua biodiversiteit is het één van de armste landschappen. Ondanks de dynamiek kan er in witte duinen een aantal zeer karakteristieke planten en dieren voorkomen, waaronder een aantal exclusieve paddenstoelen. Daarbij neemt over het geheel genomen de soortenrijkdom toe met een afname van de verstuiving.
Het meest soortenrijk zijn de overgangen naar de grijze duinen. Waar de stabilisatie van de duinen in de grijze duinen is voltooid, zijn veel van deze karakteristieke soorten niet meer te vinden.
Van oudsher komt grootschalige verstuiving in het hele duingebied voor, dus zowel in de buitenduinen als in de binnenduinen. Tegenwoordig zijn witte duinen echter vooral te vinden langs de zeereep en daar hebben ze een functie als kustbescherming. Vanwege die functie zijn witte duinen in het verleden kunstmatig gestabiliseerd en op sommige plaatsen versterkt door stuifdijken. Daarom is de oppervlakte aan goed ontwikkelde, natuurlijke witte duinen in ons land momenteel betrekkelijk gering, terwijl de totale ‘landschappelijke' oppervlakte in vergelijking met die van andere Europese landen relatief groot is. Witte duinen komen wijd verspreid voor langs de Atlantische en Mediterrane kusten van Europa.
Witte duinen zijn ook landschappelijk en esthetisch van grote waarde. Het verspreidingsgebied is in de afgelopen decennia stabiel gebleven. Langs de Hollandse vastelandsduinen is het habitattype echter slechts lokaal, bijv. bij Bergen in goed ontwikkelde vorm aanwezig. Hetzelfde kan gezegd worden voor heel NW-Europa.

KENSCHETS

Historisch gebruik en kustbeheer
Witte duinen kwamen vroeger in het hele duin voor, zie onder duin- en kustgebied, maar vormen tegenwoordig de meest zeewaarts gelegen duinengordel. Onderstaande beschrijving is gebaseerd op de witte duinen in de zeereep, maar is evengoed van toepassing op grootschalige verstuivingen in de meer landinwaarts gelegen duinen.
Natuurlijke Helmduinen zijn langs de Nederlandse kust een zeldzaam verschijnsel. Al van oudsher wordt de zeereep, de hoge eerste duinrug aan de zeezijde, bijna overal vastgelegd voor de kustverdediging. Rond ca. 1850-1900 vond in de duinen een door de Rijks- en Provinciale overheden voorgeschreven omslag plaats van algemene exploitatie naar een algemeen vastleggingsbeheer. Het vastleggingsbeheer bestond - en bestaat heel incidenteel nog - deels uit het afdekken van stuivend zand met takken en riet of bijv. met strobalen. Vroeger, met name in de periode na de Tweede Wereldoorlog werden zelfs op grote schaal compost, tuinafval, waterzuiveringsslib, oogstoverschotten e.d. over stuifplekken heen uitgereden. Een niet onbelangrijk deel van de verruiging is op deze praktijk terug te voeren. Vastleggen gebeurde echter voornamelijk door het aanplanten van Helm (Ammophila arenaria) op de kale duintoppen en duinhellingen. Stuifgaten werden dichtgeschoven en dan ook beplant. Helm remt de windsnelheid af, zodat het stuivende zand achter de halmen neervalt. Helm kan bovendien goed tegen het zilte stuifzand en de zeewind. Het groeit in het kort geleden aangestoven voedselrijke zand omdat zich daar nog geen ziekteverwekkers hebben gevestigd. Door het intensieve beheer vormen de duinen tegenwoordig een gesloten strook langs de zee, een zeereep die wordt vastgelegd en beheerd als een dijk.
Vanaf 1990 is het duinbeleid meer genuanceerd en specifieker gericht op het handhaven van de zogenoemde basiskustlijn, terwijl een meer natuurlijk kustbeheer wordt nagestreefd. Het vasthouden van de zeereep blijkt op sommige plaatsen niet noodzakelijk voor de veiligheid. Op die plaatsen zijn nu winddynamiek en verstuiving toegestaan, en krijgt naast de wind ook de zee meer ruimte. dynamisch kustbeheer vinden we vooral op de Waddeneilanden en langs brede duingebieden, bijvoorbeeld in Noord-Holland.

