Pad: Natuurtypen / Droge heiden (N07) / Droge heide (N07.01) / Jeneverbesstruweel

Jeneverbesstruweel

Inhoud van deze pagina

BETEKENIS
Veelzijdig gewaardeerd
Vrijwel uniek voor Nederland

KENSCHETS
Plantengemeenschappen, doeltypen en habitattypen
De standplaats: droge, voedselarme grond
Jeneverbesstruweel als leefplek
Met bijdragen van
Literatuur

BETEKENIS

Veelzijdig gewaardeerd
Jeneverbes (Juniperus communis) is - volgens sommigen samen met Grove Den - de enige inheemse naaldboomsoort in Nederland. De soort komt over een groot deel van Nederland voorkomt. De struiken en zuilen van de Jeneverbes vormen een struweel met een zeer karakteristieke verschijning, dat ook door een breed publiek wordt gewaardeerd. De bessen hebben een betekenis in de keuken en aan de plant worden ook geneeskrachtige en mythische eigenschappen toegeschreven. De plant is volgens de Flora- en Faunawet beschermd en de struwelen op heide en kalkgrasland worden als beschermde biotoop genoemd in de Europese habitatrichtlijn.

Jeneverbesstruiken groeien op voedselarme bodem, op plaatsen waar door menselijk ingrijpen geen gesloten bos tot ontwikkeling komt. Dat ingrijpen bestond traditioneel meestal uit begrazing, maar ook branden en plaggen hebben bijgedragen aan het ontstaan van Jeneverbesstruwelen. De grootste struwelen hebben zich ontwikkeld op heidevelden en in stuifzanden. Maar ook in de kustduinen, op enkele kalkarme rivierduinen en op de kalkgraslanden in Zuid-Limburg komen of kwamen Jeneverbesstruwelen voor.

Vrijwel uniek voor Nederland
Aaneengesloten Jeneverbesstruwelen op de heide komen buiten ons land weinig voor, en zijn dus bijna uniek voor Nederland. Vooral het type met Hondsroos (Rosa canina), dat bij ons het meest algemeen voorkomt, is vrijwel beperkt tot ons land. Er rust dus een zware verantwoordelijkheid op de beheerders om dergelijke vegetaties te behouden. Er zijn zelfs enkele paddenstoelsoorten nieuw voor de wetenschap beschreven uit Nederlandse Jeneverbesstruwelen. Het Jeneverbesstruweel heeft ook waarde als traditioneel cultuurlandschap.

KENSCHETS

Plantengemeenschappen, doeltypen en habitattypen
De grote belangstelling voor Jeneverbesstruwelen blijkt uit het feit dat er twee aparte plantengemeenschappen zijn onderscheiden op basis van Jeneverbes. Het Gaffeltandmos-Jeneverbesstruweel (Dicrano-Juniperetum; 41Aa1) is gebonden aan zure bodem en de Associatie van Hondsroos en Jeneverbes (Roso-Juniperetum; 37Ab1) aan ongeveer pH neutrale bodem. In totaal worden binnen die gemeenschappen maar liefst elf subassociaties onderscheiden, maar die komen niet allemaal in Nederland voor. Er is nog een andere associatie met Jeneverbes bekend die gebonden is aan kalkrijke bodem; die is echter uit ons land verdwenen. Het Jeneverbesstruweel is een apart natuurdoeltype. Het omvat het habitattype Jeneverbesstruwelen (H5130).

De standplaats: droge, voedselarme grond
De Jeneverbesstruwelen van het type zonder Hondsroos (verreweg het grootste deel van de begroeiingen in ons land) is gebonden aan droge, kalkarme en voedselarme zandgronden van het open heidelandschap. Het zeldzame type mét hondsroos komt voor op beweide, min of meer basenrijke, neutrale tot zwak zure, droge tot vochtige zandgrond. Deze Jeneverbesstruwelen komen vooral voor langs kleine rivieren op de overgang van stroomdalruggen naar hoger gelegen pleistocene zandplateaus.