Aanplantingen van Helm en Noordse helm (x Calammophila baltica) in een vastgelegde zeereep zijn vaak moeilijk te onderscheiden van spontane Helmbegroeiingen. Dergelijke aanplanten rekenen we daarom ook bij het natuurtype witte duinen. Soms zijn ze te herkennen aan een slechte structuur en functie. Ze vertonen dan een regelmatig patroon van aangebrachte pollen en hebben weinig of geen plekken met open zand. Verder zijn ze arm aan typische soorten en is de Helm doorgaans weinig vitaal (nauwelijks bloeiend en geen grote pollen vormend). Circa 10% van de zeereep is thans nog het resultaat van geheel natuurlijke ontwikkeling. Vooral langs de zuidelijke Hollandse vastelandskust hebben de Helmduinen door kunstmatige ingrepen veel van hun natuurlijkheid verloren.

Karakteristieke plant- en diersoorten
Stuivende duinen zijn slechts schaars begroeid. Ook aan de randen van de grote verstuivingsplekken in de witte duinen zijn relatief weinig soorten aanwezig. Helm (Ammophila arenaria) is op plaatsen met sterke opstuiving de karakteristieke plant bij uitstek en de Helmplanten zijn hier bijzonder vitaal. Hier en daar zijn er soms andere, minder algemene, plantensoorten te vinden die vrijwel alleen in dit milieu voorkomen, bijv. Blauwe zeedistel (Eryngium maritimum) en Zeewolfsmelk (Euphorbia paralias) en op iets luwere plekken ook Zeewinde (Calystegia soldanella). Vooral vlak bij de oude zeedorpen langs de Hollandse kust komt een relatief soortenrijk zeereeptype voor met witte duinen waarin soorten voorkomen zoals Zandhaver (Elymus arenarius), Bitterkruid (Picris hieracioides), Bitterkruidbremraap (Orobanche picridis), Schermhavikskruid (Hieracium umbellatum), Blauwe zeedistel en Zeewinde.
Een klein aantal diersoorten waarvan sommigen nog geen Nederlandse naam hebben, is gebonden aan Helm als voedselplant, zoals de rupsen van de Helmgrasuil (Mythimna litoralis), Apatetris kinkerella een tastermot, Psammotettix maritimus een dwergcicade en de bladluizensoort Schizaphis rufula. Voor veel andere diersoorten die ook van andere grassen kunnen leven, vormt Helm niettemin toch een belangrijke voedselbron. Keversoorten die soms nog worden aangetroffen in Helmvegetaties zijn Strandzandloopkever (Cicindela maritima), de Grijze bolsnuittor (Philopedon plagiatum), de Smalle Schorsloopkever (Dromius linearis) en de loopkever Calathus mollis.
Wanneer of waar de Helmplanten niet meer worden overstoven, worden de wortels belaagd door kleine bodemorganismen, schimmels en aaltjes, waardoor de vitaliteit van de planten sterk vermindert. Andere plantensoorten die overstuiving minder goed verdragen krijgen dan de ruimte, en er is hier meer milieuvariatie mogelijk. Het meest soortenrijk zijn de overgangen van de nog stuivende Helmduinen naar de gestabiliseerde grijze duinen. Hier komen op kleine schaal allerlei geleidelijke milieuovergangen voor, bijv. in microklimaat, bodemopbouw en mate van verstuiving. Deze zogenoemde gradiënten zijn rijk aan kleine diersoorten, mossen en hogere planten. De overgangszone tussen witte en grijze duinen is het belangrijkste leefgebied van de Duinsabelsprinkhaan (Platycleis albopunctata).

Bijzondere paddenstoelen
Zeer dynamische Helmduinen vormen een geschikt milieu voor diverse exclusieve paddenstoelen, waaronder het Zandtulpje (Peziza ammophila). De afgestorven wortels van Helm (Ammophila arenaria) en andere grassen vormen een goede voedingsbodem voor specialistische paddenstoelen zoals Zeeduinchampignon (Agaricus devoniensis) en Duinstinkzwam (Phallus hadriani). Ook op het afstervende grasblad leven specialisten, onder andere de Helmharpoenzwam (Hohenbuelia fluxilis) en de Duinfranjehoed (Psathyrella ammomphila).
Op verder stabiliserende plekken in niet te kalkarme duinen vormt het mos Groot duinsterretje (Syntrichia ruralis arenicola) tapijten. Deze tapijten zijn rijk aan kenmerkende paddenstoelen zoals Aardsterren (Geastrum minimum, G. schmidelii, G. fimbriatum en G. triplex) en Stuifballen (Tulostoma soorten). Onlangs is zelfs een nieuw paddenstoeltje beschreven die in dit milieu samenleeft met Duinsterretjes, een soort Mosschijfje: Octospora neerlandica. De soort blijkt niet zeldzaam te zijn in onze duinen en is verder alleen op de Canarische eilanden gevonden.

Witte duinen veelal resultaat van secundaire duinvorming
De witte duinen of Helmduinen volgen de embryonale duinen op in het proces van de duinvorming. In de lage duintjes van de embryonale duinen is het grondwater zout tot brak, in de hogere duinen van de witte duinen is het licht brak of zelfs geheel zoet doordat zich een zoetwaterlens gevormd heeft. In de hogere witte duinen heeft echter zogenoemde salt-spray of zoutspray een enigszins verzoutend effect. zoutspray is de aanvoer van zout die in nabijheid van de zee plaatsvindt, door de zoute zeelucht en zoute mist. In de witte duinen komen geleidelijke milieuovergangen voor van zout naar zoet en van nat naar droog. Een groot deel van het Nederlandse duingebied is meerdere keren verstoven. Veel witte duinen zijn het resultaat van een zogenoemde ‘secundaire duinvorming' die optreedt na een hernieuwde verstuiving van duinen die al begroeid en gestabiliseerd waren. De begroeiing van die duinen is dan meestal aangetast door exploitatie, bijvoorbeeld overbegrazing, overmatige betreding of door kustafslag zodat de duinen gevoelig werden voor winderosie. Konijnen zijn, indien ze in zeer grote aantallen voorkomen, een belangrijke spontane oorzaak van het in verstuiving raken van duinen.
Voor meer over de relaties met andere onderdelen van het duinlandschap zie de websitepagina Open duin. Voor de natte delen van het duinsysteem zie natuurtype kalkrijke duinvalleien.

Aanstuiving, op- en overstuiving
Verstuiving is het meest bepalende proces voor levensgemeenschappen in de witte duinen. Meestal gaat op den duur één grassoort overheersen, bijv. Helm. Tenzij er vastleggingsbeheer plaatsvindt, sluit de grasmat zich daarbij slechts zeer langzaam. Voordat het zover is, kunnen alle planten en dieren die aangepast zijn aan het dynamische milieu profiteren van de kale plekken. Daarnaast vormen in de witte duinen de plekken waar organisch materiaal van planten en strooisel overstoven zijn geraakt, een biotoop voor paddenstoelen. Ook zijn die plekken in ons land de natuurlijke biotoop van diverse ‘onkruidsoorten', zoals Akkerdistel (Cirsium arvense) in ons land. Afgezien van die plekken is het een humusarm milieu, waar alleen organisch materiaal aanwezig is in de vorm van levende organismen. In regel zijn witte duinen in de zeereep van nature wat rijker aan stikstofminnende soorten dan in het meer landinwaartse deel.
Vooral de aan het strand grenzende witte duinen staan volop bloot aan de krachten van wind en zee. In het winterseizoen heeft de wind regelmatig een windkracht 5 of meer. Dan is de wind zo sterk dat los en droog zand gaat verstuiven. Verstuiving is van nature de motor voor de vorming van witte duinen en is dus een randvoorwaarde. Als het zand niet door vegetatie wordt vastgehouden, vinden er allerlei vormen van verstuiving plaats op verschillende tijd- en ruimteschalen. Welk proces er op welke plek optreedt, hangt af van een ingewikkeld evenwicht tussen wind, zee, beschikbaarheid van zand en plantengroei.
Bij een wind die zand aanvoert, vaak is dat een westelijke wind, wordt er zand landinwaarts geblazen. Daar vindt in de duinsystemen aanstuiving plaats: het zand verzamelt zich aan de voet en tegen de helling van de eerste stabiele duinen die het in haar baan tegenkomt. Op het hoogste gedeelte van het strand vormen zich embryonale duinen die bij verdere opstuiving overgaan in witte duinen. In de zeereep ontstaat bij storm een zogenoemd zeereepklif dat door de zee wordt ‘ondergraven'. Daarin kunnen stuifkuilen ontstaan. Natuurlijke witte duinen worden gekenmerkt door een mozaïek van vegetatie en kaal zand. Als er een duidelijk reliëf is van stuivende toppen en windgaten spreken we ook wel van een gekerfde zeereep.