Jeneverbesstruweel als leefplek
De flora onder en tussen de struiken bestaat grotendeels uit soorten van droge heide, stuifzand en naaldbos zoals Struikhei (Calluna vulgaris), Zandstruisgras (Agrostis vinealis), Bochtige smele (Deschampsia flexuosa) en Fijn schapegras (Festuca filiformis). Diverse mos- en korstmossoorten zijn er plaatselijk algemeen, bijvoorbeeld Gewoon gaffeltandmos (Dicranum scoparium). Jeneverbesstruwelen worden ook gezien als een waardevol biotoop voor paddenstoelen, mossen en korstmossen. Maar hier kunnen wel wat kanttekeningen bij worden geplaatst. Veel als kenmerkend aangemerkte soorten komen voor in het milieu waarin de Jeneverbesstruiken zijn gekiemd, dus heidevelden, stuifzanden, heischrale graslanden en rivierduinen. Onder de paddenstoelen zijn wel enkele specifieke Jeneverbesbewoners, zoals Koraalspoorstekelzwam (Kavinia alboviridis) en Jeneverbeskorstzwam (Amylostereum laevigatum), maar dat geldt ook voor bijvoorbeeld Gagel- en Duindoornstruwelen en nog veel meer voor paddenstoelsoorten die zijn gebonden aan onze inheemse bomen.

Zoals in veel struwelen, is er in Jeneverbesstruweel een grote variatie in microklimaat aanwezig, met name in windsnelheid, temperatuur en vochtgehalte. Dit schept goede voorwaarden voor een gevarieerde fauna. Verder kan de bodem strooiselarm of strooiselrijk zijn en varieert de hoogte en dichtheid van de begroeiing ook sterk. In tegenstelling tot veel andere struweelvormers, vullen Jeneverbesstruiken de open ruimten tussen de individuele planten niet of nauwelijks op, waardoor de variatie in structuur en microklimaat lang in stand blijft. Onder de fauna zijn Jeneverbeswants (Pitedia juniperina) en Jeneverbesbladwesp (Monoctenus juniperi) specifiek gebonden aan Jeneverbes. Wat de vogels aangaat: Jeneverbesstruiken kunnen dienen als uitkijkpost voor bijvoorbeeld Grauwe Klauwier (Lanius collurio) en Klapekster (Lanius excubitor), als foerageergebied voor het Korhoen (Tetrao tetrix) en als broedplaats voor veel soorten zangvogels.

Met bijdragen van:
Emiel Brouwer, augustus 2007; André Aptroot, augustus 2006.

Literatuur:
Garcia, D., Zamora, R., Gomez, J.M., Jordano, P. & J.A. Hodar, 2000. Geographical variation in seed production, predation and abortion in Juniperus communis throughout its range in Europe. Journal of Ecology 88: 436-446.

Govaere, L. _ K. Vandekerkhove, 2005. Specifiek biotoop/ en soortenbeheer in bossen: methodologische ondersteuning. Deel II Beschrijvende fiches. Rapport IBW.Bb.R.2005.007. Instituur voor Bosbouw en Wildbeheer.

Graatsma, B. G. (2000). Op de bres voor de laatste bes. Natuurhistorisch Maandblad 89 (1): 13-18.
Knol, W.C. & B.S.J. Nijhoff, 2004. Jeneverbes (Juniperus communis L.) in de verdrukking. Een integrale verkenning van de verjongingsproblematiek. Alterra rapport 942.

Vries, G. de, 1980. Broedvogels in jeneverbesstruiken van het Mantingerzand 1976 en 1979. Vogeljaar 28-2, pp 69-76.

| Bedreigingen | Regulier beheer | Herstelbeheer | Inrichting |

 

Groen Kennisnet, een netwerk van kennisportalen in het groene domein Zoeken in de
infobladen

(U gaat naar de
website van
Groen Kennisnet)
Groen Kennisnet, een netwerk van kennisportalen in het groene domein
Homepage
Home | Colofon | Print pagina
Zoek binnen deze website