Ameland, foto: Bas Arens

Waar het zand de vegetatie bedekt, spreken we van overstuiving. Als er sprake is van een met het zand meegroeiende vegetatie spreken we van opstuiving. De vegetatie van de witte duinen heeft een bepaalde mate van opstuiving nodig. Zonder verstuiving degenereert Helm, omdat het dan last krijgt van schimmels en aaltjes die de wortels aantasten. Dat speelt vooral in kalkrijke duinen, veel minder in kalkarme duinen. Helm (Ammophila arenaria) kan jaarlijks tot 100 centimeter zand invangen, bij meer zandtoevoer verdwijnt dit gras waarmee tevens het zandophopingsproces tot stilstand komt. Er is behoefte aan meer kennis over de vitaliteit van Helm en antwoord op vragen zoals ‘Wat is de relatie tussen schadelijke aaltjes en de zuurgraad van de bodem, hoe werkt de vitaliteit van Helmwortels door op het voorkomen van wortelvretende insecten(larven) en hoe beïnvloed dit het prooiaanbod van insectenetende vogelsoorten'.

Doorstuiving en parabolisering
Aan de Nederlandse kust wordt sinds duizenden jaren over het geheel genomen meer kust afgeslagen dan er aangroeit.


Groote Keeten met erosie, foto: Bas Arens

Langs afslagkusten worden de stuifkuilen tussen de duintoppen soms zo diep uitgeblazen dat er ‘doorstuiving' plaatsvindt: er ontstaan grote geulen, dwars door de zeereep heen. Aan de landinwaartse kant van deze geulen gaat zich zand afzetten en ophopen. Soms worden deze zandhopen zo groot, dat ze als een zelfstandig duin verder landinwaarts gaan 'wandelen'. Het proces van ‘naar binnen' wandelende duinen, heet parabolisering. Paraboolduinen zijn mobiele duinen die een groot aandeel hebben gehad in de duinvorming in het Nederlandse landschap. Ze hebben een kenmerkende paraboolvormige rug, aan de lijzijde begrensd door een steile ‘storthelling', en ‘armen' die in de richting van waar de wind vandaan komt wijzen. Ook de loefzijde heeft over het algemeen een steile helling. Een actief paraboolduin verplaatst zich met de wind mee, met de bolle ‘kop' naar voren. Het paraboolduin wordt aan de loefzijde altijd begrensd door een uitblazingsvallei, een uitgestrekte, vaak zeer vlakke vallei, waar uitstuiving tot op het grondwater heeft plaatsgevonden. De typische paraboolvorm ontstaat als gevolg van interactie met vegetatie. De armen ontstaan doordat aan de zijkanten het transport van zand geringer is, waardoor begroeiing beter vat heeft op het zand. Wanneer in een eerder vastgelegd duin een doorbraak of stuifkuil ontstaat, zijn de randen vaak vrij stabiel als gevolg van doorworteling door Helm en andere grassen. De steilwanden die hierdoor ontstaan kunnen een belangrijke nestplaats voor bijen en wespen vormen, zeker wanneer deze op het zuiden is gericht.
paraboolduinen in Nederland zijn ‘fossiel'; ze zijn kunstmatig gestabiliseerd ten behoeve van de duinontginning en wandelen niet meer. Hun huidige vorm is ontstaan tussen 1400 en 1850, in de zogenoemde ‘tweede fase van de vorming van de Jonge Duinen'. Grote paraboolduinen uit de Middeleeuwen zijn daarna kunstmatig gestabiliseerd. Door de fixatie ten gevolge van menselijk ingrijpen is de schaal waarop de verstuivingen plaatsvonden geleidelijk aan afgenomen. Kleinere paraboolduinen zijn tot in de 19e eeuw actief gebleven. Actieve ‘spontane' paraboolduinen zijn in Nederland niet meer aanwezig. In het Nationaal Park Zuid-Kennemerland zijn als beheersexperiment twee zeer grote paraboolduinen opnieuw mobiel gemaakt. Het oudste duin is nu al 9 jaar actief gebleven.
De vorming van zogenoemde ‘microparaboolduinen' in de zeereep is op diverse plaatsen langs de kust de laatste tien jaar weer goed op gang gekomen. Het beste voorbeeld vormt hierbij de kust bij Heemskerk.

Verstuiving en biodiversiteit
De meest dynamische standplaatsen in de witte duinen worden gekenmerkt door een afwisseling van hoge graspollen en kaal zand, met Helm (Ammophila arenaria) als dominante soort. Daarnaast zijn Noordse helm (x Calammophila baltica) en Zandhaver (Leymus arenarius) de meest naar voren tredende soorten.
Op minder dynamische plekken (lijzijde van het duin) vormt zich veelal een grasmat van Duinzwenkgras (Festuca arenaria) met verspreid staande planten van de aster- of composietenfamilie zoals Akkermelkdistel (Sonchus arvensis). Daar is het verschil tussen de grasbulten en kaal zand minder uitgesproken. Schermhavikskruid (Hieracium umbellatum), Akkermelkdistel en Blauwe Zeedistel (Eryngium maritimum) vormen een belangrijke voedselbron voor bloembezoekende vlinders, bijen en vliegen.
De beste voorbeelden van witte duinlandschappen in ons land komen voor op de Waddeneilanden, nabij Bergen en op enkele locaties in het zuidwesten van ons land, vaak in combinatie met embryonale duinen. Echter, vooral in de kalkrijke duingebieden van zuidelijk Nederland kunnen witte duinen relatief soortenrijk zijn, bijv. in Kennemerland-zuid, Meijendel en Berkheide en Voornes Duin.
Recent onderzoek toont steeds duidelijker aan dat verstuiving naast een landschapsvormend proces ook een belangrijke aanjager is van de biodiversiteit in kustduinen. Voor veel soorten zijn de open zandige stuifplekken en de afwisseling van open plekken met pioniervegetaties van groot belang. Opstuiving gaat bovendien hand in hand met een specifieke groeistrategie van planten, omdat ze boven het zand uit moeten blijven groeien om te overleven. Met name in de zeereep en in de ‘strooizone' achter stuifkuilen is een sterke groei te zien van grassen als Helm en Zandhaver, zowel bovengronds als in de wortelzone. Voor de plantenetende, ondergronds levende dierenlarven zijn de continu aangroeiende jonge scheuten aantrekkelijk omdat ze in vergelijking met oudere plantendelen voedzamer zijn en weinig antivraatstoffen bevatten. Van de toename van voedzaam wortelmateriaal profiteren wortelvretende insectenlarven, vooral de larven van bladsprietkevers en kniptorren. De wortels van vitale Helmvegetaties vormen bijv. een belangrijke voedselbron voor larven van de Kleine junikever (Anomala dubia) en larven van verschillende soorten kniptorren of ritnaalden. De dichtheden van deze keversoorten kunnen in Helmvegetaties van dynamische standplaatsen zo hoog zijn dat ze een belangrijke bijdrage leveren aan het prooiaanbod voor insectenetende vogelsoorten zoals de Grauwe klauwier (Lanius collurio) en Tapuit (Oenanthe oenanthe).
Overstuiving met vers, onuitgeloogd en humusarm zand uit de ondergrond heeft overigens een positieve invloed op de buffercapaciteit van de bodem. Deze invloed is tot honderden meters achter de zeereep of achter grote stuifkuilen en actieve mobiele duinen werkzaam. Dit levert gunstige groeicondities op voor veel kruidachtige planten die een aantrekkelijke voedselbron voor veel diersoorten vormen.


Terschelling, foto: Bas Arens

Op plaatsen waar zich jaarlijks minder dan 5 centimeter zand ophoopt, kan zich een moslaag van zandbindende Duinsterretjes (Syntrichia ruralis arenicola) vormen en op luwe, opgestoven plaatsen kan ook Duindoorn (Hippophae rhamnoides) zich in witte duinen gaan vestigen. De humusvorming neemt dan op die plaatsen toe. Echter, omdat de humus hier veelal door de menging met kalkhoudend zand snel wordt afgebroken blijft de bodem toch vrijwel mineraal. Zulke plekken zijn zeer geschikt voor allerlei karakteristieke paddenstoelen, vooral Aardsterren (Geastrum sp.). Waar de dynamiek afneemt wordt het duin voor meer diersoorten geschikt om te leven. In deze zone worden soms hoge dichtheden van Zandhagedis (Lacerta agilis) aangetroffen. Ook vormt het open, laagbegroeide duin een geschikt territorium voor de Tapuit (Oenanthe oenanthe).


Kerf in de zeereep
Niet alleen de wind, maar ook de zee speelt een rol in natuurlijke Helmduinen of witte duinen. Langs sommige kustgedeelten laten de witte duinen soms tekenen zien van kustafslag. De zeezijde van de zeereepduinen is er steil en kaal en de helling gaat met een vrij scherpe knik in het strand over: het zeereepklif. Omdat een ouder duinlandschap met compacte bodems wordt aangesneden kan dit klif soms bijna loodrechte wanden hebben, waar schollen grond, soms met resten Helm erin naar beneden schuiven.
Onder natuurlijke omstandigheden worden soms de stuifkuilen en geulen in de zeereep zo diep, dat de zee bij zware storm door de zeereep heen breekt. Soms liggen er laag gelegen duinvalleien - meestal zijn dat ‘primaire valleien' - achter zo'n zeereep. In zulke valleien kan dan af en toe een overstroming met zeewater optreden.
Een interessant experiment in de Hollandse vastelandsduinen is de zogenaamde Kerf tussen Schoorl en Bergen, waar een poging is ondernomen om wind én zee meer ruimte te geven, zie http://www.de-kerf.nl/. Het gaat om een gegraven doorgang, een inkeping in de zeereep waar de zee zo nu en dan bij stormvloed doorheen stroomt naar een achterliggende fors uitgediepte duinvallei. Deze kerf lijkt op een slufter, maar staat niet onder getijdeninvloed zoals in een slufter het geval is. De overstromingsfrequentie is er tegenwoordig heel laag omdat de kust zich weer spontaan gaat sluiten. In de Kerf heeft vooral de wind grote invloed op het systeem.
Er is meer kennis nodig over de processen van parabolisering en natuurlijke kerfvorming en over de huidige mogelijkheden voor deze processen in Nederland. Ook is onderzoek nodig naar uitgangssituaties in en bruikbare streefbeelden voor natuurlijke Helmduinlandschappen.

Standplaatscondities in witte duinen
De samenstelling van de vegetatie van de witte duinen is niet alleen afhankelijk van de dynamiek, de soorten moeten ook in staat zijn zich te handhaven op droge, voedselarme, basische bodems of licht brakke droge stuivende bodems. Het zand van de witte duinen is al dan niet kalkhoudend. Doordat ze hoger zijn vangen witte duinen meer wind dan de embryonale duinen. In de witte duinen vormt zich een zoetwaterlens van regenwater. Dat stelt Helm en andere planten die zoet water nodig hebben in staat hier te groeien. Helm, kan met zijn wijdvertakte net van vrij dikke wortels water vasthouden en ziet zo kans hier een ecosysteem te vormen.

Plantengemeenschappen, doeltypen en habitattypen
De plantengemeenschappen van witte duinen zijn de Helm-associatie (23Ab1) en de Rompgemeenschap van Helm en Zandzegge. Het natuurdoeltype Strand en stuivend duin verenigt embryonale duinen en witte duinen. De witte duinen van deze website overlappen met het habitattype Witte duinen (H2120).
Plaatselijk kunnen er vloedmerkgemeenschappen voorkomen zoals de Rompgemeenschap van Zeepostelein (Honckenya peploides; 22RG2) en vlakbij de zeedorpen komt een kruidenrijker type voor dat geen officiële status heeft.

Met bijdragen van:
Rienk Slings, oktober 2007, Bas Arens, september 2007, Moniek Löffler, juli 2007, Emiel Brouwer, juli 2007 en André Aptroot, juli 2006.

Literatuur:
De Fré, Brigit & Maurice Hoffmann, 2004. Systematiek van natuurtypen: Pioniermilieus. INSTITUUT VOOR NATUURBEHOUD EN DE UNIVERSITEIT GENT, in opdracht van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, AMINAL, Afdeling Natuur.

Duinen,G.-J. van, P. Beusink, M. Nijssen & H. Esselink, 2005. Larval development of Anomala dubia (Scarabaeidae) in coastal dunes: Effects of sand-spray and Ammophila arenaria root biomass. Proc.Neth.Entomol.Soc.Meet. 16: 63-70.

Duinen, G.A. van, P. Beusink, M. Nijssen & H. Esselink, 2004. Broed- en voedselecologie van Grauwe Klauwieren in intacte kustduinen - De Kleine Junikever als schakel in het voedselweb - "Referentieonderzoek voor optimalisatie van beheers- en herstelmaatregelen voor fauna in Nederlandse duinen". Rapport Stichting Bargerveen, Nijmegen. 63 pag. + bijlagen.
Klijn, J.A. 1981. Nederlandse kustduinen. Geomorfologie en bodems. Centrum voor landbouwpublikaties en landbouwdocumentatie, Wageningen.

| Bedreigingen | Regulier beheer | Herstelbeheer | Inrichting |

 

Groen Kennisnet, een netwerk van kennisportalen in het groene domein Zoeken in de
infobladen

(U gaat naar de
website van
Groen Kennisnet)
Groen Kennisnet, een netwerk van kennisportalen in het groene domein
Homepage
Home | Colofon | Print pagina
Zoek binnen deze website